Del Piero

Alleen al zijn ogen zijn een genot om naar te kijken. Ze zijn groot, mooi en helder. Ze zijn vol met melancholie. Het is alsof Alessandro Del Piero voortdurend droomt. Wanneer hij wel eens praat doet hij dat zachtjes - schreeuwen past hem niet. Hij is fragiel en onschuldig.

Hij loopt als een danser, verend als op een bed vol bloemen, liefst op rode voetbalschoenen. Al sinds hij 23 jaar geleden werd geboren in Conegliano, bij Venetië, is hij een troetelkind. Van een mooie baby werd hij een mooie jongen. Hij was de mooiste voetballer in de jeugd van San Venderriamo en werd de mooiste voetballer van AC Padua.

Bij Juventus hadden ze al een mooie voetballer, Roberto Baggio. Maar ze wilden er nog een. Dus kocht Juventus in 1993 voor vier miljoen gulden de mooie Alessandro Del Piero. Baggio vertrok, maar Del Piero bleef. Heel langzaam, maar heel zeker groeide Del Piero uit tot de aanvaller die bij Juventus paste. Alex kan voetballen als een engel, maar hij kan ook volledig schuilgaan achter grote mandekkers. Hij maakt een schuwe indruk, lijkt bang voor de boze wereld. Maar wanneer de kleine fijne jongeling uit zijn holletje is gekropen, slingert hij zich brutaal en elegant langs wanhopige verdedigers. Zijn traptechniek is oogstrelend en meestal doeltreffend. Vrije trappen en strafschoppen schiet hij bij voorkeur hoog in het doel. Del Piero, kind van een kunstenaar, gaat voor Italië het wereldkampioenschap versieren. Wie hem diep in de ogen heeft gekeken, weet wat betovering is.