Zeker 4.000 doden bij beving in Afghanistan

ISLAMABAD, 2 JUNI. Volgens schattingen van hulporganisaties in Afghanistan en het buurland Pakistan zijn zeker vierduizend doden gevallen in het noordoosten van Afghanistan waar zich zaterdag voor de tweede keer in vijf maanden een zware aardbeving voordeed.

De hulporganisaties zijn gisteren begonnen met een grootschalige reddingsoperatie in de afgelegen bergregio, die op 4 februari ook al werd getroffen door een aardbeving. Toen verloren naar schatting drieduizend mensen het leven. Er waren schokken met een kracht van 6.1 op de schaal van Richter geregistreerd.

De aardbeving van zaterdag was met een kracht van 7.0 beduidend zwaarder. Het getroffen gebied ligt aan weerszijden van de grens tussen de provincies Takhar en Badakhshan. Er wonen volgens hulporganisaties zo'n 60.000 mensen. Volgens de eerste schattingen zijn vijftig dorpen verwoest bij de aardbeving. Veel huizen die waren beschadigd in februari zijn nu compleet verwoest, zeiden hulpverleners gisteren in Islamabad. Volgens reddingswerkers in Afghanistan zijn zaterdag hele dorpen bedolven onder instortende bergwanden.

“De verwoestingen zijn dramatisch”, zei de VN-coördinator voor Afghanistan, Alfredo Witschi-Cestari, gisteren in Islamabad vlak kort nadat hij was teruggekeerd uit het rampgebied. Het terrein is moeilijk bereikbaar omdat er nauwelijks wegen zijn. Hulpverleners en goederen moeten de dorpen met ezels zien te bereiken vanuit Faizabad. Omdat veel van de getroffen dorpen op steile berghellingen liggen kunnen helikopters er niet landen.

Het zwaarst getroffen is Shar-i-Buzurg, een regio die volstrekt geïsoleerd is van de buitenwereld. Daar zouden twee- tot drieduizend doden zijn gevallen. Daarnaast zijn opnieuw verwoestingen aangericht in Rostaq, het epicentrum van de aardbeving in februari. In het hele gebied zijn tienduizenden mensen dakloos geworden.

De regio heeft slechts twee ziekenhuizen in de plaatsen Faizabad en Taloqan, ver van de getroffen dorpen. Hulpverleners proberen ter plaatse noodklinieken in te richten. Een transportvliegtuig van de Pakistaanse luchtmacht bracht gisteren tenten en dekens naar Mazar-i-Sharif, de grootste stad in het noorden van Afghanistan.

Pagina 5: Medicijnen en voedsel op weg naar rampgebied

De Verenigde Naties, die de hulpoperatie coördineren, probeerden vandaag helikopters te huren in Afghanistans buurland Tajikistan voor de hulpoperatie. Vier VN-vliegtuigjes brachten medicijnen, voedsel en tenten van Islamabad naar Faizabad. Helikopters van de VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis konden gisteren een aantal dorpen bereiken.

Een woordvoerder van de VN-organisatie voor humanitaire hulp aan Afghanistan (UNOCHA) in Islamabad zei vanochtend bezorgd te zijn over naschokken en over de gezondheidssituatie in het rampgebied. Het tekort aan voedsel is nu een groter probleem dan in februari omdat de bewoners van het gebied niet in staat zijn elkaar te helpen, aldus de woordvoerder. Dorpen liggen soms meer dan een dagreis uit elkaar; bovendien zijn nu veel meer dorpen verwoest dan in februari. Wel is het weer aanzienlijk beter dan bij de vorige beving. Afgelopen winter moesten reddingswerkers vier tot vijf dagen over besneeuwde bergpassen reizen om de dorpen te bereiken. Bovendien was toen het vliegveld van Faizabad gesloten.

Het rampgebied ligt in het deel van Afghanistan dat wordt beheerst door de Noordelijke Alliantie, een gelegenheidsverbond van milities tegen de Talibaan, de extreem-religieuze Koran-studenten die sinds twee jaar het grootste gedeelte van het land controleren. Net als bij de vorige aardbeving in het noorden hebben de Talibaan inmiddels geweigerd vanuit het zuiden van het land hulp te bieden bij reddingsoperaties in het vijandelijke gebied.