Publiekswissel

Het gerucht gaat dat Bram Peper binnenkort een publiekswissel krijgt. Twee jaar voor het officiële einde van zijn succesvolle burgemeesterschap van Rotterdam wordt hij naar de kant gehaald en mag hij alvast plaatsnemen in het tweede paarse kabinet. Dat zou een verstandige beslissing zijn.

Niet alleen krijgt heel bestuurlijk Nederland eindelijk de kans om zijn favoriete sterspeler eens goed toe te juichen, het binnenhalen van Peper betekent ook een aanzienlijke kwaliteitsimpuls voor het sukkelende paarse beleid van dit moment. Ook al zou hij het, na zijn stormachtige Rotterdamse periode, wat rustiger aandoen, dan nog staan zijn reusachtige ervaring, zijn intellectuele diepgang, zijn bestuurlijke creativiteit en bovenal zijn politieke dadendrang garant voor een bruisende aanpak van elk maatschappelijk probleem dat in Den Haag opgelost moet worden.

En er wordt naar hem geluisterd. Iemand die, als dat nodig is, zowel politiechefs als stadiondirecteuren in zijn zak steekt, heeft een onbetwistbaar natuurlijk gezag. Wat dat betreft zou Peper de ideale opvolger van mevrouw Sorgdrager zijn. Maar op alle ministeries zou de generalist pur sang het goed doen. En zelfs op de stoel van de minister-president zou deze reus van Rotterdam geen gek figuur slaan. Als je er in alle nuchterheid over nadenkt, beschikt Peper over aanzienlijk meer kwaliteiten dan de huidige kandidaat.

Veel meer dan Kok is Peper in staat het paarse gedachtegoed persoonlijk uit te dragen. Het overbruggen van de afstand tussen links en rechts, tussen minimumloon en optieregeling, of tussen Spangen en Wassenaar gaat de burgemeester moeiteloos af. Zowel privé als met zijn ketting om.

Bij Kok blijft het ondanks het vele oefenen een geforceerde exercitie. Het gevolg daarvan is dat de bezieling die nodig is om de paarse samenleving verder vorm te geven bij de premier begint te tanen.

In de verkiezingscampagne viel het op dat Wim Kok zichtbaar genoot als hij met eenvoudige AOW-trekkers in contact kwam en hij aan hen de meest recente koopkrachtplaatjes mocht uitleggen. In al die bejaardentehuizen voelde hij zich als een vis in het water. Daarentegen betrok zijn gelaat zodra hij een gezelschap werkgevers moest toespreken. Dan werd de toon gelijk weer nors en zocht hij niet zelden ruzie als de winstnemingen van het ondernemende publiek ter sprake kwamen. Het is daarom niet uitgesloten dat het bloed bij Kok in de komende vier jaar toch weer gaat kruipen waar het, gezien het regeerakkoord, niet gaan kan en zijn visie op de toekomst verschrompelt tot een nostalgisch pogen de huidige paarse inkomensverschillen ongedaan te maken. Op de drempel van een nieuwe eeuw, en twintig jaar na Den Uyl, is dat een weinig inspirerende visie voor een nieuwe ploeg bruggenbouwers.

Bram Peper heeft helemaal geen last van regressie of nostalgie. Koopkrachtplaatjes, inkomensverschillen, een procentje meer of minder, het zijn voor hem allemaal peanuts als het om de toekomst gaat. Er spelen daarin veel belangrijkere zaken.

In een interview dat vorige week maandag in deze krant werd afgedrukt houdt hij een vurig pleidooi voor 'een gevoel van urgentie' bij een volgend kabinet. Als niet gauw iets gebeurt dreigt onze samenleving namelijk volledig 'dicht te slibben', volgens de burgemeester. Eerst raakt Rotterdam, vervolgens Den Haag, en daarna het hele land verstopt als de A4 niet wordt doorgetrokken. En als de tweede Maasvlakte er niet komt, Schiphol zich niet fors uitbreidt en de Randstad Rail niet als de sodemieter wordt aangelegd, is de economische ellende helemaal niet meer te overzien. Deze rampspoed is een gevolg van het feit dat Nederland in de ogen van Peper in bestuurlijk opzicht allang is dichtgeslibd. Bij grote projecten moet iedereen, van laag tot hoog, via juridisch dichtgetimmerde procedures meepraten en dat haalt elk tempo uit de besluitvorming. Veel beter zou het volgens hem zijn als voortaan horizontaal besloten werd. Dan geven alleen de 'relevante organen' advies, liefst tegelijkertijd, waarna de knoop snel doorgehakt kan worden en het popelende bedrijfsleven aan de slag kan gaan. 'Zorgvuldigheid in de besluitvorming heeft te vaak de smaak van lafheid gekregen', weet Peper uit eigen ervaring.

Uit het hele interview blijkt zonneklaar dat de horizontale bestuurder van lafheid absoluut niet gediend is. Zeker niet als die lafheid gepaard gaat met 'een snelle zelfgenoegzaamheid', die hij overal in Nederland signaleert. Als gevolg daarvan dreigt ons land weg te zinken in een verlammende inertie. Ook het geestelijk verkeer loopt dan muurvast. Met zulke initiatiefloze burgers valt geen toekomst te winnen. Voor een Rotterdammer, futurist in hart en nieren, is dat onverdraaglijk. Daarom moet met veel meer 'emotie en visie' op alle terreinen 'hard en stevig beleid' worden gevoerd, dat 'in alle robuustheid' wordt uitgevoerd.

Klinkt dit inspirerend of klinkt dit niet inspirerend? Zou deze vitalistische bestuursfilosoof niet uitstekend passen in Paars II? Is dit soms geen echte leiderstaal? En, zeg nu zelf, zou de democratie er niet bij gebaat zijn als de relevante organen voortaan zelf de dienst mogen uitmaken?

Wat passie, durf en ideeën betreft laat Bram Peper de demissionaire minister-president ver achter zich. Dat blijkt ook uit de briljante wijze waarop hij in het gesprek en passant de missie voor Paars II formuleert: 'We moeten voorkomen dat Nederlanders van vakantie tot vakantie gaan leven.' Dit ogenschijnlijk simpele programma geeft haarscherp aan waar het paars om te doen moet zijn de komende jaren. Bezieling, motivatie, werklust en productie. In concreto: zo min mogelijk vrije dagen. Wie deze robuuste boodschap in de maand van het vakantiegeld zo luid en duidelijk durft te verkondigen toont visie en politieke moed - precies de twee eigenschappen die de oude ploeg zo opvallend begon te missen.

    • Jaap Boerdam