Hèt huwelijk (9)

Schamen doe ik me zeker niet voor pastoor Oostvogel of dominee Ter Linden, integendeel, zij brachten voor het oog van de camera's, wat zij en vele van hun en mijn collega's al meer dan twintig jaar onder reguliere huwelijksvieringen verstaan. Ik schaam me wel voor de betrokken kerken, in casu de rooms-katholieke en de Nederlandse Hervormde Kerk.

Op het grondvlak, gewoon waar mensen andere mensen ontmoeten, kloppen al tientallen jaren verliefde stellen aan, met de vraag of er een kerkelijke viering mag plaatsvinden. Als de huwenden uit verschillende kerken komen, waar ze zelf trouwens niets aan kunnen doen, betekent dat een extra horde in de aanloop naar de kerkelijke viering. Het positieve ervan is dat het aanstaand bruidpsaar daardoor een veel intensievere voorbereiding op het kerkelijk huwelijk doormaakt, dan wanneer de huwenden uit één en dezelfde kerk komen. Het negatieve is vaak dat, wanneer de betrokkenen werkelijk kerkelijk meelevend zijn en vandaar uit ook gestalte willen geven aan de kern van gezamenlijke geloofsbeleving, in eucharistie/avondmaal, dit wordt ontmoedigd door de officiële kerkelijke instanties. Dat negatieve advies komt niet voort uit vrees voor onheilige omgang met heilige zaken, maar uit puur kerkrechtelijke/kerkordelijke achtergrond.

Traditie zie ik ook als waardevol, maar een ieder die traditie werkelijk serieus neemt, moet beseffen dat iedere traditie tijdgebonden is en een oorspronkelijk stolsel is van wat in hoofden en harten van gelovige mensen op een bepaald moment tot leven geblazen werd. Verder zal iedere levende kerk die zichzelf serieus neemt, op het grondvlak waar mensen andere mensen ontmoeten en samenleven, de vinger aan de pols moeten houden en vandaar uit ruimte weten te creëren voor nieuwe of bijgestelde regels en voorschriften die de kerk haar formele gezicht geven. Het verbod om het verbod heeft vanuit zichzelf al iedere zeggingskracht verloren.

Ik schaam me ervoor dat de betrokken kerken niet in de bres gesprongen zijn voor pastoor Oostvogel en dominee Ter Linden, dat ze niet zich verontschuldigen over het feit dat de kerken essentiële zaken niet op orde hebben. Had kardinaal Simonis zijn verlegenheid met de situatie kenbaar gemaakt en verwezen naar een werkgroep die naarstig werkt aan een oplossing de kerkordelijke problemen betreffende oecumenische vieringen rond brood en wijn, dan had hij iets van zijn geloofwaardigheid behouden.

Laten de betrokken kerken hun energie niet steken in het verdedigen van eens gestolde regels of het vermanen van ambtsdragers die pastoraal gezien gewoon deden wat ze moesten doen en daarvoor niet eens de volle ruimte kregen. Maar laten ze liever werken aan een royale modus van waaruit oecumenische huwelijksvieringen op waardige wijze gestalte gegeven kan worden, waarbij de kern van het christelijk samenzijn in brood en wijn het volle accent kan krijgen.