Muziek van Sauer als computerspel

Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. René Gulikers, m.m.v. Susan Narucki. Gehoord: 29/5 Beurs van Berlage Amsterdam. Uitz.: 6/6 17 uur Radio 4.

Steve Reich, de vader van de minimal music, speelt slagwerk. Als hij voor piano componeert, klinkt het alsof het instrument wordt bespeeld met trommelstokken. Kan men vaker een dergelijk verband vaststellen? Het lijkt erop, gehoord het concert door een bijzonder toegewijd Nederlands Kamerorkest.

Arthur Sauer speelt gitaar, dus is het niet onlogisch dat hij in Arcade-Space-mutans de contrabas inruilt voor de elektrische gitaar. Bijzonder is wel de virtuositeit, die het werk maakt tot een gitaarconcert. Sauer liet zich inspireren door een computerspelletje, waarbij je met een raket door de ruimte vliegt. Eerst suizen rotsblokken om je oren, maar die zijn aanvankelijk nog wel te ontwijken. Dan springt in het gevecht tussen gitaar en blazers de piccolo er opeens bovenuit in een soort morseseinen. Is dit het tsjak-tsjak-tsjak waarmee je de tandjes uit een telescopisch gebit schiet of zijn dit de geluiden die onze space-mutans maken met hun plots aangegroeide gemeen spuwende slurfjes? Misschien moeten we het allemaal niet te letterlijk nemen en ons laten meeslepen in het gevecht tot het onvermijdelijke 'Game over'.

Dat Maarten Altena contrabas speelt blijkt uit zijn nieuwe Keats-liederen You say, you love en La Belle Dame Sans Merci, a ballad, waarin de twee contrabassen bijzonder idiomatisch klinkern. Sauers achtergrond is eerder het snerpende geweld van de Sex Pistols dan het donkerfluweel van Schönbergs cello. Ook Altena verloochent niet zijn swingende jazz-komaf. De extatische no nonsense-stijl leunt sterk tegen die van Louis Andriessen en is met blokken opgebouwd in strikt elementaire intervallen. Elementair is ook de zang, zeer besteed aan de sopraan Susan Narocki, helder en sterk.

Opmerkelijk is dat in beide liederen de dramatiek wordt opgevoerd door een ingehouden klank: zang gaat dan over in spreekstem. Bleek en doods als met dorre mond werkt dit het best in het tweede lied over de ridder die in de greep belandt van de meedogenloze schone dame; schimmen waarschuwen tevergeefs.

Na de pauze werden we overgeleverd aan Simeon ten Holts Palimpsest. De pianist Ten Holt trad in de jaren vijftig opvallend naar voren met een serie Bagatellen, geïnspireerd door de romantische pianomuziek van Schumann en Chopin tot aan die van Bartók en Janácek. Na een lange weg vol radicale en uiterst gewaagde experimenten belandde de componist twintig jaar later met Canto ostinato voor een variabel aantal toetseninstrumenten in hetzelfde romantische vaarwater, zij het nu modern gefilterd en geminimaliseerd als bij een Michael Nyman, die veel 'gewoner' componeert.

Palimpsest (1992, revisie 1993) wordt gekarakteriseerd door dezelfde tijdloos onbegrensde melodische zwevingen - in de laagte hebben we niets te zoeken - waarin het beginthema steeds weer opduikt. Dit als bij een palimpsest, een perkamentrol die na afkrabben opnieuw is beschreven, zonder dat de originele tekst geheel is verdwenen.

De oorspronkelijke zetting voor strijkersseptet was zaterdag te horen bij het Doelenensemble in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, in de Beurs van Berlage beluisterden we een nieuwe versie voor strijkorkest. De eerste versie schept meer vrijheid voor de uitvoerenden - een democratisch jaren-zestig-principe - maar de nieuwe is veel ruimtelijker en grootser van conceptie, waardoor de steeds weer opvliegende emoties beter doel treffen.

De componist toonde zich gelukkig. Drie kwartier lang werden we overspoeld door een hypnotiserende muziek vol overlappingen en opeenstapelingen, als van een batterij piano's die voortdurend het rechterpedaal ingedrukt houden. Het riep bij mij een beeld op van een futuristisch, langzaam tot leven komend landschap, alsof de aarde veranderde in één gulzig happend dier. Ik smeekte om het bevrijdende 'Game over'.

    • Ernst Vermeulen