Hulpverlening aan Afghanistan moeilijk op gang

ISLAMABAD, 3 JUNI. Met helikopters, terreinwagens en ezels hebben hulporganisaties in het noorden van Afghanistan ongeveer 30 dorpen bereikt die zijn getroffen door de aardbeving van zaterdag. Volgens hulpverleners in het gebied zijn zo'n 60 dorpen geheel of gedeeltelijk verwoest.

Over het aantal doden en gewonden bestaat nog weinig duidelijkheid. Schattingen lopen op tot 5000 doden, maar de hulporganisaties gaan er van uit dat het nog weken duurt voordat er een nauwkeurig beeld bestaat van de omvang van de natuurramp. De meeste slachtoffers zijn vrouwen, kinderen en ouderen, omdat zij op het moment van de aardbeving thuis waren, terwijl de meeste mannen in de velden aan het werk waren. De regio wordt bewoond door ongeveer 60.000 mensen. De VN en internationale hulporganisaties in Afghanistan en het buurland Pakistan hebben dringend gevraagd om meer vliegtuigen en helikopters. Het afgelegen gebied is over land nauwelijks te bereiken voor hulp. De onverharde wegen die er zijn, hebben grote schade opgelopen door de aardverschuivingen en door het oorlogsgeweld.

In verschillende dorpen waar VN-helikopters gisteren landden, stonden bewoners klaar met gewonden die op zelfgemaakte brancards soms kilometers waren vervoerd door het bergachtige gebied. Veel dorpen hebben geen water en voedsel. De helikopters hebben enkele tientallen van de zwaarstgewonden opgehaald, aldus een woordvoerder van de VN in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad.

Een helikopter van het Rode Kruis bracht gisteren twee ton voedsel en olie naar het getroffen district Shar-i-Buzurg, vlakbij bij het epicentrum van de aardbeving. De hulporganisaties beschikken over drie helikopters die zijn gehuurd in Tadzjikistan. “Het tekort aan helikopters maakt de operatie vreselijk moeilijk”, aldus een VN-woordvoerder vanochtend. Rusland, dat in het verleden helikopters heeft geleverd bij reddingsoperaties, zou de inzet van een of meer helikopters overwegen. Pakistan heeft transportvliegtuigen ingezet.

Veel overlevenden van de aardbeving verkeren in een shock-toestand. Voor velen is het de tweede keer binnen vijf maanden dat zij familieleden verliezen. De regio werd op 4 februari ook al getroffen door een aardbeving. De reddingsoperatie werd toen bemoeilijkt door hevige kou en sneeuwval. Nadat de sneeuw van de bergpassen was verdwenen, werd het district Rostaq, het epicentrum van de vorige aardbeving, het middelpunt van gevechten tussen milities van de Talibaan en Noordelijke Alliantie. Het gebied wordt militair gecontroleerd door de anti-Talibaan-alliantie van Hazara's en etnische Tadzjieken en Oezbeken, maar het front is niet ver van het getroffen gebied. De Talibaan, die het grootste gedeelte van Afghanistan controleren, weigeren net als in februari hulp te geven.