Georgia

Georgia (Ulu Grosbard, VS'95), Belg.2, 20.50-22.50u.

Zelfs in de Nederlandse videotheek is Georgia (1995) - een van mijn favoriete films van de afgelopen jaren - niet of nauwelijks te vinden, laat staan dat een bioscoopdistributeur er brood in zag.

In 1996 werd de film van de in Antwerpen geboren Amerikaan Ulu Grosbard op het International Filmfestival Rotterdam als Critic's Choice vertoond. Ook toen bleken veel mensen allergisch te reageren op de hoofdrol van Jennifer Jason Leigh, een permanent om aandacht vragend, zichzelf overschreeuwend, onafgebroken uit een heupflaconnetje pimpelend punkmeisje uit Seattle. Sadie is geen aangenaam mens; ze zuigt haar omgeving uit, en wat ze ook doen om haar liefde en aandacht te geven, het is nooit genoeg.

De rol is Jennifer Jason Leigh op het lijf geschreven, letterlijk, want de scenarioschrijfster, Barbara Turner, is haar moeder. Die bedacht ook een slim contrapunt, namelijk een zuster, Georgia (Mare Winningham kreeg voor die rol een Oscarnominatie), succesvol folk-countryzangeres en het grote voorbeeld van Sadie.

Daarom wil Sadie ook zangeres worden, al ontbeert ze volgens de gangbare normen het talent. Wat ze wel kan, is de longen uit haar lijf schreeuwen en zich helemaal geven, iets waar de meer evenwichtige en beheerste Georgia op haar beurt weer moeite mee heeft. Hoogtepunt van de film is een minutenlange solo van Sadie, die als entr'acte van een optreden van haar zus Van Morrisons Take Me Back zingt. Met Janis Joplin-achtige intensiteit maakt ze er een soort noodkreet van, die het publiek in de zaal met plaatsvervangende schaamte vervult. Wie zelf nog een beetje gevoel in zijn donder heeft, lopen de rillingen over het lijf, vooral wanneer Georgia probeert de zaak te redden door er in laatste instantie een duet van te maken. “Was I great, or was I great?”, vraagt Sadie na afloop retorisch. Ja, Jennifer, te groot, ook voor het publiek, dat liever een film over sympathieke miskende personages ziet.

    • Hans Beerekamp