Randstad krijgt eerste 'technocentra' beroepsopleidingen

ROTTERDAM, 3 JUNI. Vijf steden, waarvan vier in de Randstad, krijgen als eerste een zogeheten technocentrum. In deze gespecialiseerde opleidingsinstituten komen geavanceerde computers en apparatuur te staan. Studenten, scholieren en werknemers moeten in die centra voorkomen dat ze een technische kennisachterstand krijgen.

Dit blijkt uit een notitie van het ministerie van Onderwijs, waarover het nieuwe kabinet zich zal buigen. Het gaat om vijf centra in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen/Leeuwarden. In totaal is er een half miljard gulden mee gemoeid.

Zowel de 46 scholen voor middelbaar beroepsonderwijs (MBO) als hogescholen en universiteiten hebben nu te weinig geld om hun apparatuur even snel te vernieuwen als bedrijven. De kennis van hun studenten blijft dus achter, erkent het ministerie. Die opleidingen moeten hun studenten dan naar de technocentra sturen.

De eerste vijf 'voorloper-technocentra', zoals ze op het ministerie van Onderwijs heten, zullen pas over een paar jaar echt worden geopend; eerst moet het nieuwe kabinet de voorstellen nog goedkeuren. Daarna zullen twaalf andere technocentra volgen. De BVE-raad, die onder andere MBO-opleidingen vertegenwoordigt, vreest dat veel gebieden zullen achterblijven, aldus een woordvoerder. “Er zijn veel meer regio's waar behoefte is aan een technocentrum, bij gebrek aan andere voorzieningen. Als het hierbij blijft, kunnen studenten in bijvoorbeeld Sittard nergens terecht.”

De vijf steden maken de grootste kans te worden uitgekozen als 'voorloper', omdat de MBO-opleidingen, de Arbeidsvoorziening en bedrijven in die regio's als eerste een voorstel voor oprichting van een technocentrum hebben ingediend, aldus de woordvoerder van het ministerie. Bovendien is de werkloosheid en het aantal jongeren dat zonder diploma de school verlaat, het grootst in de Randstad, aldus de woordvoerder.

Het vorige kabinet heeft toegezegd 2,2 miljard gulden uit te trekken voor de verbetering van de 'kennisinfrastructuur. Elk technocentrum kost volgens het ministerie aanvankelijk zo'n tweehonderd miljoen gulden, waarvan het rijk de helft betaalt. De overige investeringskosten dragen gemeente, de scholen en lokale bedrijven, zo verwacht het ministerie.