Katadreuffe als voorbeeld

Fadime Örgü Partij: VVD Leeftijd: 30 jaar Opleiding: Engels en Duits Vorige functie: programmamaker Nederlandse Moslim Omroep Woonplaats: Vlaardingen Nieuwelingen in de Tweede Kamer - waar komen ze vandaan en wat willen ze? De 30-jarige Fadime Örgü, nummer 38 van de VVD, wil zich vooral inzetten voor het jongerenbeleid.

DEN HAAG, 3 JUNI. Vier jaar geleden informeerde Fadime Örgü terloops al bij enkele vrienden of ze voor haar zouden willen werken als ze eenmaal lid van de Tweede Kamer zou zijn. De toen 26-jarige wist precies wat ze wilde: het parlement in.

Sneller dan ook zijzelf had verwacht is het zover. “Ik heb altijd verantwoordelijkheid willen dragen”, zegt een tevreden Örgü in een zitje bij de VVD-fractie in het Tweede-Kamergebouw, waar ze nog in afwachting verkeert van een eigen kamer. “Ik wil er graag bij zijn en richting helpen geven aan wat er gebeurt.”

De frêle Turks-Nederlandse parlementariër (ze bezit ook de Turkse nationaliteit) spot op het eerste gezicht met alle clichés over allochtonen. Ze spreekt een voortreffelijk en accentloos Nederlands, zou met haar rok, blazer en sjaaltje qua kleding op een hockeyfeestje in Wassenaar of Bloemendaal niet misstaan en heeft zich bovendien aangesloten bij de partij van Bolkestein, een man die door links Nederland juist om zijn standpunt over de etnische minderheden vaak is verketterd.

Maar wie denkt te maken te hebben met een vrouw die van haar mede-Turken is vervreemd en eenzaam haar eigen weg zoekt, komt al evenzeer bedrogen uit. In haar woonplaats Vlaardingen, waar ze met haar ouders op jonge leeftijd neerstreek, heeft Fadime Örgü zich jarenlang als vrijwilliger ingezet voor Turkse en Marokkaanse jongeren, vooral voor meisjes. Samen met anderen hielp ze hen zich aan te passen en bemiddelde ze tussen ouders en hun kinderen wanneer er problemen waren gerezen. Ook hielp ze jongeren bij het verkrijgen van de benodigde papieren als ze op reis wilden.

Intussen studeerde ze Engels in Rotterdam en Duits in Kiel. Daarnaast volgde ze een jaar colleges politicologie en bestuurswetenschap in Leiden. Ze beheerst het Engels zo goed dat ze zelfs enige tijd Engels aan Engelsen in Engeland doceerde, toen daar een tekort aan leerkrachten in dat vak was ontstaan. Ze heeft serieus overwogen zich permanent in Engeland te vestigen, maar uiteindelijk liet zij zich overhalen naar Nederland terug te keren, toen ze een aanbieding kreeg om als programmamaker voor de Nederlandse Moslim Omroep te werken.

Haar werk in de journalistiek, waarin ze voordien geen ervaring had, is uiteindelijk een nuttig opstapje gebleken naar haar huidige baan. Ze had zich intussen bij de VVD aangesloten, omdat ze “een liberale inslag” heeft. Hoewel ze nog steeds actief was op lokaal niveau, begon de nationale politiek steeds meer te lonken. Bij de kandidaatstelling voor de Tweede-Kamerverkiezingen belandde ze uiteindelijk op plaats 38, net voldoende voor een zetel in 's lands vergaderzaal.

De laatste weken voor 6 mei nam ze vrij om zich geheel op de campagne te kunnen werpen. Daarbij merkte ze tot haar verontwaardiging dat een Turkse kandidaat van de PvdA, de niet gekozen Seyfi Özgüzel, de Turken en Marokkanen in Nederland onder meer via pamfletten voorhield dat ze in geen geval op haar moesten stemmen. “Dat vond ik niet zuiver van hem”, aldus Örgü, die naar eigen zeggen merkte dat de Turkse gemeenschap naderhand vrijwel unaniem ingenomen was met haar verkiezing. “Ze zijn allemaal gewoon erg trots op je.”

De nieuwe parlementariër zou zich ook in de Tweede Kamer in eerste instantie graag bezighouden met het lot van de jongeren - en dan niet langer alleen die van etnische minderheden. Daarnaast hebben het onderwijs en de werkgelegenheid haar belangstelling. “Ik zou me bijvoorbeeld graag buigen over het probleem van de drop-outs die hun school niet afmaken en vervolgens geen baan kunnen vinden.”

Örgü wil zich afzijdig houden van wat voor haar gemakkelijk een mijnenveld zou kunnen worden: de relaties met haar moederland Turkije. Op de dag na haar beëdiging demonstreerde bijvoorbeeld bij de ingang van het Kamer een groep Turken tegen een recente aanslag op een mensenrechtenactivist in Turkije. Örgü: “Als ze met dat soort dingen bij me aankloppen, zal ik ze doorverwijzen naar de collega die binnen de fractie verantwoordelijk is voor dat gebied.”

Bang voor een loyaliteitsconflict tussen beide landen is ze niet. Evenmin maakt ze zich zorgen over het feit dat ze tot de partij van Bolkestein behoort, die voor een deel van de allochtonen als een soort boeman geldt. “Wat Bolkestein steeds heeft geroepen over de noodzaak tot integratie van minderheden heeft me juist erg aangesproken”, zegt Örgü. “Er zijn daar vaak problemen mee en het heeft geen zin je kop daarvoor in het zand te steken. Het is gevaarlijk zulke problemen onopgelost te laten.”

De eerste tijd wil Örgü vooral proberen zoveel mogelijk te leren. Daarna, in het derde en vierde jaar, hoopt ze zelf meer dingen te kunnen aanzwengelen. Ze heeft geen bepaalde parlementariër aan wie ze zich graag spiegelt. “Ik laat me eerder inspireren door een figuur als de jonge Katadreuffe uit Bordewijks roman Karakter”, zegt Örgü. “Dat boek heb ik op school wel zes, zeven keer gelezen. Ik bewonderde zijn wil om in moeilijke omstandigheden vol te houden en hogerop te komen. Zelf ben ik ook een doorzetter, maar of ik verder ook zo ben, weet ik niet.”