Tegen 'verkeersregels' oecumene

Drie leden van het protestantse koninklijk huis gingen tijdens het kerkelijk huwelijk van Maurits en Marilène ter communie. Nu is er forse kritiek op de voorgangers, die de 'verkeersregels' van de oecumene zouden hebben overtreden.

ROTTERDAM, 2 JUNI. “Allemaal treurigheid van later”, noemde dominee Nico ter Linden de scheiding der kerken zaterdag tijdens zijn preek voor Maurits en Marilène. Zijn meerderen, en ook die van zijn 'collega in de oecumene' pastoor G. Oostvogel, blijken het daar bepaald niet mee eens. Op het verloop van de 'Maaltijd des Heren' tijdens de huwelijksdienst, waarbij prinses Juliana, prinses Margriet en prins Bernhard ter communie gingen, is zowel van katholieke als protestantse zijde forse kritiek geuit.

Nog altijd zijn er dan ook grote inhoudelijke verschillen tussen protestantse en rooms-katholieke kerkdiensten. In een rk-dienst is vaak sprake van een eucharistieviering, het ritueel van brood en wijn die door het uitspreken van de instellingswoorden “Dit is mijn lichaam” de werkelijke vorm van het lichaam van Christus aannemen. Volgens de katholieke kerkleer is er sprake van een 'presentia realis' van Christus in het geheiligde brood (hostie). Het 'eten' daarvan wordt niet gezien als een individueel eten, maar als een gemeenschappelijk aanzitten aan een maaltijd.

In protestantse kerken, waar er vroeger slechts enkele malen per jaar sprake was van een 'avondmaalsviering', heeft dit godsdienstige ritueel in de eerste plaats een symbolisch karakter. Van een echte omzetting (transsubstantiatie) van het brood in het lichaam van Christus is geen sprake. De 'maaltijd des Heren' wordt in protestantse kringen in het algemeen gezien als een teken van verbondenheid met en herinnering aan Christus. Binnen het protestantisme wordt vanouds onderscheid gemaakt tussen open en besloten avondmaalsvieringen. In het eerste geval staan zij open voor allen “die de gemeenschap met Christus' begeren”, in het andere geval uitsluitend voor leden van de betreffende geloofsgemeenschap.

Wat de 'intercommunie' tussen katholieken en protestanten betreft gaat het om een gecompliceerde situatie. Enerzijds is er op dit gebied sprake van vergaande toenadering. In tal van gemeenten en parochies blijken katholieken en protestanten, ook bij huwelijksbevestigingen, niet meer van de 'maaltijd des Heren' geweerd te worden. Maar formeel zijn de afspraken nog niet geëffectueerd.

Volgens voorzitter H. Schruer van de (katholieke) Vereniging voor Latijnse Liturgie, die op persoonlijke titel spreekt, is bij de eucharistieviering van het huwelijk tussen prins Maurits en Marilène in Apeldoorn “het allerheiligste geschonden” omdat hosties zijn uitgedeeld “aan mensen die niet geloven dat die hosties het lichaam van Christus zijn”. Pastoor Oostvogel heeft de eucharistie volgens haar ten onrechte gebruikt om de onderlinge eenheid uit te drukken: “Hij had daarvoor een fles wijn of champagne moeten nemen, niet de hostie.”

Ook de secretaris 'Erediensten' van de hervormde en de gereformeerde kerken, J.H. Uyttenboogaart, betreurt het dat Oostvogel en Ter Linden “zich niet aan de verkeersregels van de oecumene hebben gehouden”. Volgens hem hadden alle problemen voorkomen kunnen worden als niet Oostvogel, maar Ter Linden in de 'Maaltijd des Heren' was voorgegaan. “Wij hebben binnen de kerk afgesproken dat iedereen deel kan nemen aan het avondmaal, mits het exclusief wordt geleid door de voorganger van die kerk”. Omdat het bruidspaar te gast was bij een hervormde gemeente had dat dus Ter Linden moeten zijn. De werkelijkheid is evenwel wat gecompliceerder: de rooms-katholieke kerk op haar beurt verbiedt katholieken formeel onder deze omstandigheden ter communie te gaan. “Daar zit de pijn van de gezamenlijkheid”, erkent Uyttenboogaart.

Aartsbisschop Simonis zal volgens zijn woordvoerder, J. Wits, nog deze week over de “Apeldoornse affaire” spreken met dr. B. Plaisier, secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk. Wits benadrukt dat de Nederlandse bisschoppen en de leiding van de Hervormde kerk niet voor de trouwplechtigheid waren uitgenodigd. Dat oud-bisschop Bär van Rotterdam wel van de partij was, ligt volgens hem vermoedelijk aan particuliere banden van Bär met de families van het bruidspaar.

Bij het gesprek tussen Simonis en Plaisier moet ook het optreden van predikant Ter Linden ter sprake komen, zegt algemeen secretaris J. van der Graaf van de behoudende Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ter Linden assisteerde Oostvogel bij de eucharistie door de kelk met wijn ('bloed van Christus') vast te houden. Daarmee heeft Ter Linden volgens Van der Graaf de kerkorde “aan zijn laars gelapt”. Hij noemt het “uiterst pijnlijk” dat enkele leden van het Koninklijk Huis ter communie zijn gegaan.

Volgens het bestuur van het behoudende Contact Rooms-Katholieken (CRK) kan Oostvogel om deze reden geen pastoor meer zijn. Het CRK wijst er op dat in canon 844 van het kerkelijk wetboek uitdrukkelijk staat geschreven dat “het toelaten van niet-katholieken tot de H. Communie uitdrukkelijk wordt verboden”. Dat heeft niet te maken met minachting voor de geloofsopvatting van anderen, zegt voorzitter N. Stienstra. “Wij vragen alleen van anderen ook eerbied voor onze opvatting, namelijk dat het nuttigen van H. Hostie het nuttigen van de Verrezen Heer Zelf is.”

G. Oostvogel kwam al eerder in moeilijkheden bij een “vergelijkbare affaire”, zegt pastor B. Leeneman. Hij werkte in de jaren zestig en zeventig geruime tijd met Oostvogel in de oecumenische studentenkerk in Utrecht. Daar ontstonden in de jaren 1968/69 grote problemen toen de pastores samen met de protestantse collega's diensten met avondmaal en eucharistieviering gingen organiseren. “Nadat aartsbisschop Alfrink ervan op de hoogte was gebracht, was het snel afgelopen”, zegt Leeneman. “Alfrink heeft er eerst korte metten mee gemaakt. Oostvogel, nog een andere studentenpastor en ik werden voor onbepaalde tijd gesuspenseerd, maar deze schorsing werd later weer ingetrokken en toen konden we gewoon doorgaan. Sindsdien is het in Utrecht gevestigde praktijk dat katholieken en protestanten aan elkaars diensten deelnemen.”