Kazachstan is een ambitieuze laatkomer in The Great Game

Kazachstan is een latertje in the Great Game om de Kaspische energie. Het is een stuk minder ver dan Azerbajdzjan. Maar Kazachstan is wel een veelbelovende laatkomer.

KIZILORDA, 4 JUNI. “Toen ik 25 jaar geleden besloot om olie-ingenieur te worden, kwam het niet bij me op dat ik in mijn eigen land voor een Westers bedrijf zou gaan werken”, zegt Sarybajeva Oelserik, dochter van een Russische mijnwerker. Sinds eind 1996 staat de Kazachse op de loonlijst van het Canadese Hurricane Kumkol Munai. Ze is hoofd van een van de twee ploegendiensten (elk 1500 man) van de Koemkol-olievelden bij Kizilorda, op de immense Euraziatische vlakte in het zuiden van Kazachstan. Het voormalige staatsbedrijf Joezjneftegaz is voor 89,5 procent eigendom van de Canadezen. De rest is in handen van de 5.500 werknemers. De transactie is het beste voorbeeld in de energiesector van het ambtieuze privatiseringsprogramma dat Kazachstan in 1994 lanceerde.

Op het pleintje voor het kantoor van Hurricane Kumkol Munai in Kizilorda, een provinciestadje dat tot acht jaar geleden vrijwel van de buitenwereld was afgegrendeld, wapperen de Kazachse en de Canadese vlag naast elkaar. De wind op de Euraziatische vlakte is zo sterk, dat de katoenen dundoeken elke maand moeten worden vervangen. De olievelden liggen 160 kilometer verderop. De slecht geasfalteerde weg is grotendeels weggeslagen door sneeuwstormen. De wind heeft het donkere zand vermengd met de sneeuw en het in hoge duinen bijeengeveegd. Een deel van het kantorencomplex en de onderkomens van de oliewerkers in Koemkol, lange barakken met platte daken, gaan nog steeds onder de sneeuw schuil. De ja-knikkers op de olievelden staan diep in de modder en de sneeuw, vrijwel niet te bereiken voor de groene jeeps van het wagenpark dat Hurricane Kumkol Munai bij de inboedel van Joezjneftegaz aantrof.

Oelserik, kortgeknipt haar en gehuld in een dikke trui, is een voorbeeld van het leger van in de Sovjet-Unie geschoolde olie-ingenieurs die de afgelopen jaren niet van baan zijn verwisseld, maar wel een nieuwe baas hebben gekregen. Tal van Kazachse staatsbedrijven - ook in de energiesector - zijn opgekocht door Westerse maatschappijen. Kazachstan is het grootste (73 keer Nederland), het dunstbevolkte (16 miljoen) maar ook het rijkste land in Centraal-Azië. Hier bevindt zich, naast een schat aan mineralen, het leeuwendeel van de olie- en gasvoorraden in de Kaspische regio - het gebied waar sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een nieuw Great Game is ontbrand, de strijd om de winning en het transport van de Kaspische energie.

Kazachstan is niet zo ver als Azerbajdzjan, aan de andere kant van de Kaspische Zee. Vanuit Baku stroomt de eerste offshore-olie inmiddels naar de winderige Russische havenstad Novorossijsk. De belangrijkste olievoorraden, in het Tengizgebied, liggen ver van de hoofdstad, voorheen Almaty in het zuidoosten, nu Akmola in het noorden. President Noersoeltan Nazerbajev sloot pas vorig jaar een indrukwekkend offshore-contract af met een consortium van zeven Westerse oliemaatschappijen (waaronder Shell, BP, Total en Mobil) en het Kazachse KCS voor twaalf blokken in de Kaspische Zee. De eerste transactie voor de onshore-olie dateert uit 1993: een joint venture tussen de Kazachse staat en het Amerikaanse Chevron om de gigantische Tengiz-velden in West-Kazachstan te ontwikkelen, een gebied waar inmiddels ook Mobil opereert. En het uitgestrekte Karachanak-gasveld in Noord-Kazachstan wordt inmiddels aangeboord door een consortium van onder andere BP, Agip en Texaco.

Carl Burnett van Mobil in Almaty is gefascineerd door de rol die zowel Kazachstan als zijn eigen bedrijf in het nieuwe Great Game speelt. “Dit land beschikt over gigantische onbewezen reserves”, zegt hij. “Daarom heeft vrijwel elke oliemaatschappij inmiddels belangen in Kazachstan.” Mobil heeft van alle Westerse oliemaatschappijen in de Kaspische regio de grootste belangen, met aandelen in olievelden in zowel Azerbajdzjan als in Kazachstan.

Dat is vooralsnog een onbereikbaar doel voor het pas eind jaren tachtig opgerichte Hurricane. De overname van Joezjneftegaz bood het Canadese bedrijf grote kansen. De prijs van 120 miljoen dollar die Hurricane voor de Koemkol-olievelden (met geschatte reserves van 340 miljoen vaten) betaalde, was verrassend laag. Maar de erfenis omvatte meer: 5.500 werknemers, veel meer dan nodig om de olie te exploiteren, de belofte de eerste 18 maanden niemand te ontslaan, enkele weinig rendabele bedrijfjes en een voetbalclub, een boerderij van 2,3 miljoen are, een dorp en een school. “We zijn medeverantwoordelijk voor het welzijn van de zeker 700.000 mensen in deze regio”, zegt directeur Keith McCrae.

Het Canadese bedrijf begon met het uitbetalen van de achterstallige acht maanden salaris en pensioenpremies. De werknemers worden niet langer in producten (van de boerderij) uitbetaald, maar in geld; ze krijgen gratis maaltijden onder werktijd en de gezondheidszorg is verbeterd. “We weten nu dat we niet alleen vandaag, maar ook morgen werk hebben”, verklaart Oetepbergenov Bekmagambet, een technicus.

Vijftig procent van de belastingen in de Kizilorda wordt door Hurricane opgebracht. Directeur McCrae is inmiddels een lokale persoonlijkheid. Hij wordt uitgenodigd bij elke belangrijke gebeurtenis in de stad. “De aanwezigheid van de Canadezen genereert bovendien andere buitenlandse investeringen”, aldus loco-burgemeester Kim Irina Leonodovna van Kizilorda. Ze bibbert achter haar bureau in het koude gemeentehuis. De stad heeft al wekenlang geen warm water voor het verwarmen van de huizen en de openbare gebouwen. Door de zware sneeuwstormen is een deel van de warmwaterfabriek aan de rand van het provinciestadje ingestort.

Enkele kilometers verderop ligt de kolchoze die nu van Hurricane is, een dorpse nederzetting waarlangs dagelijks de trein naar Moskou dendert. Rob Smith, een jonge agrariër, is uit Canada gehaald om van deze voormalige staatsboerderij een modelbedrijf te maken, met een vleesverwerkende industrie en een zuivelfabriek. Kizilorda is de belangrijkste afzetmarkt. “Het is nog een geheim”, vertelt hij, “maar we gaan binnenkort zelfs hamburgers verkopen aan McDonald's in Almaty. De staatsboerderij moet eind dit jaar uit de rode cijfers komen.”

McCrae, die nooit eerder in de olie-industrie heeft gewerkt, geniet zichtbaar van zijn nieuwe post. Want het is meer dan een baan. “We hebben niet alleen een bedrijf hier”, verklaart hij. “We maken deel uit van de gemeenschap.”

Restaurants in Kizilorda zetten nu de stoelen buiten zo gauw de zon schijnt, want de tachtig buitenlandse werknemers - relatief weinig in vergelijking met andere oliemaatschappijen in Kazachstan - zitten graag op een terrasje, zoals thuis. Het stadje kent bovendien enkele zwoele discotheken, waar ook de oliemannen en -vrouwen de verveling verdrijven. De overwegend Kazachse bevolking spreekt nog voornamelijk Russisch. Maar de roep om over te stappen op het Kazachs wordt steeds luider. “We moedigen dat aan”, onderstreept McCrae. “Want de ontwikkeling van de nationale trots brengt energie met zich mee. Dat is precies wat we nodig hebben.”

Voorlopig wordt het geld nog onder bittere omstandigheden verdiend op de Koemkol-olievelden. Zware sneeuwstormen in de winter en hete zandstormen in de zomer. Daarin heeft het Westerse kapitaal geen verandering gebracht. “Ik herinner me dat mijn gezicht altijd bruin was, van de zon en van het zand”, zegt Eveny Minaex, nu vice-president van het Kazachse oliebedrijf KSC, die twaalf jaar op de Euraziatische vlakte in Koemkol werkte.

De 60.000 vaten olie (het moeten er 90.000 zijn aan het eind van dit jaar) die dagelijks door Hurricane worden geproduceerd, worden in Sjymkent, in het uiterste zuiden van Kazachstan, geraffineerd. Het is de woonplaats van olie-ingenieur Oelserik. Elke twee weken rijdt ze met haar auto naar Kizilorda, een tocht van vijf uur. De servicebus van het Canadese bedrijf brengt haar verder naar Koemkol. Twee weken lang woont en werkt ze op de kale olievelden. Daarna is ze, net als de meeste van de 1.500 ploegleden, twee weken vrij.

Kazachse vrouwen worden het minst gehinderd door de tradities van de islam in heel Centraal-Azië. Het lijkt een contradictie in een samenleving waar de mannen van de drie toonaangevende Hordes (stammen) hun toekomstige echtgenotes nog veelvuldig ontvoeren als ze het niet eens kunnen worden over de bruidsschat. Maar de Kazachse vrouwen zijn kosmopolitischer en ze hebben vaker banen in leidinggevende functies dan hun Russische collega's. Directeur McCrae noemt Oelserik eerbiedig zijn “vriendin” - de vrouw aan wie hij met een gerust hart de leiding van de Koemkol-olievelden overlaat.

Dit is het vijfde en laatste deel van een serie over de Kaspische energie. De vorige delen van de reeks verschenen op 8, 14, 23 en 27 mei. Deze serie artikelen is gedurende een maand te lezen via www.nrc.nl