Borst: in commissies euthanasie toch geen verplegend personeel

DEN HAAG, 4 JUNI. Demissionair minister Borst (Volksgezondheid) ziet af van haar eigen suggestie verpleegkundigen op te nemen in de commissies die toetsen of artsen bij euthanasie voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Ze vindt wel dat de arts in voorkomende gevallen vooraf de verpleegkundige vaker moet raadplegen.

Borst heeft dit gisteren de Tweede Kamer geschreven als vervolg op het debat dat zij en haar collega Sorgdrager (Justitie) in maart met de Kamer hadden over de instelling van vijf toetsingscommissies. Kort voor dit debat deed Borst tijdens een verkiezingsbijeenkomst de suggestie deze commissies (met een arts, ethicus en jurist) aan te vullen met een verpleegkundige.

De Kamer reageerde verdeeld op het plan: alleen D66, GroenLinks en PvdA steunden Borst. Sorgdrager was niet overtuigd van de noodzaak. Zij wees er de Kamer op dat het voor een commissie moeilijker wordt om te beslissen als deze een even aantal leden telt. Het kabinet ziet niets in de oplossing om de stem van een jurist de doorslaggevende te maken als de meningen in de commissie gelijkelijk verdeeld zijn, zo schrijft minister Borst nu.

Borst kondigt in haar brief een onderzoek aan naar de rol van de verpleegkundige bij euthanasie. Volgens haar is dit nodig omdat er in de praktijk maar in een (klein) deel van de gevallen een verpleegkundige bij betrokken is. Vaak vindt euthanasie thuis plaats. Mocht uit het onderzoek blijken dat de deelname van de verpleegkundige in de toetsingscommissie nuttig is, dan zal dit opnieuw in overweging worden genomen, zo schrijft Borst.

De vijf regionale toetsingscommissies moeten vanaf 1 november functioneren. Het kabinet verwacht dat door deze commissies, die het openbaar ministerie adviseren over het vervolgen, de bereidheid onder artsen toeneemt om euthanasie of hulp bij zelfdoding bij de lijkschouwer te melden.