Bluebell walk

Als het in Nederland tulpentijd is staan hier in Engeland de bluebells in bloei. Het eerste jaar dat we hier woonden, hoorde ik in januari al hoe mooi het hier dan in het bos is. Sinds ik me een keertje suf gepiekerd heb wat 'boekweit' in het Engels was en het 'buckwheat' bleek te zijn, ga ik er maar vanuit dat de meest voor de hand liggende vertaling best de juiste kan zijn. Begin maart kwamen de eerste blaadjes te voorschijn. “Ja”, dacht ik, “blauwe druifjes.”

Twee maanden later stapten we in de auto voor onze eerste bluebell walk. We reden tussen levende schilderijen door. De weg was net breed genoeg voor één auto. Als we een tegenligger tegenkwamen moest of die auto achteruit rijden, of wij, tot aan een passeerplek, een passing place. De heggetjes aan weerszijden van de weg waren er zo hoog dat het ons elk uitzicht benam: links en rechts een groene muur vol bloemen, net als bij ons de berm, maar dan verticaal.

Mijn Britse vriend stopte om me een wilde orchidee te laten zien, zo mooi. Even later stopte hij weer, reed achteruit tot de ingang van een weiland en zei, “Kijk, een haas!” Onderweg hadden we al veel konijntjes en fazanten gezien, maar hazen zijn hier zo zeldzaam dat mijn vriend er voor achteruit rijdt.

Nu kwamen we bij ons 'Pooh-bruggetje', waar je zo leuk Pooh-sticks spelen kunt: je kiest elk een stokje en laat dat in het water vallen; dan kijk je welk stokje het eerste aan de andere kant onder de brug te voorschijn komt. In het riviertje zwommen vier forellen. “En kijk daar”, zei mij vriend, “een reiger! Die zie je hier haast nooit!”

Even later was het mijn beurt om te roepen: “Stop! Wat is dat?”

“Een das”, zei mijn vriend.

“Ik wist niet dat een das zo groot was”, zei ik. Hij had een mooie dikke vacht met gele strepen. Hij rende zig-zag-snuffelend zijn neus achterna.

Niet veel later parkeerden we de auto. De honden renden uitgelaten door de weilanden de heuvel op. Aan de rand van het bos stond ik stil: “Wat mooi!” zei ik, “wat prachtig!”

De bluebells vormden een dik tapijt van paarse bloempjes. Ik heb wel eens een wit tapijt van lelietjes-van-dalen gezien en daar deed het me aan denken. Maar dit was paarsig, een heel andere kleur dan ik verwacht had. Toen ik dichterbij gekomen was zag ik het: “Maar dit zijn helemaal geen blauwe druifjes!”

“Kijk daar!”, wees mijn vriend. Drie herten schoten tussen de bomen weg. We hebben lang gewandeld in dat paarse bos. Het ligt op een heuvel met een prachtig uitzicht over de groene heuvels en in de verte de zee.

Thuisgekomen heb ik toch maar in mijn woordenboek gekeken: een bluebell is een wilde hyacint.

    • Karen Gerbrands