Latijns Amerika kiest voor onafhankelijken

In Latijns Amerika verliezen de traditionele partijen veld. Onafhankelijke vrouwen, 'gekken' en ex-generaals betreden het toneel. De presidentsverkiezingen in Colombia en Ecuador dit weekeinde bevestigen die tendens.

BOGOTÁ, 2 JUNI. Zij draagt zalmroze mantelpakjes. Zij is intelligent, aardig en mooi. En: zij is onafhankelijk van de twee partijen die al anderhalve eeuw lang het politieke leven in Colombia bepalen. “Alleen al haar blik haalt ons over”, zegt een jong echtpaar in Bogotá. Zij hebben net op Noemí Sanín gestemd. “Zij is eerlijk”, zegt de man. “Eenvoudig”, zegt de vrouw. “Noemí is de enige die een eind aan de corruptie kan maken”, knikken zij samen.

In de Colombiaanse hoofdstad haalde de kandidate meer dan veertig procent van de stemmen. Landelijk kwam zij echter niet boven de 25 procent uit. Daardoor zullen het opnieuw de eeuwige kandidaten van de conservatieve en de liberale partij zijn (allebei 34 procent), die elkaar in een tweede ronde (op 21 juni) het presidentschap betwisten.

Toch is Noemí een belangrijk fenomeen. Voor het eerst in de Colombiaanse geschiedenis wist een 'buitenstaander' zich een plaats in de politiek te veroveren, zonder partijapparaat achter zich, en zonder de traditionele adhesiebetuigingen van voetballers of 'vaders des vaderlands'. “Met een kwart van de stemmen zijn we een feit geworden waar men niet meer omheen kan”, zei Noemí zondag.

Nog geen maand geleden bestond Noemí niet. Haar eerste openbare optreden was een ramp. Een metaaldetector had de redevoering van haar floppy gewist. De inhoud van haar geïmproviseerde verhaal was helder, maar de hakkelende manier waarop zij het bracht deed 'macho'-land twijfelen: “Die ideeën zullen wel niet uit haar mooie koppie komen”, was het commentaar in de kranten. Maar Noemí hield vol. De eerste vrouwelijke presidentskandidaat in Latijns Amerika schoot omhoog in de peilingen.

Een dergelijke verrassing deed zich ook in buurland Ecuador voor. Daar ging het echter om een man. Een dikke, besnorde bananenmagnaat. Waarnemers hadden zich voorbereid op een traditioneel gevecht tussen de christen- en sociaal-democraten. En daar brak in de peilingen opeens de bananenman door. Een multimiljonair, populist en volgeling van El Loco - 'de gek' Bucaram. Vorig jaar nog had het Ecuadoriaanse volk korte metten gemaakt met hun zingende president Abdalá Bucaram. In februari 1997 moest hij het land verlaten, nadat het parlement hem 'geestelijk ontoerekeningsvatbaar' had verklaard.

En daar stond opeens zondag de bananenmiljonair met zijn armen in de lucht te zwaaien: “Dank u, God”, riep Álvaro Noboa, toen duidelijk werd dat hij de tweede ronde had gehaald. “We verplétteren hem op 12 juni”, zei Noboa over zijn enige tegenspeler in de volgende ronde, de christen-democratische burgemeester van Quito, Jamil Mahuad.

Wat is er aan de hand met Latijns Amerika? In Venezuela hebben de traditionele partijen er dit keer zelfs van afgezien een eigen presidentskandidaat te stemmen. Het is daar in december kiezen tussen een coup-plegende generaal en Miss World. In Brazilië, Argentinië, Bolivia en Peru is de rol van de traditionele politieke partijen al veel langer uitgespeeld. In Brazilië maakt de onafhankelijke president Enrique Cardoso zich op voor een tweede termijn in oktober. In Bolivië is de ex-dictator Banzer tot president gekozen. Maar ook president Menem van Argentinië was een buitenstaander, met zijn bakkebaarden en zijn witte schoenen. Pas in tweede instantie verwierf hij de steun van de peronisten. Hij maakt zich nu op voor een derde termijn. Zoals ook president Fujimori van Peru met grondwetswijzigingen en autoritaire manipulaties de weg naar een derde ambtstermijn aan het effenen is.

“Bedenk goed dat politieke partijen in Latijns Amerika nooit meer dan de economische elite hebben vertegenwoordigd”, zegt Ricardo Vargas van het onafhankelijke onderzoekscentrum CINEP in Bogotá. In landen met een democratische traditie als Colombia kreeg de neokoloniale elite de mensen tot stemmen via een uitgekiend systeem van patronage en onderdrukking. Bijna een eeuw lang waren de conservatieve en liberale partij met elkaar in een burgeroorlog gewikkeld. Daarnaast zijn er landen als Bolivia of Ecuador. In Bolivia werd de democratie meer dan 190 keer onderbroken door een militaire staatsgreep. Ecuador was niet veel beter.

“We zijn de corruptie moe. De vriendjespolitiek, het eeuwige onderlinge gesjoemel van de zoons en dochters van...”, verzuchtte het Colombiaanse echtpaar dat op de onafhankelijke Noemí had gestemd. De corruptie en elitaire incest doen de bevolking van steeds meer Latijns-Amerikaanse landen omzien naar kandidaten 'van buiten'. Schoonheidskoninginnen, gekken of generaals, het maakt niet uit. Als zij maar niet de corrupte elite van de traditionele partijen vertegenwoordigen.

“We gaan vooruit in Colombia”, grapte de Colombiaanse ex-medewerker van de inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank, Francisco Tumi. “Van de tien kandidaten voor het presidentschap waren er vijf de zoon van een ex-president, en maar eentje de dochter.” Niet voor niets is de conservatieve Andrés Pastrana de zoon van de ex-president Misael Pastrana. Andrés voert zijn campagne tegen de 'corruptie' van de liberalen, die de afgelopen drie presidenten leverden. En inderdaad is scheidend president Santer corrupt. Nog steeds is hij gewikkeld in een proces over de bijdragen door drugsbazen aan zijn verkiezingscampagne vier jaar geleden. Overal om hem heen rollen koppen wegens fraude, illegale zelfverrijking en manipulatie met staatsgelden. Maar de liberale presidentskandidaat, ex-minister Horacio Serpa, weigert tijdens zijn campagne afstand te nemen van de regering Santer.

Zo is ook de kandidatuur van de bananenboer in Ecuador uit corruptie te verklaren. In vijftien maanden tijd kreeg interim-president Fabián Alarcón het voor elkaar de staatsschuld van 7 tot 9 procent te laten oplopen. Hij gaf baantjes weg aan mensen die nooit kwamen opdagen. Hij drukte internationale hulp achterover voor de overstromingsslachtoffers van El Niño. Uiteindelijk plukte hij voor zichzelf ook nog eens drie miljoen dollar uit deregeringspot.

“Sinds de val van de dictaturen zit Latijns Amerika volledig vast in de dwangbuis van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds”, zegt professor Tumi. “Politiek-economisch is er aan het president zijn weinig eer meer te behalen.” Daarom ook, zegt Tumi, kijken de mensen om naar kandidaten die zich door kleur, geur, of gekte van de rest onderscheiden.

    • Marjon van Royen