Miljoenen voor campagnes in Californië

WASHINGTON, 2 JUNI. Zelfs naar Californische maatstaven zijn er in de aanloop naar de voorverkiezingen recordbedragen uitgegeven om het stemgedrag van de kiezers te beïnvloeden. De diepste zakken bleek de Democratische miljonair Al Checchi te hebben, een ex-directielid van Northwest Airlines, die Democratisch kandidaat voor het gouverneurschap hoopt te worden.

Checchi heeft bijna veertig miljoen dollar van zijn eigen kapitaal in zijn campagne gestoken. Dat heeft een aantal minder draagkrachtige Democraten al bij voorbaat afgeschrikt, onder wie de voormalige stafchef van het Witte Huis, Leon Panetta.

Een van de rivalen van Checchi is het Congreslid Jane Harman die twaalf miljoen dollar van haar familiekapitaal kon besteden. De enige Democratische kanshebber die geen miljonair is, vice-gouverneur Gray Davis, voert campagne met de leuze: Ervaring die met geld niet te koop is.

Davis heeft een groot deel van zijn tijd besteed aan ontmoetingen met rijke geldschieters, om zijn campagne van negen miljoen dollar te financieren.

De vakbonden hebben tien miljoen dollar gestoken in een campagne tegen proposition 226, een referendum om de politieke invloed van de bonden in te perken. Volgens dat voorstel moeten de vakbonden voortaan van ieder lid toestemming vragen voor ze de contributie gebruiken om een politieke campagne te steunen.