ROD STEWART

Rod Stewart: When We Were The Young Boys (Warner 9362 46792)

Met een geföhnd hoofd kun je geen rock'n'roll zingen. Rod Stewart spoelde zijn permanentje eruit en keert op zijn nieuwe cd When We Were The Young Boys terug naar de rauwe stijl van oude successen als Stay With Me, met gitaren als roestige scheermessen en een stem van gekreukt schuurpapier. Met jeugdige overgave waagt hij zich aan Oasis' Cigarettes And Alcohol en Rocks van Primal Scream, alsof hij die jonge broekies nog één keer wil voordoen hoe het moet. Zoiets kan lachwekkend uitpakken, zoals Prince's Kiss door Tom Jones, maar bij de 53-jarige Stewart werkt het zo goed dat Oasis' origineel verbleekt en Primal Screams vuige tekst over hoeren en junkies aan geloofwaardigheid wint, gezongen door een man die van seks, drugs en rock'n'roll een carrière heeft gemaakt. Niet alle nummers pakken even goed uit. Zo neigt het van Nick Lowe geleende liefdesliedje Shelley My Love naar vals sentiment en moet Stewart zijn meerdere erkennen in zangeres Skin van Skunk Anansie als hij Weak de hoge noten niet haalt. Met een verrassend bescheiden cover van Ron Sexsmiths Secret Heart en een ouderwets ongepolijste versie van The Faces' Ooh La La is het niettemin Rod Stewarts beste cd in jaren.

    • Jan Vollaard