Tweetalig onderwijs verdeelt Californiërs

Na een bitter debat houdt Californië vandaag een referendum over het tweetalige onderwijs. Het systeem belet kinderen van immigranten om Engels te leren, zeggen tegenstanders.

WASHINGTON, 2 JUNI. Als Californië naar de stembus gaat, let heel Amerika goed op. Niet alleen is de Golden State de deelstaat met de grootste bevolking (zo'n 32 miljoen inwoners) en met een economie die in omvang de zevende ter wereld is. Californië geeft ook vaak aan hoe de politieke wind in de rest van het land zal gaan waaien.

Als de kiezers vandaag naar de stembus gaan kunnen ze zich, zoals gebruikelijk, uitspreken over tal van voorstellen en personen. Ze zullen bepalen welke twee kandidaten in november mogen strijden om het gouverneurschap van de staat. Maar daarnaast kunnen ze zich per referendum uitspreken over negen zogeheten burgerinitiatieven, waaronder een voorstel om het omvangrijke systeem van tweetalig onderwijs af te schaffen.

Vooral dat voorstel (dat bekend staat als proposition 227) heeft landelijk veel aandacht getrokken. Het sluit aan bij een politieke beweging om de positie van het Engels als fundament van de Amerikaanse cultuur te verdedigen, met name tegen het Spaans. Een kwart van alle leerlingen op openbare scholen in de immigrantenstaat Californië spreekt niet of slechts gebrekkig Engels. Het gaat meestal om kinderen van hispanics die thuis Spaans spreken (29 procent van de Californische bevolking is hispanic), maar ook om leerlingen van bijvoorbeeld Koreaanse of Chinese afkomst.

Om te zorgen dat die kinderen op school kunnen meekomen is de staat verplicht om tweetalig onderwijs aan te bieden. In de praktijk komt dat systeem erop neer dat Spaanstalige leerlingen de meeste vakken in het Spaans krijgen, tot ze voldoende Engels spreken. Maar dat kan jaren duren. En volgens tegenstanders zorgt deze aanpak ervoor dat talloze kinderen nooit goed Engels leren.

Twee jaar geleden begon een groep van 200 hispanics een actie tegen een lagere school in Los Angeles die weigerde om hun kinderen volledig in het Engels te onderwijzen. Ron Unz, een Republikeinse miljonair uit Palo Alto die zijn kapitaal heeft verdiend in de software industrie en die in 1994 een vergeefse gooi deed naar het gouverneurschap, hoorde van de kwestie. Hij besloot zich in te zetten voor afschaffing van het tweetalige onderwijs. Hij haalde de ruim 400.000 handtekeningen op die nodig zijn om een referendum af te dwingen. En volgens peilingen kan zijn voorstel rekenen op een ruime meerderheid. De tien andere staten die scholen verplichten om tweetalig onderwijs aan te bieden, houden er rekening mee dat de uitslag in Californië in het hele land het verzet tegen tweetalig onderwijs zal aanwakkeren.

Het debat dat Unz heeft losgemaakt wordt bemoeilijkt door het ontbreken van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van tweetalig onderwijs. Niemand ontkent dat de schoolprestaties van immigrantenkinderen in Californië dramatisch slecht zijn. Ruim 45 procent van de kinderen van hispanics die niet in de VS zijn geboren, maakt de middelbare school niet af. Dat kan tot grote maatschappelijke problemen leiden.

De voorstanders van tweetalig onderwijs erkennen dat de tweetalige scholen grote moeilijkheden kennen. Maar dat ligt niet aan deze pedagogische methode, stellen zij, maar aan andere factoren, zoals de sociale achterstand van deze groep en de financiële problemen van de scholen in immigrantenbuurten. Ze wijzen erop dat, door een nijpend tekort aan tweetalige leraren, niet meer dan dertig procent van de jongeren met gebrekkige beheersing van het Engels tweetalig onderwijs volgt. En ook bij de rest van de slecht Engels sprekende kinderen, die geen tweetalig onderwijs volgen, is het percentage afvallers enorm.

Als het referendum het tweetalige onderwijs afschaft, dan komt daarvoor in de plaats een stoomcursus Engels van een jaar. Dat is vooral voor oudere leerlingen niet voldoende om goed mee te kunnen komen met vakken als geschiedenis en wis- en natuurkunde, zeggen de tegenstanders van proposition 227. Ze voorspellen dat het aantal afvallers nog zal toenemen. Maar onder de voorstanders bevinden zich veel hispanics, die ontevreden zijn dat het hun kinderen nu zoveel tijd kost om Engels te leren.

Unz heeft het zonder veel politieke steun moeten stellen. De meeste Democraten (tot en met de president) zijn tegen zijn voorstel. De organisaties van hispanics zien er een nieuwe maatregel tegen immigranten in, ook al is een deel van hun achterban het daar niet mee eens. En de Republikeinen, die de hispanic-kiezers niet van zich willen vervreemden, houden zich op de vlakte of zijn tegen proposition 227. Alleen gouverneur Pete Wilson steunt de afschaffing van het tweetalige onderwijs.

    • Juurd Eijsvoogel