Lodewijk XVII ligt niet in Delft

Na de dood van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette onder de valbijl claimden van tijd tot tijd lieden Lodewijk XVII te zijn. Een van hen is nu alsnog ontmaskerd.

LEUVEN, 3 JUNI. “Hij kan het gewoon niet zijn geweest.” Voor professor J.J. Cassiman van de Katholieke Universiteit van Leuven is er vrijwel geen twijfel meer mogelijk: de man die zich in 1845 in Delft vestigde met het verhaal dat hij de doodgewaande zoon was van Lodewijk de Zestiende en zijn vrouw Marie-Antoinette, was een leugenaar.

Vier jaar lang speurden Cassiman en zijn medewerkers naar nazaten van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette, zodat DNA-materiaal van hen vergeleken kon worden met een pluk hoofdhaar en een bot uit de arm van Karl Naundorff, de man die tijdens zijn leven bij hoog en laag volhield Lodewijk de Zeventiende te zijn. Het werd een ingewikkelde speurtocht door Europa. In een klooster in Oostenrijk werden medaillons gevonden met daarin haar van twee zussen van Marie-Antoinette en in de archieven van het koninklijk paleis van België bleek haar te worden bewaard van Louise-Marie, echtgenote van Koning Leopold de Eerste, en familie van Lodewijk de Zeventiende. Koningin Anna van Roemenië en haar broer André de Bourbon Parma, ook nazaten, leverden bloedstalen. Haar van Marie-Antoinette zelf werd via een privé-collectie gevonden.

Professor Cassiman: “Een wetenschapper houdt altijd een slag om de arm. Inmiddels zitten er negen generaties tussen MarieAntoinette en haar nazaten. Maar menselijkerwijs gesproken mag je zeggen dat Naundorff niet verwant was met de koninklijke familie.”

Nadat Lodewijk de Zestiende en Marie-Antoinette in 1793 tijdens de Franse Revolutie door het volk onder de guillotine ter dood waren gebracht, werden, volgens de officiële geschiedschrijving, hun twee kinderen, onder wie Charles Louis, in de gevangenis gegooid. Het meisje kreeg later haar vrijheid, in ruil voor krijgsgevangenen. Maar het jongetje, Lodewijk de Zeventiende, crepeerde na twee jaar cel op zijn tiende jaar aan tbc. Een feit dat altijd omstreden bleef, omdat zich her en der mannen meldden die beweerden het onfortuinlijke jongetje te zijn geweest. Ze claimden met hulp van royalisten te zijn ontsnapt uit de kerker. Een van de bekendsten van hen was Karl Wilhelm Naundorff, een man die in 1810 opdook in Berlijn, in Brandenburg veroordeeld werd tot vier jaar cel wegens valsemunterij, en die zijn brood verdiende als handelsreiziger in klokken. Technisch was hij een begaafd man. Na vele omzwervingen in Europa ontdekte hij hoe de terugslag van een geweer kon worden beperkt. De ontdekking leverde hem internationale faam op, en Naundorff besloot zijn geluk in het Hollandse Delft te beproeven, waar hij met open armen werd ontvangen. In korte tijd verzamelde hij een aantal aanhangers om zich heen die geloofden in zijn koninklijke afkomst. Toen Naundorff enkele maanden later plotseling overleed, gaven de autoriteiten, onder wie volgens de overlevering koning Willem II, toestemming hem te begraven onder de naam Louis de Zeventiende, koning van Frankrijk en Navarre (Charles Louis, duc de Normandie).

Als gevolg van die beslissing konden zijn kinderen voortaan de adellijke titel De Bourbon dragen, iets wat ze tot op de dag van vandaag doen. In de loop van de geschiedenis is het geloof in de theorie van Naundorff afgebrokkeld. De Groningse leraar H. Petrie raakte geïnteresseerd in het mysterie. In zijn proefschrift dat in 1995 verscheen, noemt hij Naundorff een “leugenaar en profiteur”. Petrie: “Hij teerde op de zak van zijn aanhangers. Waarschijnlijk was het een charmante man; hij wist veel mensen aan zich te binden. Misschien geloofde hij ook echt in zijn verhaal. Sommige mensen doen dat. Ik houd het erop dat hij een pathologische leugenaar was.” Volgens Petrie zijn er in de geschiedenis geen bewijzen gevonden vóór het verhaal van Naundorff. “Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat de gouvernante van de kleine Lodewijk Naundorff herkend zou hebben. Maar hoe kan dat nu? De vrouw had hem in jaren niet gezien. Misschien wílde ze hem graag herkennen en was de wens de vader van de gedachte.”

Een bewijs dat tegen Naundorff pleit, is volgens Petrie het feit dat uit documenten blijkt dat Lodewijk in beide armen was ingeënt tegen de pokken. Naundorff had slechts op één arm een litteken van zo'n injectie. Petrie: “Ik heb daarom altijd voor het DNA-onderzoek gepleit. Dan weten we voor eens en altijd wat de feiten zijn.”

De nazaten van Naundorff - één woont in Canada, een ander in Parijs - waren niet blij met het onderzoek van Petrie. Vertegenwoordigers van de familie maakten gisteren in Leuven ook bezwaar tegen het DNA-onderzoek. S. Schoor uit Baarn, vriend van de Canadese Charles Louis de Bourbon, zegt: “Wij denken dat het bot van Naundorff dat als basis heeft gediend, verwisseld is met dat van een ander.”

De familie eist nieuw onderzoek, waarbij het graf van Naundorff in Delft opnieuw geopend moet worden. Het gemeentebestuur van Delft zou daar toestemming voor moeten geven, maar staat vooralsnog niet te trappelen om zich in de discussie te mengen. “Ons heeft nog geen verzoek bereikt. Dus weten wij van niets”, zo meldt een woordvoerder.

    • Annet van Eenennaam