EU verbiedt steun aan pomphouder

ROTTERDAM, 4 JUNI. De tijdelijke regeringssteun aan 624 Nederlandse benzinepomphouders in de grensstreek met Duitsland is in strijd met de Europese regels. Dat heeft Europees Commissaris Karel van Miert (mededingingszaken) minister Zalm (Financiën) gisteren laten weten.

Zalm had 126 miljoen gulden gereserveerd voor pomphouders in een strook van 20 kilometer langs de grens met Duitsland. Hun stations lijden verlies van marktaandeel door de accijnsverhoging op benzine en diesel van juli vorig jaar. Hierdoor stegen de pompprijzen met 11 procent en ontstonden grote verschillen met Duitsland. Zalm wilde per ondernemer 220.000 gulden uitkeren over een periode van drie jaar. Van Miert heeft nu laten weten dat de 'minimis'-regel, die kleine overheidssubsidies aan bedrijven toelaat, hier niet van toepassing is. Zalms maatregel kan nadelig uitpakken voor de handel in de Europese Unie en voor Duitse concurrenten, vindt Brussel.

Van Miert vecht ook de Nederlandse stelling aan dat het hier gaat om steun aan individuele bedrijven. De meeste benzinestations kunnen niet als afzonderlijke, onafhankelijke ondernemingen worden beschouwd gezien hun contracten met grote oliemaatschappijen. Ook exploiteert een aantal ondernemers meer tankstations.

Branche-organisatie Beta van de pomphouders protesteert fel tegen de beslissing van Van Miert. “Een aperte onjuistheid”, zegt Beta-voorzitter Schuitema. “De pomphouders zijn in meerderheid zelfstandig ondernemer.” Beta eist compensatie voor deze ondernemers zoals door de regering was beloofd. Een nieuwe regeling zou volgens Beta ook voor de grensstreek met België moeten gelden. De Tweede Kamer stelde vorig jaar een compensatieregeling als voorwaarde voor instemming met de accijnsverhoging.