Ongeluk chartertoestel; Zwarte doos 'Transavia' werkte niet

ROTTERDAM, 2 JUNI. Bij het ongeval met de Transavia-Boeing 757 die op 24 december vorig jaar naast de landingsbaan op Schiphol terechtkwam, zijn beide 'zwarte dozen' uitgevallen. Dit is gebleken bij het onderzoek naar de toedracht door de Rijksluchtvaartdienst.

Vliegtuigfabrikant Boeing is op de hoogte gesteld van de bevindingen van het onderzoek, waarin de Rijksluchtvaartdienst samenwerkte met de National Transportation and Safety Board (NTSB) in de Verenigde Staten.

Het chartertoestel zou op Kerstavond om tien voor twaalf op Schiphol landen. Aan boord waren 205 passagiers uit Las Palmas. Er stond een zware storm uit het zuid-westen (windkracht 10) en enkele seconden voor de landing op de Zwanenburgbaan (baan 19) trad een flinke windstoot op. Als gevolg hiervan raakte het toestel uit de koers, bonkte hard op de landingsbaan en schoof met een gebroken neuswiel in het gras. Vijf passagiers raakten bij het verlaten van de Boeing lichtgewond.

In een tussenbericht meldt de Raad voor Luchtvaart dat de beschadiging van de neuswielconstructie een aantal onvoorziene gevolgen had. Beide vluchtschrijvers, zowel de cockpit voice recorder als de flight data recorder, registreerden niet meer. De captain en zijn bemanning konden de passagiers niet informeren wat er precies aan de hand was doordat het omroepssysteem was uitgevallen. Verder is gebleken dat ook enkele onderdelen van het besturingssysteem waren beschadigd.

De onderzoekers willen dat Boeing het ontwerp uit het midden van de jaren tachtig nog eens goed bekijkt. In het bijzonder het stoppen van de twee recorders is opmerkelijk, omdat die speciaal zijn ontworpen om tijdens een ramp te blijven functioneren.

Direct na het ongeluk ontstond een discussie over de milieu-eisen voor Schiphol. Volgens de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) had het toestel bij dergelijke weersomstandigheden moeten landen op de Buitenveldertbaan, bijna recht tegen de wind in. Deze baan wordt in de late uren echter zo weinig mogelijk gebruikt om geluidhinder te voorkomen. Volgens de Verkeersleiding en Schiphol was daar geen enkele reden toe en deden zich pas in het laatste stadium van de landing onverwacht harde rukwinden voor.

Uit het verslag van het radiocontact tussen de bemanning in het toestel en de verkeerstoren blijkt dat de windkracht om 22.43 uur nog 30 knopen is en drie minuten later 50 knopen bedraagt (harde storm). Ruim een minuut later meldt de captain: “mayday, mayday”.