Linzen met brood voor Pakistaanse ministers

De door internationale sancties opgedrongen soberheid zal Pakistan uiteindelijk tot een grote, zelfvoorzienende natie maken. Dat zegt tenminste de regering. De vraag is hoe de bevolking zal reageren als er straks niet meer voldoende voedsel is.

ISLAMABAD, 3 JUNI. Het moment van de waarheid is aangebroken voor de Pakistaanse regering. Gisteren, tijdens een speciaal beraad over reductie van de uitgaven met het oog op internationale sancties, werd de ministers dal met roti voorgezet - linzen met brood - in plaats van de gebruikelijke bourgondische lunch. Het aantal koppen thee tijdens de zes uur durende beraadslagingen werd gehalveerd. Sommige ministers namen geen suiker meer. Premier Nawaz Sharif zag het schouwspel met een tevreden blik aan.

De hoogste rechter heeft zijn kogelvrije limousine ingeruild voor een auto die in Pakistan is gemaakt. De premier nam afgelopen weekend niet meer zijn eigen vliegtuig, maar een reguliere PIA-vlucht naar zijn woonplaats Lahore. Een groot slot hing toen al aan de poort van zijn 400 kamers tellende werkpaleis in Islamabad. Op hetzelfde moment weigerde zijn minister van Financiën een geluidsinstallatie te huren voor een persconferentie. Hij zou wel wat harder praten. Iets verderop in de stad ging de minister van Handel het verst van allen: hij heeft sinds 1 juni geen behoefte meer aan salaris.

De regering van het nieuwe, nucleaire Pakistan probeert een soberheidsvirus te verspreiden onder de bevolking. De broekriem moet worden aangehaald en de handen gaan uit de mouwen. Soberheid als nationaal gezelschapsspel. “We zullen gras eten”, beloven sommige politici.

Zover is het nog niet, voor hen. Pakistan gaat de overheidskosten met de helft verminderen om de internationale sancties te kunnen weerstaan. “We hebben de bedelstaf gebroken en weggegooid”, zei Sharif. Met zijn “revolutionaire agenda” voor de toekomst zal Pakistan de sterke natie worden die het tot voor kort hoopte te worden met miljarden dollars aan buitenlandse steun. “Het werd tijd dat regeringsfunctionarissen eens uit hun dure huizen en auto's kwamen”, zegt een man in een telefoonhokje in het centrum van Islamabad, op een steenworp afstand van de buur-paleizen van de president en de premier. “Hun dure levensstijl is er mede de oorzaak van dat de Pakistaanse bevolking zo arm is.”

Hij is niet de enige die zich stoort aan de overmatige uitgaven van de Pakistaanse overheidsdienaren. “De overheid moet de luxueuze buitenhuizen in de bergen ook wegdoen”, schreef het dagblad The Nation maandag in een commentaar. “De bureaucraten, de zakenlieden en de grootgrondbezitters moeten de volgende zijn die zich een simpele levensstijl aanmeten.” Wie niet mee wil doen, vervolgde de krant, zal zware belasting moeten betalen. Dat zou dan voor het eerst zijn, want volgens schattingen is 90 procent van de Pakistaanse economie nergens geregistreerd. Daarmee is de volgende melkkoe gevonden. De regering gaat meer belasting heffen en proberen de verdwenen miljoenen van bankleningen terug te krijgen.

Dergelijke maatregelen gaan voorbij aan het gros van de 140 miljoen Pakistanen. Zij eten al hun hele leven dal en roti en hebben altijd al de “simpele levensstijl” gekend waarvoor de overheid sinds de ondergrondse kernproeven van vorige week pleit. De Pakistaanse bevolking behoort tot de armste van Azië met een gemiddeld jaarinkomen van zo'n 350 dollar. Naar schatting 80 miljoen Pakistanen kunnen lezen noch schrijven. De meesten van hen ontberen elke gezondheidszorg. Volgens de statistieken lijden drie miljoen mensen aan tbc terwijl een kleine 20 miljoen kinderen ernstig ondervoed zijn. Van de begroting trekt de Pakistaanse overheid alles bij elkaar vier procent uit voor gezondheidszorg en onderwijs. Een slordige 30 procent gaat naar defensie.

Op wapens zal de regering in elk geval niet bezuinigen, mogelijk wel op infrastructurele projecten. Zoals uitbreiding van Lahore International Airport en verlenging van Pakistans Motorway - een zesbaans snelweg tussen Lahore en Islamabad die Nawaz Sharif in november vorig jaar nog met alle pracht en praal kon openen. De bezuinigingsmaatregelen die de regering voorstelt, wordt door delen van de bevolking goed ontvangen - vooral degenen van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij nooit zullen afdalen tot het niveau van het gemiddelde arbeidersgezin. “Een paar jaar afzien en je zult versteld staan over de manier waarop we zullen uitgroeien tot een zelfredzame natie die zijn eigen snelwegen maakt, zijn eigen medische voorzieningen heeft, zijn eigen haven en luchthavens bouwt en zijn eigen auto's en bussen produceert”, meent politiek commentator Humayun Gauhar. “We zullen de kleren dragen die wij maken en het brood eten dat wij oogsten. Alles is beter dan het alternatief - een samenleving mét Amerikaanse dollars die bezwijkt onder de hamburgers, pizza's en fried chicken.”

Diplomaten in Islamabad reageren schamper op de nieuwe zuinigheid van de regering-Sharif. “Het is één grote demagogische bedoeling”, één van hen. “Dat de premier zijn ambtswoning verlaat is een aardig symbool, maar voor de schatkist levert het niets op. Het zou een stunt zijn als hij het verkocht. Maar ik geloof niet niet dat iemand in deze regering iets tekort zal komen.”

Hoewel de sancties die de Verenigde Staten en Japan hebben aangekondigd nog geen concrete maatregelen hebben opgeleverd, zijn de eerste tekenen wel merkbaar voor de bevolking. Rijkere burgers mogen geen dollars meer opnemen van hun bankrekening - wel Pakistaanse rupees, maar tegen een koers die de afgelopen dagen vijf procent zakte. “De echte klap komt waarschijnlijk pas over een jaar”, zegt een Westerse waarnemer. “Het lijkt erop dat iedereen in Pakistan nu beretrots is op de kernproeven, maar het volk zal gaan piepen als er straks niet genoeg eten meer is. Tegen die tijd is men de euforie van nu al lang kwijt.”

“Kijk om je heen en zeg me wat ik moet inleveren”, zegt een oude man in zijn vervallen huisje in Saidpur, een dorpje in de Margalla Heuvels, niet ver van Islamabad. “Mijn potten en pannen?”, vraagt hij, wijzend op een vuurtje waarop hij theewater aan het koken is. Zijn zoon verdient ongeveer vier gulden per dag voor hem en de vier andere familieleden. “Als de regering iets nodig heeft zijn ze welkom. Maar ik vrees dat ze het niet hier kunnen halen.”

    • Rob Schoof