WIM HOFMAN; Somber en weerbarstig schrijver

In de kinderboeken van Wim Hofman (1941) leven weerloze kinderen in een wrede onverschillige wereld. In Zwart als inkt, dat gisteren de Gouden Griffel kreeg toegekend, wordt Sneeuwwitje zelfs vermoord door haar bloedeigen moeder. Maar erger nog zijn haar 'pleegouders', de Zeven Dwergen. Zij kijken nauwelijks naar haar om en sluiten haar op in hun huisje.

De bedachtzame, vriendelijke Hofman beschrijft de kindertijd vaak als een enge gevangenis. Zijn dromerige personages worden steeds weer gekneveld, verwaarloosd en mishandeld. Ze dromen allemaal van vluchten en van het maken van een verre reis.

Hofmans eigen jeugd moet ook zo zijn geweest. Hij werd geboren in het Zeeuwse Oostkapelle. Zijn vader was een katholieke ketellapper. Hofman groeide op in het door de oorlog verwoeste Vlissingen; ervaringen die hij verwerkte in Het vlot (1989).

Omdat hij missionaris in Afrika wilde worden, ging hij op zijn twaalfde naar het klein-seminarie te Sterksel. Bij de Witte Paters las hij veel Engelse schrijvers als Edward Lear en Lewis Caroll. Als leerling-pater maakte Hofman melige toneelstukjes waarin hij bijvoorbeeld een naakte bisschop opvoerde. De paters waren niet gecharmeerd van Hofmans speelse geest. In 1965 werd hij uit de orde gezet.

Hofman ging op eigen gelegenheid naar Afrika. Zijn verblijf in Oeganda en Tanzania in 1968 viel echter tegen. Hij keerde terug naar Vlissingen en werd adjunct-directeur bij de Zeeuwse Culturele Raad. Hij trouwde en kreeg twee kinderen.

In 1969 verscheen zijn eerste boek, een verhalenbundel met de barokke titel: Welwel, de zeer grote tovenaar en zes andere doldwaze verhalen over ridders, tovenaars, matrozen, krentebollen, cowboys en Indianen en over een planeet. In 1971 schreef hij Koning Wikkepokluk de merkwaardige zoekt een rijk, een complex fantasie-verhaal dat volgens Hofman over de nutteloosheid van het leven gaat. Vanaf 1976 schreef hij enkele realistische 'probleemboeken', zoals Wim. In de jaren tachtig wisselde Hofman realistisch werk als Straf en andere verhalen (1985) af met eenvoudige maar geniale boekjes voor jonge kinderen, als Aap en Beer (1983). Nu doet hij van alles, van ABC-boekjes tot zwarte sprookjes.

Het oeuvre van Hofman is somber, vaak zonder een sprankje hoop. In Roodkapje bijvoorbeeld, komt het meisje veilig thuis, maar ze blijft last hebben van nachtangst. In een interview met Vrij Nederland zei Hofman vorig jaar: “De gedachten aan wat je hebt meegemaakt neem je altijd mee. Daarom geloof ik ook niet dat het ooit goed komt met Roodkapje of Sneeuwwitje. Sommige dingen komen niet meer goed.”

Hofmans werk heeft een volstrekt unieke stijl. Hij heeft een grillige fantasie, een geweldig gevoel voor humor en hij springt vrij associatief met de taal om. Zijn lievelingsboek is niet voor niets de taalkundige puzzel-omnibus Finnegans Wake van James Joyce. In Klein Duimpje (1991) onderbreekt hij plotseling de duistere beschrijving van hongerende kinderen in een bos voor een soeprecept. Even later laat hij de vrouw van de reus allerlei vuil in de soep te gooien: “Een stukje van de mat, haren van de kat, een stukje oude krant met berichten van een brand, pasgeboren olifant, bomaanslag in Baskenland.”

De illustraties van dubbeltalent Hofman zijn net zo belangrijk als zijn teksten. Zij ademen ook precies dezelfde sfeer. Hofman is geïnspireerd door de Afrikaanse primitieve kunst en de kinderlijke schilderijen van de CoBrA-groep. Een keuze van zijn tekeningen en schilderijen staat in het schitterende jubileumboek De Kleine Hofman (1991).

Hofman ontvangt doorlopend prijzen. Zijn prijzenkast bevat twee Gouden Penselen, twee Gouden Griffels, drie Zilveren Griffels, de Nienke van Hichtumprijs, de Woutertje Pieterseprijs, en de Theo Thijssenprijs; het broertje van de P.C.Hooftprijs. Hij behoort tot de grote schrijvers van de na-oorlogse jeugdliteratuur.

Al deze lof betekent niet dat Hofman ook een populaire schrijver is. Veel kinderen houden niet van zijn sombere, weerbarstige stijl. Hofman heeft zelf ook gezegd dat hij schrijft voor een kleine elite van kinderen. Dat maakt hem tot de James Joyce van de Nederlandse jeugdliteratuur: veel geprezen maar weinig gelezen.

    • Wilfred Takken