Starr voert druk op in affaire Monica Lewinsky

WASHINGTON, 3 JUNI. Kenneth Starr, de onafhankelijke aanklager die president Clinton aan een strafrechtelijk onderzoek onderwerpt, voert de druk op de president verder op. Gisteren vroeg Starr het Hooggerechtshof met spoed te beslissen of hij advocaten van het Witte Huis en agenten van de veiligheidsdienst kan dwingen om over Clinton te getuigen.

Gisteren werd ook bekend dat Monica Lewinksy haar advocaat, de omstreden William Ginsburg, heeft vervangen door twee ervaren Washingtonse strafpleiters, Jacob Stein en Plato Cacheris. De nieuwe advocaten zullen naar verwachting proberen een overeenkomst met Starr te bereiken. In ruil voor haar getuigenis over de vraag of ze een verhouding met de president had, zou Lewinsky vrijgesteld kunnen worden van strafvervolging. Zowel Clinton als Lewinsky heeft in het proces van Paula Jones onder ede ontkend een seksuele relatie te hebben gehad. Starr onderzoekt nu of er sprake was van meineed, aanzetten tot meineed, of het tegenwerken van de rechtsgang.

Starr schreef gisteren aan het Hooggerechtshof dat de Lewinsky-zaak in het belang van de natie snel opgelost moet worden. Hij noemde pogingen van Clinton om te verhinderen dat advocaten van het Witte Huis over hem getuigen, afgezien van het Watergate-schandaal ongeëvenaard in de Amerikaanse geschiedenis. “Nog meer maanden van langdurig procederen is schadelijk voor het welzijn van het land”, aldus de aanklager. Het is daarom van belang dat zo snel mogelijk “aanklachten volgen, mogelijke rapporten over impeachment-procedures worden uitgebracht en besluiten om niet tot vervolging over te gaan worden bekendgemaakt.”

Maandag liet Clinton weten dat hij geen beroep meer zal doen op het zogeheten executive privilege (het recht van een president om bepaalde informatie in het landsbelang geheim te houden), om te voorkomen dat zijn medewerkers Bruce Lindsey en Sidney Blumenthal verhoord kunnen worden over gesprekken die hij met hen voerde over de Lewinsky-zaak. Wel zal Clinton een beroep doen op het zogeheten attorney-client privilege, het recht van een advocaat om over gesprekken met zijn cliënt het zwijgen te bewaren. Starr stelt dat advocaten van het Witte Huis, onder wie Lindsey, werken voor de overheid en niet, zoals de persoonlijke advocaten van de president, voor Bill Clinton. Starr wil dat het Hooggerechtshof over deze kwestie een uitspraak doet, met voorbijgaan aan het Hof van Beroep. Clinton wil dat het Hof van Beroep niet wordt overgeslagen.

Ook de vraag of agenten van de Secret Service, die waken over de veiligheid van de president, gedwongen kunnen worden om te getuigen wil Starr aan het Hooggerechtshof voorleggen. Alleen de opperrechters, aldus Starr, “hebben het morele gezag en de publieke geloofwaardigheid om een definitieve uitspraak te doen over wat volgens de Secret Service duidelijk een zaak van leven en dood is.” De directeur van de beveiligingsdienst, Merletti, betoogt dat presidenten veiligheidsagenten op grotere afstand zullen houden als ze niet kunnen rekenen op hun volledige discretie, wat het voorkomen van aanslagen op het leven van de president zal bemoeilijken. In een brief heeft ex-president Bush die redenering onderschreven.

Starr schrijft dat hij verschillende geloofwaardige aanwijzingen heeft dat leden van de Secret Service in en rond het Witte Huis zaken gezien of gehoord hebben over de vermeende affaire tussen Clinton en Lewinsky.