Dylan vechtend tegen windmolens

Concert: Bob Dylan. Gehoord: 3/6, Waldbühne, Berlijn. 15/6, optreden Dylan met Van Morrison in Ahoy' Rotterdam.

Iedere generatie heeft zijn helden, en Dylan is door de jaren zestig- en zeventig-generatie zo ongeveer heilig verklaard. Hij werd en wordt vereerd als een profeet, een goeroe, een wijze, een levende legende. De generatie die opgroeide in de jaren tachtig zag echter een ouwelijke, knorrige man, die te lui leek om zijn ouderwetse liedjes fatsoenlijk te vertolken.

Gisteravond, toen Dylan zijn Europese tournee begon in Berlijn, begreep ik ineens iets van de aantrekkingskracht die hij op zo veel mensen heeft gehad. In een zwart pak stond hij, een beetje wijdbeens, The Times They Are-A Changin' te spelen. Zo in het echt zag ik hem even niet meer als oude man, maar als de coole jonge gast die hij ooit was, de zanger die met arrogante zelfverzekerdheid de wereld in melodieuze, intelligente liedjes liet weten hoe hij erover dacht, daarmee de gedachten van veel leeftijdgenoten verwoordend. Een eigengereide man die ondoorgrondelijk genoeg was om te intrigeren, maar duidelijk genoeg om te overtuigen.

Er was wel een tripje in de tijd voor nodig, de verbeelding moest even een paar decennia terug. De setting was een amfitheater in Berlijn, een park met hoge tribunes eigenlijk, die neerkijken op het podium. Het publiek, gemiddelde leeftijd hoog in de dertig, keek met de picknickspullen voor zich naar het podium. Het begin was onopwindend. Dylan en zijn vier begeleiders zetten een bluesy rock & roll-nummertje in, klinkend als een leuke kroegband, maar niet spectaculair. Gaandeweg kwam de band meer op gang. terwijl Dylan er duidelijk plezier in had, gitaar spelend met zijn benen een beetje krom overhellend naar de tweede gitarist, terwijl hun gitaarpartijen leuk in elkaar verstrengelden en elkaar versterkten. Soms wat slordig, soms een beetje vals, maar gedreven. Een steelgitarist voegde er fraai lonkende partijen aan toe, terwijl Dylan redelijk bij stem was, soms wat rasperig, soms lelijk overslaand in hoge passages, zo nu en dan lekker snerend.

Op zulke momenten, als hij 'wind' zong als 'wiiiiiind' en 'night' als 'niiiiiiiight' deed hij denken aan de Dylan die meeslepende platen had gemaakt als Blood On The Tracks, Desire en Street Legal. En werd het duidelijk hoezeer zijn invloed nog steeds doorklinkt in de popmuziek, van U2 tot Beck en honderden bandjes er tussenin.

Meer indruk dan deze publieksbehagende songs maakten de gedesillusioneerder nummers van zijn meest recente cd Time Out Of Mind, waarmee Dylan najaar vorig jaar verrassend geïnspireerd voor de dag kwam. Een groot deel van het optreden was in een bezetting van twee akoestische gitaren, mandoline, staande bas en drums. Zowel in die songs als in de met elektrische instrumenten gespeelde waren Dylan en zijn band goed op dreef, vooral in de opzwepende gitaarduels.

De lichtshow was bescheiden, een handvol lampen, Dylans houding evenzeer. Hier stond geen halve god, geen paus van de pop, maar een tamelijk sympathieke man, die mooie maar niet spectaculaire muziek speelde, een beetje somber, een beetje tegen windmolens vechtend. Een man van wie je je kon voorstellen dat hij zich zelf ook ongemakkelijk moet voelen over de overdreven adoratie van zijn fans.

De generatiekloof kwam weer terug toen hij, aan het eind, het uitgekauwde Blowin' In The Wind inzette. Genoeg hippieshit: ik kreeg zin in het snoeiharde weg-met-alles-nihilisme van Atari Teenage Riot - de geluiden die een heel ander Berlijn op zijn kop zetten.

    • Sietse Meijer