Te ver doorgeschoten

Niet zo lang geleden kon iemand die nu van middelbare leeftijd is, er nog trots op zijn als hij, en zeker zij, de jaren zestig bewust had meegemaakt.

Was zo iemand in de meidagen van '68 in Parijs geweest, dan kon hij bij wijze van spreken niet meer stuk, als een veteraan van de Slag bij Waterloo. Heeft Elco Brinkman destijds niet vermeld dat hij nog 'zijdelings' bij de bezetting van het Maagdenhuis betrokken is geweest? Intussen staat de periode ook alweer een paar jaar bloot aan een pijnlijke herwaardering. Wie was goed, wie was fout in de jaren zestig? Goed was al het anti-autoritaire; fout het tegendeel. Dat verandert. Het gezag van toen heeft misschien meer gelijk gehad dan het gezag zelf toen dacht. De oudstrijders en hun bewonderaars en sympathisanten staan bloot aan een nieuw historisch onderzoek, van het soort dat uitdraait op de eis om schuld te bekennen, zoals van de ex-communisten wordt verwacht. De veteranen kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor alles wat op straat niet deugt, van moord en doodslag tot wildplassen.

Ons probleem met de jaren zestig is niet dat er toen 'vrijheden zijn bevochten' (die uitentreure zijn opgesomd), maar hoe die daarna zijn gebruikt. Men wil alle kwaad van deze tijd weleens verklaren door te zeggen dat 'de tolerantie te ver is doorgeschoten', alsof dit doorschieten een natuurverschijnsel is. Maar het resultaat van de jaren zestig is in ieder geval niet geweest, dat de regering en de politie werden opgeheven. Wie nu de schuld geeft aan de dames en heren die dertig jaar geleden jong waren, komt laat tot die conclusie en verzuimt de medeplichtigen te noemen, de kabinetten, de overheden, de politici die de kwart eeuw daarna aan het bewind zijn geweest. Die waren erbij toen het 'doorschieten' zich voltrok. Het probleem van de jaren zestig ligt in wat daarop is gevolgd.

Nederland is niet het enige land waar over deze recente geschiedenis wordt nagedacht. De Duitsers hebben met hun Rote Armee Fraktion ook veel om te herdenken en over na te denken. De Amerikanen niet minder, want daar is het begonnen: eerst de Beat Generation, toen de Berkeley Free Speech Movement, de sit-ins tegen de rassenscheiding, de vier doden van Kent State University, de rellen bij de Democratische Conventie in Chicago en voortdurend de oorlog in Vietnam. Overal in Westerse landen die de jaren zestig hebben beleefd, probeert men de balans op te maken, en overal vraagt men zich af 'hoe het zover heeft kunnen komen'. De aandacht verschuift van de winst uit die tijd naar het verlies.

Een vergelijking. Vorige maand is in Californië Theodore Kaczynski, bekend als de Unabomber, veroordeeld tot vier maal levenslang plus nog eens dertig jaar gevangenisstraf. Kaczynski verstuurde bombrieven aan geleerden in de technische en de natuurwetenschappen, omdat hij van mening was en nog is, dat de wetenschap 'te ver was doorgeschoten'. Bij zijn waarschuwingen aan de mensheid heeft hij op deze manier drie mensen vermoord. Je zou Kaczynski kunnen beschouwen als een te ver doorgeschoten cultuurcriticus. Een van zijn slachtoffers, de computerdeskundige David Gelernter, raakte zwaar gewond. Over deze aanslag, zijn herstel, zijn belager en zijn kijk op de maatschappij heeft hij een boek geschreven, Drawing Life, Surviving the Unabomber (The Free Press, New York 1997). Het is een meeslepend essay van iemand die erbij is geweest; het requisitoir van een slachtoffer. Gelernter is van mening dat de Unabomber het product is van een cultuur die dit terrorisme heeft voortgebracht, waarna deze cultuur er nu in slaagt de daders niet als gewone moordenaars, maar als ontspoorde idealisten te behandelen. Dat deel van zijn boek ontwikkelt zich tot een geharnaste cultuurkritiek. Hij beschouwt zijn verminkte lichaam als symbolisch voor de beschadigde samenleving. Dit kan, zo samengevat, melodramatisch klinken; zijn boek is dat niet, en evenmin hoort het tot het genre van het 'gemopper'. Gelernter schrijft zonder zelfbeklag, een snijdende stijl, uitdagend, tergend voor degenen die hij als de vijand van het fatsoen beschouwt (en dat zijn voor hem de meesten). Zijn boek is een beredeneerde backlash. Er waren critici die vonden dat Gelernter, bij al zijn recht van spreken, was 'doorgeschoten'. De Unabomber, schreven ze, is niet een automatisch gevolg van de jaren zestig-cultuur, maar een pathologische uitzondering. Daarmee bereikte het debat een eindpunt dat doet denken aan de manier waarop hier de discussie kan stranden.

Als men zich verdiept in de oorzaak van een ongewenste toestand, en wie daarvoor ter verantwoording moet worden geroepen, is dat iets anders dan wanneer men zich afvraagt wat eraan kan worden gedaan. Het ene is geschiedenis, het andere politiek. De twee problemen kunnen verward raken als degenen die voor de schuldigen van toen worden gehouden, de politici van nu zijn. Maar daar heeft de maatschappij in haar dagelijks leven niets mee te maken. Die wil eerst worden verlost van de ongewenste toestand.

Amerika is Nederland niet. Wij hebben geen Unabombers. Ons grootste vraagstuk op het gebied van de openbare veiligheid zijn de jongens die zich op stapavonden een stuk in hun kraag drinken en elkaar te lijf gaan. Kinderen van de kinderen van de jaren zestig, slachtoffers van de 'te ver doorgeschoten individualisering', producten van de vrije markt, het neoliberalisme? Interessante vragen, maar welk antwoord er ook op wordt gegeven, het maakt de heren niet vreedzamer en de straat niet veiliger.

Natuurlijk, de daders worden opgespoord en krijgen straf. Daarin verschilt Nederland niet van andere landen. Hoe komt het dan dat wij ons steeds ongeruster maken over meer levensgevaarlijke kloppartijen? Onze informele opvoeding tot agressiviteit verschilt niet van die in andere Westerse landen. Zou het niet komen doordat hier een subsekte van de jaren zestig, de flowerpower zich nog heeft gehandhaafd? Wij zijn het enige land waar eventueel toekomstige daders worden afgeschrikt door agenten met lieveheersbeestjes. Symbolisch als de verminking van Gelernter, maar dan voor een lieve en ludieke overheid die dertig jaar geleden tot de idealen hoorde. De deeltijd-onderwereld van de stapavond weet instinctief dat de bui overdrijft, en dan wordt het weer tijd voor de volgende twee minuten stilte en een gedenkplaat.