Angstdromen van Paul de Reus

De kunstenaar Paul de Reus portretteert geen echte mensen, maar typetjes. Ze zijn zo stereotiep mogelijk. “Toch hoop ik altijd dat mensen zich kunnen inleven in de beelden die ik schep', zegt De Reus over zijn tentoonstelling 'Alleen op de wereld' in Arnhem.

De tentoonstelling Alleen op de wereld van Paul de Reus is t/m 9 augustus te zien in het Museum voor Moderne Kunst, Utrechtseweg 87, Arnhem. Di t/m zo 10-17 uur, za-zo 11-17 uur. Tekeningen van Paul de Reus zijn t/m 28 juni te zien bij de Bloom Gallery, Bloemstraat 150, Amsterdam. Di t/m za 13-18 uur, zo 7 juni 14-17 uur.

Ze voldoen niet bepaald aan de heersende schoonheidsidealen, de mannen en vrouwen die door Paul de Reus zijn gebeeldhouwd. Ze zijn reusachtig dik, extreem dun, of oud en gerimpeld. Ze gaan gekleed in slechtzittende pakken die hopeloos uit de tijd zijn en dragen grote brillen met donkere monturen. Vaak zijn het een beetje zielige figuren, zoals de vertegenwoordiger die uitgeteld op de grond ligt. Zijn hoofd rust op zijn aktentas en zijn slappe geslacht bungelt uit zijn opengeritste gulp. Een straaltje sperma loopt langs zijn broek naar beneden.

Ook de man die als ik-figuur aan het woord komt in de korte tekst die Paul de Reus schreef voor de catalogus bij zijn tentoonstelling Alleen op de wereld in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, heeft iets meelijwekkends. Dag in dag uit gaat hij met de bus naar zijn werk, waar hij slaafs meedoet met de grappen van zijn collega's: “In de koffiepauze bemoeiden wij ons echt met elkaar. Tastbare feiten natuurlijk. Vakantie, huis, tuin, vrouw en kinderen. Cursus, promotie en salaris en nog een mop over een collega, die niet aan zijn trekken kwam.” Met scherpe blik observeert De Reus hoe wij als mensen met elkaar omgaan.

Het zijn geen bestaande mensen die De Reus portretteert, maar typetjes, zoals je die ook tegenkomt in televisieprogramma's als Jiskefet en Van Kooten en De Bie. De wat onbeholpen techniek - de beelden hebben erg grote hoofden - draagt alleen maar bij aan het karikaturale uiterlijk van de figuren. “De meeste van mijn figuren zijn erg clichématig”, beaamt De Reus. “Ik beeld vrouwen bijvoorbeeld vaak af met lang haar en een jurk, dus zo stereotiep mogelijk. En mijn mannen zijn bijna altijd in een pak gekleed. Dit om duidelijk te maken dat het mij niet gaat om het uitbeelden van karakters of het maken van portretten. Toch is het niet mijn bedoeling om karikaturen te maken. Ik hoop altijd dat mensen zich kunnen inleven in de beelden die ik schep.”

Een bejaarde man en vrouw leunen tegen elkaar aan, met hun ouderwetse brillen als steunpunt. Naakt en kwetsbaar staan ze in de museumzaal, met afhangende schouders en uitgezakte buiken en borsten. Het beeld, dat eerder dit jaar te zien was op de tentoonstelling Unlimited nl. in De Appel, is volgens De Reus niet gemaakt om medelijden op te wekken. “De mensen die ik uitbeeld, zijn geen underdogs. Ik vind juist dat ze midden in de wereld staan. Ik ben altijd een beetje jaloers op oude mensen, omdat zij rustig op een bankje kunnen zitten en zichzelf kunnen zijn, zonder dat ze bekeken of beoordeeld worden. Ik vind het wel iets moois hebben, die vergeestelijking van de liefde. Ze zijn bevrijd van schoonheidsidealen en gaan helemaal in elkaar op. Voor mij zijn die brillen heel belangrijk, die symboliseren de versmelting tussen de twee.”

De tentoonstelling in Arnhem, waar de beelden, foto's en tekeningen die De Reus de afgelopen jaren maakte in drie museumzalen bijeen zijn gebracht, omvat ook werken die niet zijn terug te voeren op een stereotiep mensbeeld. Zo lijkt het zwarte meisje dat horizontaal door de koepelzaal zweeft, afkomstig uit een fantasiewereld of een boosaardig sprookje. Haar lichaam is van top tot teen bedekt met vliegen, maar in plaats van er hinder van te hebben lijkt ze gebaat te zijn bij de hulp van de insecten. De Reus: “Iedereen kent wel die tragische foto's uit de derde wereld van broodmagere kindjes die bedekt zijn met vliegen. Die foto's raken ons nauwelijks meer, dus heb ik het op deze manier uitgebeeld. Ik vond het een leuk idee om die vliegen iemand te laten vliegen, juist omdat die kinderen zo licht zijn. Ik had ook een beeld kunnen maken van een uitgemergeld Afrikaans kindje, maar dat zou hypocriet zijn. Ik ga daar toch ook niet heen om die mensen te helpen?”

De beelden van De Reus zijn niet altijd even prettig om naar te kijken. Niet alleen omdat de kunstenaar ons op een heel directe wijze confronteert met de minder mooie kanten van onze samenleving, maar ook omdat hij daarbij vaak gebruik maakt van onsmakelijke beelden. Twee jaar geleden toonde hij in de Bloom Gallery een besmeurde matras waaruit tientallen levensechte rubberen wormen kropen, aangedreven door kleine motoren. In Arnhem staat in een hoekje van de museumzaal een grote, glimmende, rode appel, waaruit een hap is genomen. Wanneer je er langs loopt begint een dikke worm zich langzaam een weg in de appel te boren. De Reus: “Je hebt allemaal wel eens van die angstdromen dat je opeens in je woonkamer een hartinfarct krijgt en doodgaat. Dat de post zich wekenlang opstapelt en je vrienden denken dat je op vakantie bent. En dat je pas gevonden wordt als de stank niet meer te harden is. Dat is typisch voor onze moderne wereld, waar iedereen zich alleen met zichzelf bemoeit.”

Gelukkig valt er op de tentoonstelling ook veel te lachen. Neem het Zuigdier, een uit stofdraden gemaakte kinderlijke tekening van een poppetje op de muur, dat met zijn haren een afzuigkap wordt ingetrokken en met zijn voeten in een stofzuigerslang verdwijnt. In dezelfde ruimte hangt aan het plafond een ventilator waarvan de wieken als slappe slablaad-jes naar beneden hangen. En even verderop moet je je een weg banen door een omgekeerd bos waarbij de bomen en grassprietjes uit het plafond lijken te groeien.

Humoristisch is ook de vloersculptuur Gezin (1997) die bestaat uit een vader, een moeder en een baby die uitgeblust en vormeloos op de grond liggen. Ze hebben geen lichaam en bestaan louter uit kleren en hoofden die gevangen zitten in een wijnfles, een koffiepot en een kinderbeker, waaruit de bijbehorende dranken over de kleding heen zijn weggevloeid. “Toen ik dat beeld maakte, hadden veel mensen uit mijn omgeving net een kind gekregen. Als ik op bezoek kwam, waren ze helemaal afgepeigerd. Ze vertelden dan dat ze nachten niet hadden geslapen. In mijn beeld zijn de gezinsleden ook letterlijk leeggelopen.” Tegelijkertijd staan de koffie en de wijn ook voor gezelligheid. Want hoewel het beeld dat Paul de Reus van de menselijke communicatie schetst niet rooskleurig is, zijn de situaties waarin zijn personages zich bevinden niet uitzichtloos. Niet voor niets heeft De Reus zijn tentoonstelling de titel Alleen op de wereld gegeven. Ook in dat wereldberoemde verhaal van Hector Malot liep het met Remy uiteindelijk goed af.

    • Sandra Smallenburg