Something Els

Ik ben een balkje. De tranen stromen snel, maar dit was wel een heel nat weekend. Eerst bij de verloren meisjes en gister bij de gewonnen mannen. Zondagmiddag stond ik schaamteloos met tuiten te snotteren als een kind. Tien meter van de kroonprins, twaalf meter van Lubbers, zes meter van Erica en binnen handbereik van de cabaretier en nationaal scheldkanon, ofwel de broer van de bondscoach, stond ik te grienen. Verloren van de Aussies. Nipt. Maar wel verloren.

Was daarvoor ook al volgeschoten, maar dan van woede. De in zijn eigen ogen linkse cabaretier, held van onze kinderen en door mijn Herman en mij altijd binnen twee seconden weggezapt, had zich 'onopvallend' in het zwart gehuld. Op zijn hoofd een landlopersdeksel. Geen vleug oranje.

Maar wat gebeurde er in de rust van de prachtige finale? De kroonprins verhief zich van zijn zetel en kwam naar de grove grappenmaker om hem persoonlijk de hand te schudden. De heren lachten als oude vrienden en beukten zelfs even op elkaars schouder. Juliana die ter communie gaat lijkt me een menselijke vergissing, maar om als toekomstig staatshoofd de hand te schudden van de man die zowel je moeder, als jijzelf voortdurend als schietschijf van zijn onderbuikse humor gebruikt en die zaterdag oom Pieter nog even met grof geschut in deze krant afserveerde, gaat mij toch wel erg ver. Heb me trouwens ook de hele wedstrijd zitten afvragen wat de hockeyhater tussen de door hem verachte bobo's zocht en vroeg me af of meneer wel betaald had. Later zag ik hem door het Hockey Village scharrelen. Alleen. Niemand wou met hem praten!

Gisteren stroomden de waterlanders weer. Na de gouden rebound van Teun. Nu was het puur geluk. Had voor de zekerheid mijn zonnefok opgezet, maar het zoute water spatte door de Ray Ben heen. Nog nooit een Wilhelmus zo hartgrondig meegezongen. Wat een sfeer.

Het hele Village van binnen gezien. Daarna naar de Plaza en ik vraag me nog steeds af wie ik niet gezien heb. Iedereen was er en iedereen glom. En opeens werd ik weer bakvis. Stift geleend en de handtekeningen van bijna alle spelers op mijn Rabohoedje verzameld. Kinderachtig voor een vrouw van boven de vijftig? Dan maar kinderachtig.

Daarna gedanst, gedronken, gelachen, gefuift en er stiekem tussenuit geknepen. Op naar huis. Terug naar Velp. Niks Oranje. Vanaf september is het weer gewoon heel ordinair: 'Hup Upward.' Mijn auto stond vlakbij Kampong omdat ik ook veel op het veteranentournooi heb rondgestruind en toen kwam de laatste dijkdoorbraak. Ik zag mannen bezig met het afbreken van de spiegeltent. Slopers troffen voorbereiding om het Frockeystadion te doen verdwijnen en ook uit het Village werden de kunstpalmen al afgevoerd. Voorbij dus. Over. En toen was het wederom snikken. Mijn neus gesnoten in mijn oranje boerenzakdoek, heel diep ingeademd en mijzelf in de achteruitkijkspiegel toegesproken: 'Kom op Els, er is meer tussen hemel en aarde en er komt vast nog wel eens een WK.' Maar dat hielp niet. Ik ben een balkje.