Noord-Italië scheldt inwoners Sarno uit

ROME, 3 JUNI. “Leve de modder”, of “Tweehonderd is maar weinig. Jullie moeten allemaal dood.” In de ogen van sommige Noord-Italianen is de lawine van modder die vorige maand dood en verwoesting zaaide in het Zuid-Italiaanse stadje Sarno, geen ramp maar een zegen.

Eind vorige week zijn hatelijke briefkaarten uit het noorden bezorgd in Sarno. Zij waren gestuurd naar ''Sarno, Terronia'' - terrone is een scheldwoord voor Zuid-Italianen, dat boerenkinkel betekent. Volgens de anonieme afzenders zit Sarno vol aanhangers van de camorra, de Napolitaanse versie van de mafia, en is modder een beter wapen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad dan meer politie.

De burgemeesters van Sarno en van Bologna, waar een van de kaarten op de post is gedaan, noemen de kaarten “het werk van idioten”. Burgemeester Basile van Sarno zegt dat de camorra een kleine minderheid vormt. De plaatselijke bisschop zegt dat de inwoners van Sarno zoiets niet verdienen, omdat ze blaren op hun handen hebben van het graven in de hard geworden modder, op zoek naar de tientallen slachtoffers die nog niet zijn teruggevonden.

Maar toch illustreert dit incident de kloof tussen noord en zuid. De animo in het rijke noorden om geld te sturen naar Sarno is aanzienlijk kleiner dan bij andere, soortgelijke rampen in het midden en noorden van het land. De inzamelingsactie die is begonnen loopt veel slechter dan de acties na bijvoorbeeld de aardbevingen in Umbrië van vorig jaar en de overstromingen in Piemonte in 1994. Veel Noord-Italianen vrezen dat het geld niet terecht komt bij slachtoffers maar bij de camorra.