'Het moet één organisatie zijn'; Kritiek op nota sociale zekerheid

De toezichthouder in de sociale zekerheid CTSV laat geen spaan heel van de kabinetsplannen over de uitvoering van sociale wetten. Volgens CTSV-voorzitter Scherpenhuijsen Rom onderschat het kabinet de weerbarstige werkelijkheid.

ZOETERMEER, 4 JUNI. Een toezichthouder moet toezicht houden en mag geen mening hebben. De instantie die toezicht houdt op de wereld van de sociale zekerheid, het CTSV, was geen uitzondering op die regel. Totdat de staatssecretaris van Sociale Zaken, de VVD'er De Grave, vroeg of het College een oordeel wilde vellen over een nota die hij met veel moeite had geschreven samen met 'zijn' minister Melkert van de PvdA.

De nota behelsde een plan om de uitvoering van sociale zekerheidswetten zoals de WAO en de WW verder te privatiseren. Maar: de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering, de zogenoemde claimbeoordeling, moest in handen van de overheid blijven. Anders zouden verzekeraars en uitvoeringsinstellingen elkaar maar gaan beconcurreren op wie de meeste arbeidsongeschikten een uitkering kon onthouden. De kern van de nota was derhalve een scheiding van taken: de overheid doet de claimbeoordeling en de markt mag uitvechten welke aanbieder zo goedkoop mogelijk de uitkering op de juiste plek krijgt.

Het CTSV formuleert beleefd, maar maakt brandhout van de nota van De Grave en Melkert, die een van de sleuteldocumenten is bij de huidige formatiebesprekingen. De voorzitter van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen, W.E. Scherpenhuijsen Rom, verontschuldigt zich bijna voor de kritiek die hij levert. “Wij kijken als toezichthouder naar de praktijk en vinden het nodig om van daaruit te waarschuwen.” De waarschuwing aan het ministerie van Sociale Zaken is dat de werkelijkheid oneindig veel gecompliceerder is dan waar het werkstuk van De Grave en Melkert van uitgaat. “Dat onze reactie wat kritisch uitvalt, kan ik ook niet helpen”, vergoeilijkt Scherpenhuijsen Rom.

De kritiek richt zich op de kern van de door het kabinet aanvaarde nota. Met het invoeren van een scheiding tussen publieke en private uitvoering ontstaat een onwerkbare situatie die er bijvoorbeeld toe leidt dat van het gewenste ene loket, waar mensen zonder werk terecht zouden kunnen, niets terecht komt. Met de scheiding komen er wat het kabinet betreft minstens twee loketten. Eentje waarachter de gemeentelijke sociale dienst zit met de overheidsinstantie die de claimbeoordeling doet. En één loket waarachter de verzekeraars in samenwerking met uitvoeringsorganisaties zoals het Gak zitten, samen met uitzendbureaus.

Neem dan iemand met zowel een WW- als een WAO-uitkering, volgens het CTSV bepaald geen uitzonderlijk geval. Die man of vrouw kan liefst zeventien keer de gang van het ene loket naar het andere maken, voordat de uitvoering van beide uitkeringen is geregeld. “Het kabinet heeft het aantal keren onderschat dat informatie heen en weer gaat”, meent Scherpenhuijsen Rom. “We hebben dan ook grote zorgen over de privacy van de mensen waarom het gaat.”

Bovendien wordt het voor een toezichthouder steeds ondoenlijker om te controleren of de uitvoering nog wel deugdelijk is als de uitkeringsgerechtigde steeds maar heen en weer stuitert. “Als wij alleen aan ons eigenbelang zouden denken, moeten we heel tevreden met het voorstel van De Grave en Melkert zijn, want dan is veel meer toezicht nodig dan nu”, zegt Scherpenhuijsen Rom.

Het CTSV heeft niet het eigenbelang, maar het maatschappelijk belang in het vizier. Of dat wordt gewaarborgd, is wat oud-bankier Scherpenhuijsen Rom betreft eenvoudig te vast te stellen. Als namelijk de kosten dalen van alle uitkeringen samen èn de kosten van de uitvoering van die uitkeringen, dan werkt het systeem kennelijk. Het hybride publiek-private systeem, zoals De Grave en Melkert dat voorstellen, zal niet aan die kostenbesparende eis voldoen.

“Wij maken als CTSV geen beleid”, legt de voorzitter uit, “wij kijken als toezichthouder en zien dat het een heel ingewikkelde organisatie gaat worden. En dan kom je tot de conclusie dat het òf een geheel publiek òf een geheel privaat systeem moet zijn. Dat is de aanbeveling die we doen: het moet één organisatie zijn.”

Hetzelfde geldt voor het toezicht, vindt Scherpenhuijsen Rom, dat moet in één hand worden gehouden en niet, zoals het kabinet voorstelt, versnipperd raken over tien organisaties variërend van de Registratiekamer, via de Algemene Rekenkamer tot het CTSV. “Ook als alles privaat wordt, is er waarschijnlijk nog minder toezicht nodig dan wanneer de uitvoering gescheiden is, zoals De Grave en Melkert voorstellen.”

Hoewel het CTSV geen aanbeveling mag doen (“daar zijn wij niet voor”) lijkt het duidelijk dat het niet terug wil naar de oude situatie waarbij de sociale zekerheid een volledig publieke aangelegenheid was. De trend is nu eenmaal gezet in de richting van privatisering. En de kritiek van het CTSV impliceert dat de uitvoering van de sociale zekerheid moet worden gegund aan private partijen met een publieke taak. Vergelijkbaar met een autogarage die voor de overheid de wettelijk verplichte APK-keuringen uitvoert.

Het CTSV geeft met zijn kritiek een voorzet aan werkgevers en werknemers die momenteel in de Stichting van de Arbeid en in de SER onderhandelen over hun standpunt over de kabinetsvoorstellen. Naar verluidt zullen de sociale partners unaniem adviseren dat ook de claimbeoordeling, met zoveel mogelijk wettelijke waarborgen, bij de uitvoeringsinstellingen en verzekeraars kan worden 'gelegd'.

De verbetenheid waarmee De Grave en vooral Melkert die beoordeling van het recht op een uitkering hebben willen scheiden van de uitvoering heeft de wenkbrauwen van het College doen fronsen. “De huidige claimbeoordeling leidt niet tot ontsporing”, zegt Scherpenhuijsen Rom. “Er zijn niet buitengewoon veel gevallen waarbij mensen in beroep gaan tegen zo'n beoordeling.”