Nederland de wereldkampioen van aanvallend hockey

UTRECHT, 2 JUNI. Twee weergaloze optredens, zaterdag tegen Australië en gisteren tegen Spanje, bracht de wereldtitel terug in het land dat daar volgens aanvoerder Stephan Veen in Utrecht het meest aanspraak op mocht maken. “Als enige ploeg hebben wij ons dit toernooi niet ingegraven op eigen helft. Wij hebben met lef gehockeyd en zijn daar vandaag voor beloond.”

Het opheffen van de buitenspelregel heeft bij veel ploegen geleid tot het versterken van de defensie. Maar Nederland gaf traditiegetrouw de voorkeur aan aanvalsgericht combinatiespel, al gaf de zeperd tegen Duitsland (1-5) vorige week zondag alle aanleiding om te breken met die gewoonte. Australië bleef zaterdag het antwoord schuldig op de offensieve dadendrang van de thuisploeg (6-2), twee dagen later volgde Spanje (3-2), in wat een herhaling was van de olympisch finale van Atlanta.

Bondscoach Roelant Oltmans droeg, in navolging van Veen, de eindzege op aan de gewaagde strijdwijze waar hij en assistent-coach Maurits Hendriks aan vasthielden. “Wij durven de ruimtes achter de verdediging te benutten, anderen niet. Dat maakte het verschil.” Vol lof was de bondscoach ook over zijn verdediging, waarin Wouter van Pelt een hoofdrol voor zich opeiste.

Het beslissende doelpunt kwam gisteren op naam van Teun de Nooijer, het grootste talent van de nationale ploeg. In de verlenging forceerde hij de golden goal door twee minuten voor tijd in de rebound van de tiende strafcorner doelman Ramon Jufresa, een van de uitblinkers aan Spaanse kant, te passeren. “Ik wist waar Bram ging pushen. Het was een kwestie van de juiste positie kiezen.”

De Nooijer vervulde zowel tegen Australië als tegen Spanje de rol die hem op het lijf geschreven is, linkermiddenvelder. Die positie was vacant nadat Leo Klein Gebbink vrijdag wegens privé-omstandigheden het spelershotel in Zeist verliet. Bondscoach Oltmans besloot daarop zijn centrumspits neer te zetten op de plek waar hij afgelopen seizoen bij Bloemendaal vrijwel wekelijks excelleerde. De tactische omzetting pakte goed uit, constateerde De Nooijer gisteren. “Vooral die Australiërs wisten zich geen raad met de situatie.”

Nederland keek gisteren tot dertien minuten voor het verstrijken van de reguliere speeltijd tegen een 2-0 achterstand aan, na een razendsnelle counter in de 18de minuut, afgerond door balvirtuoos Javier Arnau, en een strafcornervariant, in de 55ste minuut benut door middenvelder Victor Pujol. Aanvoerder Veen leidde kort daarop de ommekeer in. Met een droge uithaal rondde hij een spectaculaire solo af en verloste hij bondscoach Oltmans van “een heel klein beetje twijfel” dat was ontstaan in de Nederlandse dug-out nadat Spanje er lange tijd in slaagde het aanvalsspel te ontregelen.

Twee minuten later trok een andere HGC'er, Bram Lomans, de stand gelijk. In de van hem bekende stijl pushte hij de vijfde strafcorner langs doelman Jufresa. Daarmee rekende Lomans voorgoed af met de kritiek als zou hij zijn doelpunten bewaren voor de duels tegen kleinere landen. “Op belangrijke momenten weet ik wat mij te doen staat”, sprak Lomans gisteren quasi-laconiek, nadat hij zaterdag tegen Australië liefst drie keer succesvol was.

Hulp kreeg Nederland gisteren ook uit onverwachte hoek. Halverwege de eerste helft moest de belangrijkste pion van de Spanjaarden, Juan Escarré, met een hamstringblessure naar de kant. In de halve finale tegen Duitsland stond de vooruitgeschoven middenvelder zaterdag met een wonderschoon doelpunt en twee geraffineerde assists aan de basis van de 3-0 overwinning. Daarmee zorgde Escarré ervoor dat Duitsland, de regerend Europees kampioen, voor de negende keer op rij naast de enige titel greep die nog ontbreekt in de prijzenkast. Troost vonden de Duitsers in de strijd om de derde en vierde plaats toen Australië met 1-0 opzij werd gezet.

Het wegvallen van Escarré gaf mandekker Jeroen Delmee de kans zich te bemoeien met de opbouw. Het optreden van de spelmaker van Den Bosch leidde tot een overtalsituatie op het middenveld. Bondscoach Oltmans noemde het doorschuiven van Delmee “de sleutel tot de overwinning”.

Nederland kan terugkijken op een vrijwel vlekkeloos verlopen toernooi, al was de opening tegen Canada (3-1) matig en de uitglijder tegen Duitsland pijnlijk. Oltmans deed de nederlaag tegen de Duitsers gisteren af als een bedrijfsongeval en verwees naar het verleden. “Nederland is nog nooit zonder puntverlies kampioen geworden. Kennelijk moest het zo zijn.”

Niettemin gaf de nederlaag tegen Duitsland aanleiding tot discussie binnen de spelersgroep, waarbij doelman Ronald Jansen traditiegetrouw het voortouw nam. Bijval kreeg hij onder anderen van aanvoerder Veen. Beiden waren van mening dat de aanvallers en middenvelders hun verdedigende taken uit het oog verloren. Spanning speelde daarbij een grote rol, zei Veen gisteren. “Onbewust bleek de druk van het spelen voor eigen publiek erg groot.”

Vrijwel unaniem noemden de hockeyers de wedstrijd tegen Zuid-Korea als het keerpunt in het toernooi. Veen: “Toen we vlak na rust met 1-0 achter kwamen, viel plotseling alle druk van onze schouders en gingen we ineens vrijuit spelen. Voor mij begon daar de ommekeer.” Lomans: “Vanaf dat moment hebben we niet meer getwijfeld en ons alleen nog maar bezig gehouden met ons doel.”

Lomans vertrekt deze week voor twee maanden naar Australië waar hij bij North Queensland Baras gaat spelen. Bij terugkomst rekent hij op een basisplaats in de nationale ploeg, nu het inzetten van specialisten bij een strafcorner per 1 juli aan banden wordt gelegd. Mogelijk kan hij profiteren van het vertrek van Klein Gebbink, die na acht jaar een punt zet achter zijn interlandcarrière.

Aanvoerder Veen twijfelt of hij doorgaat. “Eén ding is zeker: mijn maatschappelijke loopbaan heeft vanaf nu voorrang.” Hetzelfde geldt voor spelverdeler Brinkman (31), die gisteren zijn 274ste interland speelde en het record van Cees Jan Diepeveen (286) binnen bereik heeft. “Maar dat is niet de reden om door te gaan. Het plezier staat voorop en als ik nu aan de Spelen in Sydney denk, dan wil ik eigenlijk niets liever dan er nog twee jaartjes aan vastknopen.”

    • Mark Hoogstad