Montenegro: voor 'beter leven', tegen Miloševic

De Joegoslavische president Slobodan Miloševic heeft in Montenegro verloren: Montenegro heeft gestemd voor (economische) openheid. Maar de voorspellingen, dat deze onverwacht zware nederlaag het begin van zijn einde is, zijn vooralsnog voorbarig.

PODGORICA, 2 JUNI. Bij het ochtendkrieken hangt een loodzware depressie boven het hoofdkwartier van Momir Bulatovic. Tussen platgetrapte blikjes frisdrank en lege flessen rakia zitten kluitjes aanhangers met dikke tong tegen elkaar te mompelen. Een auto vol joelende aanhangers van rivaal Milo Djukanovic scheurt voorbij. De chauffeur steekt uitdagend een zaktelefoon uit het raam: symbool van het nieuwe Montenegro.

Zondag velden de Montenegrijnen, die samen met het Servische broedervolk de Federale Republiek Joegoslavië vormen, hun eindoordeel in een machtsstrijd die nu al een jaar woedt. Wordt het de Socialistische Volkspartij (SNP) van Bulatovic, de lokale paladijn van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic? Of de coalitie 'Voor een Beter Leven' van de opstandige pro-westerse president Djukanovic, die afstand heeft genomen van het Servische nationalisme en hervormingen belooft?

Analisten voorspelden een nek-aan-nek race, Montenegro beslist anders. Djukanovic wint met een ruime marge. Met 49,5 procent krijgt hij ruim de helft van de 78 zetels in het Montenegrijnse parlement. Bulatovic moet het met 36,1 procent doen. Voorspellingen van verkiezingsgeweld - met als doel president Djukanovic door het Joegoslavische leger opzij te laten schuiven - komen niet uit. Misschien omdat Bulatovic te verpletterend verliest om zich met enige geloofwaardigheid op verkiezingsfraude te kunnen beroepen, misschien omdat president Djukanovic het lokale machtsapparaat zeer stevig in handen heeft.

Om dat te onderstrepen, omsingelen Montenegrijnse politietroepen in kogelvrije vesten zondagavond het hoofdkwartier van Bulatovic, ruim voor het sluiten van de stembureaus. Pas na twee uur trekken de agenten zich terug. “Dat noemt zich een Westerse democraat en hervormer. Montenegro is een totalitaire politiestaat geworden. Djukanovic is de nieuwe Ceausescu”, briest Zoran Knezevic, ex-burgemeester van Podgorica en nu federaal minister van Justitie. Het klinkt een beetje jaloers.

Echt nodig is dit machtsvertoon niet, want Djukanovic' zege is onbetwist. “Vandaag is het begin. We gaan door voor een democratisch Joegoslavië”, zegt de jonge president om vijf uur 's ochtends in het regeringsgebouw, waar zijn aanhang uitbundig feest viert. Op het terras van hotel Crna Gora zit de vorige Westerse hoop in Joegoslavië, de Servische politicus Zoran Djindjic, de volgende middag al klaar om de huidige Westerse hoop Djukanovic zijn steun te betuigen. “Dit is het begin van het eind voor Miloševic”, denkt Djindjic.

Maar de val van Miloševic is al vaker voorspeld, en nooit gekomen. Duidelijk is dat de Joegoslavische president dit weekeinde in Montenegro een zware nederlaag heeft geleden. Zijn staatzender RTS, die alleen in het noorden van Montenegro is te ontvangen, voerde een felle haatcampagne tegen Djukanovic. De thema's: corruptie en toegeeflijkheid jegens de Albanezen in Kosovo. TV-Podgorica, de zender van Djukanovic, beloofde de Montengrijnen op zijn beurt vrede en een land van melk en honing. Daags voor de verkiezing belde de postbode bij tienduizenden Montenegrijnse gepensioneerden aan met het douceurtje waarmee elk zittend regime in Joegoslavië stemmen pleegt te kopen: een extra uitkering ineens.

Slobodan Miloševic is in Montenegro verslagen door een politicus uit zijn eigen school. Milo Djukanovi'c (36), een flegmatieke man die zijn diepste emoties pleegt te tonen door zijn wenkbrauwen licht op te trekken, werd in 1992 premier van Montenegro. Tijdens de oorlog in Bosnië werd zijn naam steevast in verband gebracht met smokkeloperaties via Italië, Albanië en Macedonië, om het embargo van het Westen tegen Joegoslavië te breken. Het meer van Shkodër heette in die tijd 'de Montenegrijnse pijpleiding', wegens de tientallen bootjes vol benzine die dagelijks vanuit Albanië overstaken en soms midden op het meer ontploften. Op de stranden van Montenegro was het een komen en gaan van speedboten met handelswaar van de Italiaanse mafia.

Over het naoorlogse Montenegro hangt nog altijd een lichte geur van corruptie. De politiechef van de havenstad Bar, Vaso Baošic, een vertrouweling van Djukanovic, werd drie maanden geleden in Italië gearresteerd wegens mafiacontacten. Het gros van de illegale sigaretten, echt en namaak, die op de Balkan door straathandelaars aan de man worden gebracht, komt naar verluidt nog altijd via Montenegro aan land.

Momir Bulatovic trachtte onder de leuze 'voor de waarheid' zijn rivaal Djukanovic tijdens de afgelopen campagne dan ook vooral als smokkelkoning te portretteren. Toen Bulatovic twee weken geleden tot federaal premier van Joegoslavië werd benoemd, zwoer hij plechtig ervoor te zorgen dat de vliegtuigen met zwarte sigaretten niet langer op het vliegveld van Podgorica zouden landen. Dat was een foute inschatting. Want Montenegro is even niet geïnteresseerd in droog brood en nationalisme. Montenegro is geïnteresseerd in de eigen portemonnee.

Lang niet alle vragen zijn met de zege van Milo Djukanovic beantwoord. Zal hij, gewapend met een absolute meerderheid in het parlement van Montenegro, werkelijk de democratische hervormer zijn die hij zegt te zijn? Staat Joegoslavië aan het begin van een verbitterde machtsstrijd, die kan leiden tot het uiteenvallen van de federatie? Wellicht, maar het is evenmin uitgesloten dat Miloševic en Djukanovic een vorm van cohabitatie vinden. Want achter alle retoriek over democratie, rechtstaat en etnische tolerantie schuilt een andere realiteit, die Montenegrijnen veel beter begrijpen. Montenegro en Servië zijn niet alleen gevoelsmatig, maar ook economisch tot elkaar veroordeeld. Joegoslavië is onder Miloševic nog altijd niet bereid en in staat gebleken tot werkelijke hervormingen. Tenmidden van failliete staatsbedrijven en een massale werkloosheid is er slechts één nieuwe werkgever opgestaan: de smokkeleconomie.

Wie wil weten hoe die werkt, kan de Montenegrijnse grensplaats Tuzi bezoeken. Dit tot 1990 onbetekenende dorpje herbergt nu een enorme openluchtmarkt. Honderden Albanese auto's en trucks rijden dagelijks over de - officieel gesloten - grens om hier hun smokkelwaar te slijten. In de café's sluiten Albanezen, Montenegrijnen en Serviërs hun deals: duizend liter benzine tegen een pallet shampoo, een vrachtwagen sigaretten tegen een partij spijkerbroeken. Op de parkeerplaats arriveren 's ochtends vroeg de Šverc-smokkelbussen vol Servische scharrelaars. Ze slaan in Tuzi zwart sigaretten in, waspoeder, piraten-CD's, nep-merkkleding. 's Middags rijden de bussen met de assen bijna tegen de grond terug naar Banja Luka, Belgrado of Niš. Onderweg incasseren politie-agenten hun deel, verder laat de staat deze handel ongemoeid. Want zonder deze scharreleconomie was het Miloševic-regime allang aan sociaal protest ten onder gegaan.

De vliegtuigen met sigaretten blijven dus voorlopig gewoon in Podgorica landen. “Hoe kan ik nou tegen Milo Djukanovic stemmen?”, vraagt Slobodan Popovic, een werkeloze truckchauffeur uit de Montenegrijnse stad Kolašin, die in Tuzi sigaretten inslaat voor zijn straathandel. “Hij geeft ons werk, Bulatovic belooft ons dat we gras mogen eten. Ik heb een gezin te onderhouden.”