Koopwoede verstoort slot reserveperiode

AMSTERDAM, 4 JUNI. Het einde van de kasreserve periode verliep de afgelopen week allerminst gladjes. Alleen met behulp van 'noodmiddelen' (swaps en trekkingen op de marginale voorschotfaciliteit) konden banken aan hun kasreserve verplichting voldoen. De banken zijn verplicht om gedurende de kasreserveperiode (één maand) gemiddeld minimaal een bepaald bedrag (circa 5 miljard gulden) bij de Nederlandse bank (DNB) aan te houden.

DNB dacht bij het naderende einde van de kasreserveperiode problemen te voorkomen door de banken tegemoet te komen met een geldmarktverruimende swap. DNB kocht daarbij voor het einde van de kasreserveperiode van het bankwezen 300 miljoen dollar om deze na de start van de nieuwe kasreserveperiode, afgelopen vrijdag, weer te verkopen aan de banken.

Deze valutaswap bleek echter onvoldoende om de banken aan hun verplichting te kunnen laten voldoen: bij het sluiten van de kasreserveperiode moesten een of meerdere banken nog 1,1 miljard gulden opnemen van de dure marginale voorschotfaciliteit.

Ook de geldmarkt werd gebruikt om aan de kasreserve verplichting te voldoen. Het daggeldtarief steeg zelfs tot boven het tarief dat op marginale voorschotten moet worden betaald (4,5 procent), omdat sommige partijen geen of onvoldoende onderpand voor opname van marginale voorschotten beschikbaar hadden.

Hoe kan een dergelijk 'slordig' einde van de kasreserveperiode plaatsvinden? Een deel van de verklaring ligt in de bankbiljettencirculatie. Nadat er in de vorige verslagweek (in aanloop naar het lange weekeinde na Hemelvaart) al een forse toename van de bankbiljetten in omloop plaatsvond, was ook deze verslagweek de vraag naar bankbiljetten groter dan op voorhand was ingeschat. Waarschijnlijk heerste er tijdens de vrije dagen een groter dan verwachte koopwoede.

De verkrappende invloed hiervan (deze week 576 miljoen gulden) werkte een voorspoedig einde van de kasreserveperiode dan ook tegen. Hoewel, ook op het laatste moment stond het DNB nog vrij een extra geldmarktverruimende swap uit te voeren.

Behalve de bovengenoemde geldmarktperikelen, was deze week de komst van de EMU voor de geldmarkt (weer) merkbaar. De nieuwe periode voor de vaste voorschotten werd vastgesteld tot 31 december 1998 terwijl de vorige een jaar liep. Vanaf 1 januari 1999 zal het monetair beleid immers worden overgedragen aan de Europese Centrale Bank. Verder werden deze week Nederlandse Bank Certificaten afgelost ter waarde van 1,5 miljard gulden. Voor dit soort schuldpapier lijkt in de EMU geen plaats.

(Bron: ING Economisch Bureau)