Tranen bij Multatuli

Heeft Max Havelaar Multatuli geschreven of is het precies andersom? Veel eerstejaarsstudenten hebben moeite met het beantwoorden van die vraag, zo blijkt uit een onderzoek van de Leidse universiteit.

Wellicht kan dit 'probleem' worden opgelost door al in het basisonderwijs aandacht aan het werk van Multatuli te besteden, zoals dat aan het eind van de vorige eeuw gebeurde. In die tijd gingen natuurlijk veel minder kinderen naar de middelbare school. De schrijver Willem Walraven (1887-1943) hield aan die vroege kennismaking een levenslange verering voor Multatuli over. In een brief van 25 mei 1939 vertelde hij hoe de hoofdonderwijzer, 'meneer Koenraad', veertig jaar eerder in de hoogste klas 'De Japansche Steenhouwer' las en daarbij de ogen niet droog hield.

Het hoofd van de openbare school in Dirksland, die door zijn leerlingen met 'mesjeu' werd aangeduid, noemde wel de naam van Eduard Douwes Dekker, maar niet die van Multatuli.

“Dus ontdekte ik pas later, dat die E.D.D. en Multatuli één en dezelfde persoon waren, en ik ontdekte ook, hoe weinig de persoon van meneer Koenraad in overeenstemming was met de figuur en de werken van den man, dien hij blijkbaar tot ontroerens toe vereerde. En dat was zoowat mijn eerste kennismaking met de hypocrisie op aarde.”

Geregeld dreef Walraven de spot met zijn vroegere leermeesters. Over hun lessen liet hij zich prijzend uit, maar hij ergerde zich aan hun standsgevoel. Dat bleek in de klas, waar zij de kinderen van beteren huize ('met de hooge stoep en de barometers in de marmeren gang') in de voorste banken lieten zitten en hen ook op andere wijze voortrokken.

De eerste vijf jaar van zijn korte schoolloopbaan zat Walraven in de klas van 'meester' Binkhorst die hij, in De Indische Courant van 12 januari 1935, met gevoel voor detail portretteerde. “Hij was een uitstekende onderwijzer, maar een pedant van het eerste water. Hij wist letterlijk alles, ook wanneer hij het niet wist.”

De 'meester' had nogal wat liefhebberijen, zoals houtbewerking en het vervaardigen van allerlei voorwerpen. Hij 'greep plastisch toe', zo gauw hij ergens een klompje klei gewaar werd. Ook fotografeerde hij al, wat destijds heel modern was. “Op school had hij een verzameling van de meest uiteenloopende zaken, zooals foelie, eikels, beukennootjes, Limburgsche klei en zandsteen, gedroogde planten, en ik weet al niet wat meer.”

Binkhorst, zoon van een arme schoenmaker uit Numansdorp, had meer weg van een ambachtsman dan van een onderwijzer. Tot zijn vaardigheden behoorden ook het harden van ijzer in vuur, galvanisch verzilveren en vergulden, polijsten, boekbinden, bouwkundig tekenen en stoelen matten. Vandaar dat hij steeds een duimstok bij zich droeg. “Hij stond letterlijk voor niets, maar hij bleef natuurlijk in alle dingen een dilettant. De hoofdacte behaalde hij niet.”

De onderwijzer was bijzonder trots op een paar historische kaplaarzen, die hij niet alleen aantrok wanneer hij ging schaatsen, maar zelfs tijdens een zomerse fietstocht. Walraven herinnerde zich dat Binkhorst die laarzen ook droeg toen hij op 31 augustus (in die tijd nog Koninginnedag) met hem en een timmerman de toren van de hervormde kerk beklom om de vlag naar beneden te halen. Verder was hij voorzien van een grote stallantaarn uit angst te verdwalen en toonde hij zich zeer bezorgd over de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. “Hij achtte het een gevaarvolle onderneming, waard om geboekstaafd te worden in zijn latere biografie.”

Met verbazing keek Walraven terug op een ontmoeting met Binkhorst, toen hij zelf al in de hoogste klas zat. Hij had een platte liniaal van 15 cent nodig en besloot die te gaan kopen in de kantoorboekhandel die ook door Binkhorst gedreven werd. Er was echter nog maar één liniaal waaraan bovendien een splinter ontbrak. De meester nam een schaaf, maakte daarmee de meetlat recht en verkocht deze voor 12 cent. Walraven verwonderde zich niet zozeer over de korting als wel over de 'toonbankallures' van de onderwijzer en de zoetsappige toon die hij tegen zijn 'klant' aansloeg.

Multatuli zou Walraven de gelegenheid geven op subtiele wijze wraak te nemen op de schoolmeesters. Als zijn zoon Wim beschuldigd wordt van plagiaat, nadat hij bij het maken van een 'vrij' opstel de Saïdjah en Adinda-geschiedenis heeft gekozen, begeeft hij zich woedend naar de school. Hij laat zijn zoon met potlood en papier apart zetten en geeft hem de opdracht alles te noteren wat hij van dat onderwerp weet. Tot verbijstering van de onderwijzeres blijkt de jongen na een half uur bijna het hele verhaal opgeschreven te hebben. Hij kende het, net als zijn vader, uit zijn hoofd.

    • Frank Okker