Het mooie spel wint nooit meer

NIEUWE SCHOENEN, nieuwe ballen, nieuwe shirtjes, nieuwe stadions, nieuwe velden. Frankrijk is het strijdtoneel van de nieuwe voetbalhelden. Balveroveraars en baltovenaars uit 32 landen bereiden zich voor op het zestiende toernooi om de wereldtitel. Ze komen uit alle hoeken en gaten van de wereld naar de Franse stadions om hun talenten en ambities te tonen.

De beste voetballers komen sinds jaar en dag uit dezelfde landen. Ze komen uit Italië, Duitsland, Engeland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Argentinië en Brazilië. Verschillende landen, verschillende culturen, verschillende voetbalstijlen. Gepassioneerde en sluwe Italianen, werklustige en effectieve Duitsers, uitdagende en overmoedige Nederlanders, stoere en enthousiaste Engelsen, wonderbaarlijke en wrede Argentijnen, speelse en spontane Brazilianen. Allemaal op hun eigen karakteristieke wijze proberen ze al vijftig jaar de besten van de wereld te worden.

Meestal winnen de Brazilianen, de Duitsers of de Italianen. En als ze niet winnen, zijn ze er altijd wel bij wanneer de finalewedstrijden worden gespeeld. Sinds een tiental jaren zijn er de jongens uit Afrika die de voetbalsport verrijken. Ze dansen met de bal aan hun voeten. Alsof ze een offer willen brengen aan buitenaardse geesten. In de hoop dat zij hen en hun familie gunstig gezind zullen zijn. Liefst zouden de voetballers een voor een hun balkunsten laten zien, als een rituele dans op het ritme van bongo's en onder het uiten van kreten van vreugde en devotie. Als onder invloed van hallucinerende elixers bezweren zij met hun voeten de bal. Wie de bal heeft betoverd, mag hem als beloning in het doel schieten. Liefst rechts- of linksboven, onder de kruising tussen paal en lat. Voetbal is voor de Afrikanen nog een spel. Zolang ze nog niet in handen zijn gevallen van zendelingen met Europese denkwijzen en mannen met handelsgeesten blijven ze spelen als kinderen met hun eerste bal. Maar zodra ze ervan overtuigd zijn dat ze door voetballen in hun levensonderhoud en dat van hun familie kunnen voorzien, is voetballen geen kinderspel meer. Dan verdringen ze zich in de immense rij om uitgekozen te worden door de headhunters uit Europa. Uitverkoren zijn betekent een reis naar het beloofde land. Daar rolt het geld, is voetbal een zaak van leven en dood. Daar wordt voetbal niet gespeeld, maar bedreven. Voetbal wordt daar geleid door inhalige mensen, voor wie de liefde voor het spel handelswaar is geworden.

Nog niet zo lang geleden werden zij die nog de liefde voor het spel koesteren, verblijd met de komst van Nigerianen. Dartele spelers, spontane jongens die nog geen weet hadden van strategieën en rekenkundige spelsystemen als 4-3-3 of 5-4-1. Ze droegen prachtige namen als Jay Jay Okocha en werden wereldkampioen bij de junioren en zelfs olympisch kampioen. Ze werden als godenzonen onthaald in hun dorp en herhaalden dagenlang de trucjes waarmee ze de wereld hadden veroverd. Na het feest keerden ze terug naar de grote wereld en probeerden ze er zo snel mogelijk rijk en gelukkig te worden. Nu spelen alle Nigerianen die aan het wereldkampioenschap meedoen in Europa. Ze hebben zich aangepast aan de Europese regels en zich de gedragingen van Europeanen eigen moeten maken. Wie zich als voetballer niet aanpast, wint niet meer en wordt dus ook niet rijk.

Het zou mooi zijn als de Nigerianen wereldkampioen werden. Nog een keer schitteren met zelfbedachte trucjes. Maar de kans dat ze nog even spontaan spelen als vier jaar geleden op het wereldkampioenschap en twee jaar geleden op de Olympische Spelen is klein. Ze hoeven zich immers niet meer waar te maken, ze hoeven hun kunsten niet meer te tonen aan talentenverkenners van rijke clubs. Ze zijn al verzakelijkt. De Nigerianen zullen, net als de Brazilianen jaren geleden, hun toevlucht nemen tot behoudende strategieën. Wereldkampioen worden is ook voor hen een kwestie van rekenen geworden.

De verwachtingen zijn hooggespannen. Zoveel opwinding over een wereldkampioenschap als aan de vooravond van de Coupe Mondial France 98 heeft nog nooit geheerst. Zoveel landen hebben nooit meegedaan. Zoveel zakelijke en nationalistische belangen hebben nooit op het spel gestaan. De verwachtingen zijn niet gebaseerd op hoogstaand spel. Het gaat niet meer om het spel, maar om het winnen - liever niet verliezen. Mooi voetbal wint nooit meer, zelfs niet als Brazilianen winnen. Het resultaat is heilig.

Laatst wierp de Duitse televisie een terugblik op het wereldkampioenschap van 1954. De Duitsers veroverden destijds hun eerste wereldtitel dankzij het inzicht van de broers Walter, de schotkracht van Rahn, het doelmanswerk van Turek en de coaching van Herberger. Niet de begaafde Hongaren met Kocsis, Czibor, Hidegkuti, Bozsik en Puskas, maar de gedreven Duitsers werden kampioen. De Hongaren durfden na de verloren finale niet terug naar huis. In Boedapest stond de bevolking klaar om hen als verraders te ontvangen. Trainer Sebes werd verweten dat hij de Duitsers de titel had willen schenken. Doelman Grosics werd ervan beschuldigd dat hij voor geld de schoten van Rahn in zijn doel had laten gaan.

Een drietal Hongaren uit die tijd was door de Duitse televisie bijeengeroepen. Hidegkuti huilde weer, Grosics bedekte schaamtevol zijn gezicht en Buzanksi sprak over de slechtste dag van zijn leven. Ze roemden de inzet van de Duitse spelers, ze waren een team geweest. Tranen bij oude Hongaren die eeuwige roem aan zich voorbij lieten gaan. Mannen die in hun jeugd de beste voetballers van de wereld waren geweest. Teambelang won het toen al van individueel belang.

Tranen vloeien nog steeds bij voetballers. Zoals bij Romario, de ster en topscorer van het wereldkampioenschap van 1994. De Braziliaan mag door een hardnekkige blessure niet meedoen in Frankrijk. Tranen vloeiden er bij honderden Brazilianen. Al weer een voetballer met spontane bewegingen en bijzondere talenten minder op het kampioenstoernooi. Zijn opvolger staat klaar: Ronaldo. Een jongen met oorspronkelijke acties die liever alleen voetbalt, dan met een elftal. De ogen zijn gericht op hem, op de Nigerianen en op de voetballers die iets bijzonders met een bal kunnen. Het wereldkampioenschap zou een demonstratie moeten worden van het spel en niet van commercie en nationalisme. Maar wie daarop rekent, zou zich over een maand bedrogen kunnen voelen. Bedrogen door voetballende zakenlieden.

    • Guus van Holland