Zapman

Twee pennen heb ik. Eentje voor onderweg, permanente verblijfplaats de binnenzak van mijn jas, en eentje voor thuis, zwerft tussen het bed en de bank. Ik raak ze nogal eens kwijt, de pennen, binnen één, twee maanden zijn ze foetsie. Tenminste, zo ging dat tot voor een jaar.

Kost amper een tientje, zo'n pen, en toch is het elke keer een nederlaag als er nieuwe moeten worden gehaald (wie het kleine niet eert). Het zal een jaar geleden zijn dat ik weer eens voor de toonbank van de gebroeders Winter stond. Er waren nieuwe kleuren gearriveerd. Gifgroen, spuuggeel en knaloranje. Niemand wou ze hebben. Pennen die je van alle kanten tegemoet schreeuwden: wij doen pijn aan je ogen, ons zul je niet vergeten, daar zorgen wij wel voor, als je uitgeschreven bent, berg je ons meteen weer op. Ik heb twee oranje gekocht en ik heb ze nog steeds. Deze maand moest ik voor het eerst van mijn leven nieuwe vullingen halen.

Waar zijn ze nu, mijn twee pennen? Alles in orde, de ene in de binnenzak, de andere voor mijn neus, naast de computer. Daar zit ik met mijn twee oranje pennen, ik verlies ze geen moment uit het oog, zij mij ook niet. En je denkt: dat gaat goed zo. Maar achter je rug blijft het rommelen in de wereld. Maatschappelijke processen, historische ontwikkelingen. India en Pakistan. Uilskuiken, dat had je kunnen zien aankomen. Die atoombommen lagen al jaren te wachten tot zij aan de beurt waren. Niet goed opgelet. Te veel met de pennen in de weer geweest. Schrijven is hersenschimmen aan elkaar knopen tot gedachtengangen. Kijk uit je doppen, sufferd. Links en rechts word je door de samenleving ingehaald. Nou weer die pennen. Had die spuuggele gekocht, of die gifgroene. Waarom moesten het die oranje worden? Nu zit je met de gebakken peren.

Overal denk ik uit mijn ooghoeken een glimp van mijn pennen op te vangen. Pleisters, petten, prikkers, paraplu's, publiek. Je kunt het zo gek niet bedenken of ze hebben het oranje gemaakt. Stom, ik had het kunnen weten. De overvloed aan vrije tijd, de nationale identiteitscrisis, de radeloze reporters, het gebrek aan gespreksonderwerpen. Vroeg of laat zou dat onder één vaandel komen, een vaandel van oranje. Heel het land zou zich in de kleur van mijn pennen hijsen en gaan hossen.