Albanië wil hulp voor vluchtelingen

TIRANA, 4 JUNI. Plaatselijke autoriteiten in het noorden van Albanië en internationale hulporganisaties hebben gisteren dringend om meer hulp gevraagd om het snel toenemend aantal vluchtelingen uit Kosovo te kunnen opvangen.

Gisteren alleen al kwamen tweeduizend Albanezen, op de vlucht voor het geweld van de Serviërs in Kosovo de Albanese grens over. Sinds het weekeind zijn het er elfduizend. Drieduizend anderen zijn op weg naar de grens. Bovendien groeit het aantal Albanezen dat vanuit Kosovo de grens met het zuidelijke buurland Macedonië over vlucht. Hun aantal wordt over de afgelopen dagen op vier- tot zesduizend geschat. Verder zijn binnen Kosovo zelf volgens een schatting van de VN-hulporganisatie UNHCR zeker 42.000 Albanezen op de vlucht voor het geweld. Zij zijn in het westen van Kosovo, waar de Serviërs hun offensief concentreren, de heuvels ingevlucht. De Serviërs stuurden gisteren teams van de UNHCR terug toen die naar de steden Pec en Decani wilden reizen.

Volgens de autoriteiten in het bergachtige noorden van Albanië is de beschikbare voedselhulp van 25 ton niet voldoende om de vluchtelingen te kunnen opvangen. De UNHCR liet gisteren weten dat de meeste vluchtelingen “geestelijk en lichamelijk uitgeput zijn” na voetreizen van soms enkele dagen. Drie vluchtelingen bezweken gisteren van uitputting na hun aankomst in Albanië.

De Albanese premier Fatos Nano vroeg gisteren in een brandbrief de secretaris-generaal van de NAVO, Javier Solana, om humanitaire hulp voor de vluchtelingen. De mogelijkheden van Albanië zelf, aldus Nano, zijn begrensd en zo goed als uitgeput.

Niet bekend

Het Servische blad Dnevni Telegraf meldde gisteren dat ongeveer honderd Servische politiemannen zijn ontslagen omdat ze weigerden in Kosovo te gaan vechten.

De Albanese regering beschuldigde gisteren het bewind in Belgrado van uitvoering van een “Bosnische strategie” in westelijk Kosovo. De Albanese minister van Buitenlandse Zaken Paskal Milo zei in Tirana dat “men niet langer kan spreken van een beginnend conflict”, maar dat “het om een oorlog gaat”. Milo sprak van “genocide” tegen de Albanezen van Kosovo. “Als dit conflict explodeert zoals het dat nu doet, zal het in de toekomst gebeurtenissen scheppen die veel erger en veel pijnlijker zijn dan in Bosnië”, aldus Milo. (Reuters, AP, AFP)