Het gelijk van Simonis

AMSTERDAM. Op een hoekhuis langs een Amsterdamse gracht staat een engel. Hij is geen vertegenwoordiger van een hogere macht. Wel garandeert hij een toekomst na het overlijden, voor de nabestaanden. Niet door een hemelse ingreep maar door een simpel spaarplan, de levensverzekering. Sinds 1843.

Waar de verzekeringsengel rondwaart, hebben God en kerk het moeten afleggen, zeker in Nederland. De drie grootste Nederlandse kerken verkeren samen in een minderheidspositie. In de God-in-Nederland-peilingen van KRO/RKK God noemt 21 procent van de ondervraagden zich katholiek, 14 procent Nederlands Hervormd en acht procent gereformeerd. Een ruime meerderheid van Nederlanders gelooft wel dat er 'iets' is, maar gaat dat niet zoeken in een gebedsruimte. Ruim een derde van de Nederlanders gaat soms of regelmatig naar de kerk.

Wat doen kerkelijke voorgangers in een dalende markt? Voor rector Jan Stuyt van De Krijtberg, een neo-gotische jezuïetenkerk in hartje Amsterdam, ligt dat helder. Hij houdt zich aan de traditie. Elke zondag biedt hij twee Latijnse hoogmissen. Om half tien componisten als Gounod of Mozart, om elf uur gregoriaans. De twee kerkkoren repeteren elke week. Tijdens de vakantie komen leden en dirigenten op zondag terug voor het gezang. Het zit dan ook goed vol. Elk weekeinde komen er totaal 840 mensen. Hij ziet het kerkbezoek zelfs “voorzichtig stijgen”. En dat in Amsterdam.

De Krijtberg is met Latijnse zang bij missen doorgegaan, ook toen het gros van de clerus de voorkeur gaf aan de volkstaal. Dat waren houterige vertalingen volgens Stuyt. Leken richtten de vereniging voor Latijnse liturgie op en in zo'n tien kerken in Amsterdam (90 in het hele land) wordt er nu in het Latijn gezongen. De muziek troost bij begrafenissen en verhoogt de feestelijkheid van huwelijken. Jongere gelovigen hebben graag gregoriaans.

Halsbrekende hervormingen hebben de afbraak van de kerk versneld. Strenge leefregels sneuvelden in een dag. Het duizelde de gelovigen. Wie veertig dagen vastte, braaf elke vrijdag vlees meed en bij de ochtendmis flauwviel van de honger, hoorde plotseling dat het niet meer hoefde. Een Berlijnse Muur van regels en wetten was gevallen. Daarna ontstond er grote volkswoede tegen de kerken en hun strenge voorschriften die nu nog niet is opgehouden. Psychiaters hebben de trauma's van het religieuze verleden sufgeanalyseerd. Godsdienstkwetsuren zijn een vast nummer in de na-oorlogse Nederlandse literatuur. Alleen de gereformeerde kerk, de strengste van de drie, is redelijk overeind gebleven. Bij de katholieke kerk hebben de beatmis, creatieve vieringen en de oecumene de stroom weglopers niet kunnen stuiten. Het was alsof een driesterrenrestaurant plotseling hamburgers was gaan serveren.

In een krimpende markt zijn er twee mogelijkheden voor de aanbieders, specialiseren of fuseren. De hervormden en gereformeerden praten over samen gaan. De leiding van de katholieke kerk kiest specialisatie en wil de teugels aanhalen. Kardinaal Simonis bedient geen massakerk maar een nichemarkt. De afgelopen vijftig jaar heeft de Nederlandse oecumene eeuwenoude kloven overbrugd, maar de afgelopen jaren gaat het wat langzamer. Aan de basis gaat de fusie verder en de aartsbisschop doet zijn best het niet te zien om dogmatische kwesties te vermijden. Basisgemeenten waar vele geloven in zijn verenigd, raken los van de moederkerk. De meeste parochies passen de regels aan. Ze doen van alles wat, traditioneel, modern en oecumene.

Stuyt wil dat de katholieke kerk haar identiteit behoudt. Hij hecht sterk aan oecumene, maar houdt niet van mengvormen van protestants avondmaal en katholieke communie, zoals bij de Oranje-huwelijksviering, afgelopen zaterdag. De kerkelijke opvattingen over dat ritueel verschillen. Van tweeën een, ook bij de vele gemengde huwelijken die worden gesloten moet gekozen worden. “Als je alles integreert, zeg je niets meer”, vindt Stuyt. “Rituelen zijn ervoor om te verbinden met anderen èn met het verleden.”

De katholieke strengheid is niet populair. Simonis heeft zich de volkswoede op de hals gehaald met zijn kritiek op de Oranje-huwelijksviering. Maar waarom zou hij zich druk maken. De meerderheid ziet toch niets in zijn kerk. De critici haken al af. Zijn kerk krimpt, wat hij ook doet.

Stuyt voorziet halvering van het huidige aantal katholieken ondanks de luidruchtige bekeringen van intellectuelen. “Er komen er tientallen de poort in maar er gaan er duizenden uit”, zegt hij. Dat heeft ook voordelen. Goed, er gaapt een priestertekort. In De Krijtberg is hij met zijn 47 jaar de jongste van de vier aanwezige jezuïeten. De gelovigen moeten de kerk steeds meer zelf bestieren. Driekwart van hen doet vrijwilligerswerk voor de kerk. Maar als katholiek is hij minder gehaat of veracht dan vroeger. Er dreigt geen roomse machtsovername meer in Nederland.

In 1994 kwam Stuyt na vijf jaar vluchtelingenwerk in onder andere Sarajevo en in Azië terug en hij zag een veranderde houding in Nederland. Toen hij vroeger zei dat hij priester was, werd hij meewarig aangekeken. Tegenwoordig zeggen de mensen: “goh wat leuk” en “hoe lang doe je het al?”.

De oude Perzische kleden op tafel en het schaarse licht in het parochiehuis doen nog denken aan vroeger. Maar de Krijtberg heeft inmiddels een eigen Internetsite (http//home.wxs.nl/~krijtberg). Pater van Kilsdonk is actief onder aids-patiënten en er zijn er heel wat met een Latijnse hoogmis ten grave gedragen.

Parochianen beneden de veertig lijden niet aan trauma's van het verleden. Zij nemen hun kinderen mee en zien alles als nieuw en interessant. Ze kiezen à la carte de regels die ze willen volgen. Bij de doop van hun kinderen benoemen ze collega's tot peter of meter. Tien jaar geleden durfden mensen nooit op hun werk te zeggen dat ze katholiek waren, laat staan dat ze collega's zouden meenemen naar de bediening van een sacrament. Die vrienden komen graag, ook al zijn ze niet katholiek, want de Tachtigjarige Oorlog is definitief voorbij.

    • Maarten Huygen