Chileen heeft geen antwoord op ijzersterke service van Moya; Machtsgreep Rios mislukt in Parijs

PARIJS, 3 JUNI. Maar liefst negentien Spaanse tennissers meldden zich dit jaar aan de poort van het Stade Roland Garros en één van hen kan zondag in de voetsporen treden van tweevoudig kampioen Sergi Bruguera. In de halve finales staat Felix Mantilla na zijn knappe zege in vier sets (6-4, 6-2, 4-6 en 6-3) op de licht geblesseerde Thomas Muster tegenover zijn landgenoot Carlos Moya. De hoogst genoteerde Spanjaard zorgde voor een aardverschuiving door de gedoodverfde winnaar Marcelo Rios niet alleen van zijn eerste grandslamtitel af te houden, maar tevens van de eerste plaats op de wereldranglijst.

Als Rios zich op Roland Garros bij de beste vier had gevoegd, zou hij de al na twee rondjes afgevoerde Pete Sampras voor de tweede keer van zijn troon hebben gestoten. Nu restte de introverte Chileen een kater vanwege zijn mislukte machtsgreep in Parijs, terwijl hij in de voorbereiding ongenaakbaar was geweest. Hoewel de huidige nummer 3 van de wereld nauwelijks was hersteld van de elleboogblessure die hem een maand uit de roulatie had gehouden, won hij in grootse stijl de graveltoernooien in Rome en in St. Pölten.

Kwetsbaar was Rios op Roland Garros voor het eerst in zijn duel met Albert Costa, die zich in Rome nog voor de finale tegen de linkshandige baseliner had moeten terugtrekken. Nadat Costa bij een 6-4 en 4-2 voorsprong in de tweede set een breakpoint voor 5-2 had verspeeld, stortte hij in elkaar. Desondanks had de tweede confrontatie met een Spaanse gravelspecialist na zijn stoeipartij met Alvarez veel van Rios' krachten gevergd. Moya hanteerde gisteren bovendien een wapen dat bij Costa te weinig rendement had opgeleverd, een ijzersterke service.

Twee momenten waren cruciaal in de hoogstaande partij. Nadat Rios zich had hersteld van een valse start (1-6) en hij Moya met 6-2 van repliek had gediend, staarde de 21-jarige Catalaan bij een 1-0 en 0-40 achterstand wanhopig naar zijn coach. “Ik wist niet meer wat ik moest doen”, stamelde Moya. “In die fase speelde Rios als de beste tennisser van de wereld. Toen ik me nog redde in die game veranderde alles.” Rios versnelde zijn ondergang vervolgens op 4-4 in de vierde set door achteloos een bal te laten lopen, omdat hij er heilig van overtuigd was dat Moya hem twee keer had laten stuiten. “Anders had ik heus wel verder gespeeld”, lispelde Rios.

De vertraagde tv-beelden gaven hem ongelijk. Na een fel sprintje gleed Moya exact op tijd naar de bal om een diepe volley van Rios te pareren. “Ik was verbaasd dat Rios niets meer deed”, zei Moya. “Hij hoefde zijn racket maar tegen de bal te zetten om het punt te maken.” De arrogantie van Rios werd onmiddellijk afgestraft, al bewaarde hij zijn beste slagen om drie matchpoints voor Moya uit te poetsen. In die formidabele laatste game bleef Moya uiteindelijk overeind en wellicht dat hij de voorspelling van zijn landgenoot Alex Corretja zal waarmaken. “Dit jaar wint één van ons Roland Garros.”

Dat beweerde Albert Costa overigens vorig jaar ook al, want Sergi Bruguera heeft met zijn triomfen in Parijs als een Spaanse Boris Becker aan de wieg gestaan van een complete armada. “Sergi heeft ons de weg gewezen”, vertelde Corretja. “Toen hij twee keer op Roland Garros won, realiseerden ook andere Spaanse tennissers zich dat zij in principe tot hetzelfde in staat zijn. We hebben sindsdien Super 9-toernooien gewonnen, maar alleen Moya en Berasategui hebben ook op de grandslams gepresteerd. Nu denk ik dat ook de opvolgers van Bruguera ook op grandslamtoernooien kunnen zegevieren.”

Berasategui zorgde vier jaar geleden al voor een Spaanse finale op Roland Garros. Maar ook nu Bruguera lusteloos naar het einde van zijn carrière fladdert, heeft Spanje voldoende alternatieven op gravel achter de hand. De ironie wil dat uitgerekend Carlos Moya niet wenst aan te sluiten in de eindeloze stoet van Spaanse gravelhappers die de bal vanaf de baseline met gemak zestig keer over het net kunnen spinnen, om vervolgens het punt te winnen met een dropshot. NBC-commentator John McEnroe valt in slaap bij dat spel, al hebben vooral Moya, Corretja en Costa ook een dosis agressie aan het traditionele Spaanse slagenarsenaal toegevoegd.

Moya brak vorig jaar de ban door op het rebound ace van Melbourne Park de finale te halen en juist op hardcourtbanen zijn concurrenten uit de top-5 te verslaan. “We willen niet alleen kampioenen kweken op gravel”, zei Alberto Rebi, technisch-directeur van de Spaanse tennisbond. Op het befaamde tennisinstituut in Barcelona zijn inmiddels ook hardcourtbanen aangelegd.

Maar Spaanse tennissers worden nu eenmaal geboren op gravel en zolang ze hun repertoire voornamelijk afstemmen op die ondergrond, worden ze volgens Moya nooit de nummer 1 van de wereld. “Dan zullen we ook moeten leren op gras en op snelle indoorbanen te spelen”, meent Moya. Dat is zeker niet weggelegd voor zijn tegenstander in de halve finales. Met zijn zwiepende forehand en een engelengeduld in de rally is Felix Mantilla de klassieke representant van het Spaanse graveltennis.

De kwelgeest van John van Lottum op de US Open heeft zijn haar geblondeerd om een flitsend imago te creëren, maar met die act heeft de 23-jarige Catalaan niet aan populariteit gewonnen. Mantilla is op Roland Garros echter in topvorm en ook hij trekt zich op aan de prestaties van zijn landgenoten. Grijnzend had Moya al aangekondigd dat hij zich nog één dag als vriend van Mantilla zal gedragen. “Ik heb Felix al gewaarschuwd dat het vrijdag oorlog is. Toch is het een prettige gedachte dat in elk geval één Spanjaard de finale op Roland Garros zal spelen.”

    • Robèrt Misset