Het regeerakkoord

aterieel gaat het Nederland zo goed dat een maand na de verkiezingen nog geen uitzicht is op een regeerakkoord. De informateurs, de onderhandelaars en de werkgroepjes van de drie beoogde coalitiepartijen palaveren. Nederland is terug in de regententijd. Het kabinet is demissionair, de zomer hangt in de lucht en wat ontbreekt is een sense of urgency.

De economie groeit als kool, in het eerste kwartaal met maar liefst 4,2 procent. In mei bevond de werkloosheid zich op het laagste niveau sinds 1980. Bedrijven trekken schaars personeel aan met vakantiereizen en auto's van de zaak. Na vier jaar van 'werk, werk, werk' staan de Nederlandse wegen de hele dag vast. Op de radio duren de filemeldingen langer dan de nieuwsberichten. Het consumentenvertrouwen beweegt zich op recordhoogte, de beurskoersen zweven op een stratosferisch niveau, de optieregelingen zorgen voor publiek ongemak over zoveel private rijkdom. Grote Nederlandse ondernemingen beschikken over zo'n goedgevulde krijgskas dat ze in de voorhoede van de internationale overnameslag meedoen.

Nederland heeft het afgelopen jaar geen moeite hoeven doen om te voldoen aan de toelatingsnormen voor de Economische en Monetaire Unie zoals Italië, Duitsland en Frankrijk. Nederland beleeft geen financiële ineenstorting à la Oost-Azië, geen Japanse deflatie, geen Russisch diefstalkapitalisme en geen Amerikaans armoedevraagstuk.

Het gaat dus ontzettend goed in financieel-economisch opzicht. En dus lijkt geen haast geboden om klemmende problemen aan te pakken. In dit klimaat van heimelijke zelfgenoegzaamheid komen triviale ideeën bovendrijven. De gekozen burgemeester. Het homohuwelijk. Een taxi-subsidie voor bewoners van VINEX-nieuwbouwwijken. Een minister voor communicatie (terwijl KPN allang geprivatiseerd is en Internet uit zijn voegen groeit).

Een dozijn mensen onderhandelt namens de drie beoogde coalitiepartijen en - bij alle gebrek aan tansparantie zouden we het haast vergeten - namens de kiezers over de invulling van het regeerakkoord. Het gaat langzaam, er wordt geïnventariseerd wat 'de feiten en knelpunten' zijn. Hier wreken zich twee onverbeterlijke Nederlandse karaktertrekken: de neiging om dingen tot in detail te regelen en net zolang te praten tot er consensus is bereikt. De verkiezingsuitslag van 6 mei heeft die neigingen versterkt: D66 is de onmisbare verliezer op zoek naar profilering, de VVD verlangt een dichtgetimmerd regeerakkoord ter bescherming tegen linkse strapatsen en de PvdA heeft een natuurlijke hang naar planmatigheid.

Maar vreemd is het wel dat coalitiebesprekingen tussen dezelfde partijen die vier jaar geregeerd hebben, zich nog een tijd zullen voortslepen omdat dit tot de folklore van de formatie zou behoren. In landen met andere politieke systemen gaat dat anders. In Groot-Brittannië kwam verkiezingswinnaar Blair de voordeur van Downingstreet 10 binnen terwijl verliezer Major nog bezig was het pand via de achterdeur te verlaten. In Frankrijk volgde Jospin de dag na de tweede verkiezingsronde de verslagen Juppé op. In Spanje maakte Gonzalez plaats voor Aznar. Misschien gaat het in Italië en België een beetje zoals in Nederland.

Vanuit een gunstige uitgangspositie kan het niet zo verschrikkelijk moeilijk zijn om de financieel-economische hoofdlijnen van het regeerakkoord uit te werken. Het voorwerk is gedaan: er ligt een rapport van topambtenaren, de Centraal Economische Commissie, er is een belastingplan en er zijn voorstellen voor de sociale zekerheid.

Het stabiliteitspact van de EMU stelt eisen aan de omvang van het overheidstekort. Het streven is naar een begroting die onder normale omstandigheden in evenwicht is, zodat er voldoende ruimte is om conjuncturele tegenvallers op te vangen zonder onmiddellijk amechtig te hoeven bezuinigen. Laten we zeggen: een tekort tussen de 0 en 0,5 procent.

Dan zijn er de belastingen. Het fiscale stelsel moet worden aangepast aan de nieuwe werkelijkheid van open grenzen met één Europese munt. Beperking van de aftrekposten en verschuiving naar de belasting van consumptie levert de ruimte voor flinke tariefsverlagingen, waarbij het hoogste tarief niet meer dan vijftig procent bedraagt. Hoe groter de tariefsverlagingen, des te minder problemen ontstaan er bij de introductie van een gerichte belastingkorting voor werkenden (de zogenoemde earned income tax credit).

Het vorige kabinet heeft wel allerlei belastingprikkels voor werkgevers verzonnen om laagbetaalden in dienst te nemen, maar het probleem is nog steeds dat aan de onderkant van de arbeidsmarkt nauwelijks financiële prikkels bestaan om de overstap van een uitkering naar een betaalde baan te maken. Nederland verkeert hierdoor in de bizarre situatie van een overspannen arbeidsmarkt voor werkenden en een miljoen mensen die aan de kant blijven staan.

Op het terrein van de sociale zekerheid liggen plannen klaar om een verdere scheiding te maken tussen private uitvoeringstaken en publieke verantwoordelijkheid met behoud van rechtszekerheid voor uitkeringsgerechtigden.

Hiermee zijn niet alle problemen opgelost. Er zijn de knelpunten in de gezondheidszorg, de herziening van het onderwijs, de vraagstukken van de opvang van asielzoekers, de besluiten over grote infrastructurele projecten die genomen moeten worden, de positiebepaling in Europa.

Nederland is niet af. Maar het is een illusie te denken dat een regeerakkoord alle onzekerheden kan wegnemen. Iedere toekomst brengt verrassingen. Misschien is het een idee om hoofdlijnen vast te leggen en overigens wat minder te regelen. Het economische proces is uit zichzelf al dynamisch genoeg.