'Ironie werkt nog maar in zeer beperkte mate'; Hoofdredacteur VPRO-televisie Van den Brink over zijn missie

Hans Maarten van den Brink, de eigenwijze hoofdredacteur van de VPRO-televisie, wil van Nederland 3 een kwaliteitszender maken. “Als de VPRO straks in een kader zit op Nederland 3 waarin ze zich thuis voelt, dan is een behoorlijk deel van mijn missie geslaagd.”

HILVERSUM, 2 JUNI. Hoewel hij pontificale uitspraken niet schuwt, blijft Hans Maarten van den Brink (41) ongrijpbaar. De hoofdredacteur van de VPRO-televisie wil geëngageerde televisie maken, zegt hij. “Zijn we eigenlijk wel zo gelukkig met het paarse kabinet? Gaat het allemaal wel zo fantastisch? Ik denk daar een tikje anders over. Ik vind dat we daar af en toe iets over moeten zeggen.”

Van den Brink, voormalig redacteur van NRC Handelsblad, heeft daarom het budget uitgebreid van Veldpost, het programma waarin de VPRO de armoede in Nederland in beeld heeft gebracht. Het komende seizoen zal het programma gaan over armoede in Europa. Filmers in landen als Engeland, België en Spanje zullen bijdragen gaan leveren. Van den Brink: “Ik ben inderdaad geëngageerd met mensen die arm zijn. Ik schaam me daar niet voor en ik doe daar ook helemaal niet ironisch over.”

Om er snel aan toe te voegen: “Maar ik ben ook geëngageerd met totale l'art pour l'art, hoor. Programma's waarvan gezegd wordt: 'moet dat nou, er kijkt toch geen hond naar'. Je kunt niet alles meten.” Een voorbeeld: in 1999 zal Wim Kayzer een lange serie programma's gaan maken over de begrippen schoonheid en troost. Van den Brink: “Dat zijn van die grootse, onironische categorieën. Waar moet je om huilen? Wat blijft er over als alles is gezegd en gedaan? Dit soort programma's gaat in tegen het idee dat we alles altijd kunnen uitrekenen. Mensen die overal de economische bottom line in zien vind ik nogal kinderachtig.” Uiteindelijk concludeert hij: “Ik vind het allebei heel belangrijk. Ik ben bang dat de VPRO een ingewikkelde omroep is en de hoogste topbaas van de televisie bij VPRO nog een graadje ingewikkelder. Het moet relevant zijn. Niet ergens in een hoekje blokfluit zitten spelen, terwijl de karavaan verder trekt. Om dezelfde rol te kunnen spelen als twintig jaar geleden, moet de VPRO veranderen.”

Veel wil Van den Brink nog niet kwijt over de nieuwe winterprogrammering. Arjan Ederveen en Jiskefet keren terug, wil hij wel onthullen. Wim de Bie gaat een satirisch programma maken zonder Kees van Kooten. De VPRO-film op de late zondagavond gaat naar de vrijdagavond. “Voor de zondagavond zat de film te laat.” Op zondagavond komt een nieuw programma dat als werktitel De nieuwe wereld heeft. Een oud paradepaardje van de VPRO, de buitenland-rubriek Diogenes, verdwijnt. Van den Brink: “Diogenes had zijn natuurlijke levenscyclus voltooid.” De impressionistische stijl van filmen van het programma, zonder veel commentaar, zal worden voortgezet bij De nieuwe wereld. “Het is een programma dat meer over kijken gaat dan over praten. Die VPRO-traditie gaat dus niet verloren.”

Met een andere VPRO-traditie, het gebruik van ironie, heeft Van den Brink duidelijk meer moeite. “In het Nederland van de jaren zestig, toen autoriteiten nog echt op een voetstuk stonden, was ironie een machtig wapen. Je liet autoriteiten in hun onderbroek zien. Of je stelde ze een malle vraag en daar kamen ze niet uit. Daarmee werden ze ontmaskerd. Dat werkt dus nog maar in zeer beperkte mate. Onze autoriteiten zijn zelf ontzettend ironisch geworden. Wie gaat er nou niet naar Paul de Leeuw?” Heeft een programma als dat van Paul de Leeuw dan nog wel betekenis? “Ik zal er niet in optreden”, is het enige dat Van den Brink erover kwijt wil. “Mensen doen vaak ironisch om er niet van beschuldigd te worden hoogdravend te zijn. Ik ben niet bang om hoogdravend te zijn, nee. Maar ik maak ook weleens een grapje, hoor. Per ongeluk.”

De hoofdredacteur heeft sinds zijn aantreden in 1995 een aantal conflicten gehad bij de VPRO. Van den Brinks stijl van leiding geven wordt door een deel van programmamakers bij de VPRO als tactloos ervaren. Met programmamaker Lex Runderkamp kwam hij in botsing over zijn beslissing om de redactie van het inmiddels verdwenen De wereld volgens Dummer van Amsterdam naar Hilversum te verplaatsen. Runderkamp vertrok naar het NOS-journaal, nadat hij eerst werd geschorst omdat hij Van den Brink publiekelijk was afgevallen. Presentatrice Harmke Pijpers verweet Van den Brink onbeschoft gedrag en stapt over naar de AVRO.

Volgens Van den Brink valt het met het aantal conflicten wel mee. “Als je kijkt naar de programmatitels, dan zie je dat er dingen veranderen. Elk jaar komen er titels bij en verdwijnen er titels. Dat gaat met opvallend weinig kabaal gepaard. Programma's als Waskracht, Lopende zaken en Sportpaleis De Jong worden gemaakt door nieuwe mensen. Bij de VPRO is een generatiewisseling gaande. Dat leidt tot discussies, maar het leidt niet tot burgeroorlogen.”

Over Runderkamp zegt hij: “Lex Runderkamp wilde liever naar het opgeleukte journaal. Als iemand het niet naar zijn zin heeft, moet hij weggaan.” Over Pijpers: “Ik sta echt op scherp om haar nieuwe AVRO-programma te zien. Dan is ook redelijk controleerbaar hoe geschift ik ben geweest dat ik dat heb laten lopen. Dat kan dan iedereen zien.”

In hoeverre speelt ook Van den Brinks persoonlijkheid een rol bij de conflicten? “Natuurlijk speelt mee dat ik een eigenwijs persoon ben. Ik ben niet iemand die meestal zo'n beetje vind wat de meeste mensen vinden. Ik ben daar niet speciaal trots op, het is zo.”

Van den Brink is niet bang voor de lange arm van de nieuwe raad van bestuur van de NOS, die dit jaar is aangetreden. Hij juicht het juist toe dat die raad een debat is begonnen over verdere profilering van de drie publieke zenders. “De drie zenders moeten niet drie keer hetzelfde zijn. De zenders moeten ieder een eigen gezicht hebben. Profilering is een logische en noodzakelijke ontwikkeling. Nederland 3 moet een zender worden met een sterk accent op informatie en cultuur, terwijl Nederland 1 bijvoorbeeld een familiezender kan worden.” Desnoods zal Nederland 3 door die profilering een kleiner publiek bereiken, aldus Van den Brink. “Je moet kijken naar het geheel van de publieke omroep. Met z'n allen moeten we het hele publiek bedienen. Maar dat betekent niet dat alle drie de zenders 33,3 procent van de kijkers moeten trekken.”

Van den Brink heeft een helder beeld van zijn ideale zender. “Nederland is een hoogontwikkelde maatschappij met veel talent en intellect. Zo'n land verdient minstens één publiek kanaal dat het beste van Arte en BBC 2 combineert en toch een eigen Nederlands accent heeft. Dat kunnen we ook. Het talent is aanwezig, het geld is aanwezig en er is een zender. Je ziet nu dat BBC 2 af en toe midden op de zaterdagavond een kunstprogramma uitzendt. Niet omdat er zo ontzettend veel mensen zijn die een kunstprogramma willen zien, maar omdat die zender een ander karakter heeft dan BBC 1 en omdat op BBC 1 al amusement te zien is. Meer samenwerking tussen drie geprofileerde zenders betekent dat de ruimte voor kunst en cultuur op Nederland 3 minder onder druk komt te staan. Als de VPRO straks in een kader zit op Nederland 3 waarin ze zich thuis voelt, dan is een behoorlijk deel van mijn missie geslaagd.”

    • Peter de Bruijn