Ouderen markt op voor hun zorg

Steeds meer ouderen zijn gedwongen zelf te gaan 'shoppen' om zich in de nadagen van hun leven van voldoende zorg te voorzien. “Ik wou dat het nageslacht eens iets voor ons deed.” Een computer tegen de eenzaamheid en een wachtlijst voor de aanleunwoning.

DEN HAAG, 3 JUNI. Bij de lezing over Internet verslapt de aandacht. De witte hoofden in het schip van de kerk, veelal keurig gekapt, beginnen te draaien. De gebrandschilderde ramen en het bewerkte houten dak winnen het van de 'e-mail', 'internetproviders' en 'websites' die uit de luidsprekers schallen. Een gestage colonne naar de toiletten komt op gang. Toch spitsen sommigen de oren bij de praktijkvoorbeelden van ouderen op het Internet. “Wat te denken van de dame van over de tachtig die met een partner in Italië een spelletje bridge speelt? Of de oma die dagelijks via e-mail contact heeft met haar kinderen en kleinkinderen overzee?”

Een gratis bijeenkomst gisteren in de Grote Kerk in Den Haag, bedoeld voor “jonge ouderen, oude ouderen en zeer oude ouderen”, trok meer dan vijfhonderd bezoekers. Het Haagse Netwerk Geriatrie moest vierhonderd andere belangstellenden weigeren omdat ze anders zouden moeten staan. Het netwerk, een van de vier in Nederland, moet met een driejarige subsidie van het ministerie van Volksgezondheid de lappendeken aan voorzieningen voor ouderen overzichtelijker te maken. Den Haag heeft zo'n 114 verschillende zorginstellingen die zich allemaal (deels) richten op zorg voor bejaarden. In de Grote Kerk ontmoetten zij hun klanten. Voor het eerst stonden de partijen op de Haagse zorgmarkt tastbaar tegenover elkaar.

Wat wil de bejaarde? In de eerste plaats: Meer geld, zo blijkt. Gaan 'internetten' om de vereenzaming tegen te gaan? Veel aanwezigen vinden het een nogal wereldvreemd idee. “Veel te duur”, zegt een 78-jarige vrouw die leeft van een AOW-uitkering. “Dan heb ik liever een fiets.” F.H. Tjaden (69), voormalig hoofd documentatie bij de landmacht, heeft al een computer, al wordt die nu uitsluitend gebruikt door zijn kleinzoon van acht. Hij hoopt te kunnen gaan internetten om “wat contacten te leggen met anderen”. Tjaden: “Misschien met mijn broer. Die woont in Amerika.” Hij staat in de rij bij de stand van de stichting SeniorWeb (http://www.seniorweb.nl) om te vragen hoe hij internet kan kopen en of hij korting krijgt.

De meeste aanwezigen in de kerk zijn vrouw en autochtoon. Sommigen komen vooral voor de gezelligheid; de liedjes in de pauze en een handtekening van Tante Lien (Wieteke van Dort). “Je zou het niet zeggen”, zegt een hoogbejaarde vrouw in een elektrische rolstoel, “maar ik ben al 32 jaar.” Veel anderen zijn bezig zich actief voor te bereiden op de afhankelijkheid. Mevrouw C. Kempff (78) woont zelfstandig en heeft geen hulp. “Ik kan de ramen nog zemen en de trap nog op. En als ik 80 ben krijg ik een pas van de taxibus.” Maar ze piekert er wel over hoe het verder moet als ze hulpbehoevend wordt. “Het wordt steeds moeilijker om hulp te krijgen. Mijn twee zussen hebben een hulp, maar als die op vakantie zijn zitten ze weer zonder.”

C. Janssens (75) woont alleen in een seniorenwoning - met lift en intercom - en zou graag de zekerheid hebben dat ze terug kan vallen op een hulporganisatie als ze ziek wordt, bijvoorbeeld voor maaltijden. Maar dat is duur. Een man uit het publiek informeert of bejaarden korting kunnen krijgen voor een 'zorggarantiepakket' of 'zorgabonnement', waarmee ze zich kunnen verzekeren van thuishulp als die nodig is, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname. Dat blijkt niet zo te zijn. “Dat kan betekenen dat ouderen die het 't hardst nodig hebben er niet voor in aanmerking komen”, zegt de man. Hij krijgt spontaan applaus.

Op hun kinderen hoeven ze niet te rekenen, beseffen de meeste bejaarden. “Wat wij vroeger deden, onze ouders verzorgen en nalopen, is er nu niet meer bij”, zegt mevrouw H. Jansen (76). “Dat kan niet meer, omdat de kinderen allemaal een dubbele baan hebben. Je mag blij zijn als je ze een keer per week ziet.” De zoon van mevrouw Janssens heeft haar aangeraden een computer aan te schaffen. “Omdat ik zo veel alleen thuiszit.” R. Feber, spreker van een belangenorganisatie voor ouderen, klinkt bitter als hij in zijn voordracht dit probleem aansnijdt. “Ik zou willen dat het nageslacht eens iets voor ons deed.” Zijn rede is hier en daar ronduit opruiend. “Van uw soort komen er steeds meer!”, galmt het door de kerk. “U wordt een machtsfactor, een machtsblok. Ze kunnen niet meer om u heen!”

Met een bijeenkomst als die in Den Haag volgt de ouderenzorg de rest van de gezondheidszorg, die overal klantgerichter en meer 'vraaggestuurd' wordt. Volgens dagvoorzitter L. Joele, van de Haagse fusie-organisatie RBC voor geestelijke gezondheidszorg, is dat een ontwikkeling 'van onderaf' waar de overheid op inspeelt. “Het heeft te maken met de individualisering en de toenemende mondigheid. Mensen beseffen steeds meer dat ouderenzorg gewoon dienstverlening is waar je premie voor betaalt.”

Mevrouw Jansen en haar man staan ingeschreven voor een aanleunwoning. Er is een maatschappelijk werkster bij hen thuis geweest om te kijken of ze daarvoor in aanmerking kwamen, maar ze waren nog 'te goed'. Jansen vindt dat onzin. “Ik vind dat je in een aanleunwoning moet kunnen komen als je jezelf nog redelijk goed kunt verzorgen.” Ze windt zich op over de wervende advertenties van verzorgingshuizen in de ouderenbladen. “'Kom vrijblijvend kijken' staat er dan. Maar je komt er helemaal niet in. Dat kan alleen op medische indicatie. En ze zitten allemaal vol.”