Geen reisverbod familie; Corruptie Soeharto-era in onderzoek

JAKARTA, 2 JUNI. Het Indonesische openbaar ministerie stelt een onderzoek in naar corruptiepraktijken onder het bewind van Soeharto, maar heeft geen plannen om het rechtstreeks te richten op de oud-president zelf.

Openbaar aanklager Soedjono C. Atmonegoro zei gisteren tijdens een druk bezochte persconferentie dat de zakelijke praktijken van de familie Soeharto onderwerp van het onderzoek kunnen zijn. Soedjono verklaarde dat het openbaar ministerie geen reisverbod heeft opgelegd aan leden van de voormalige presidentiële familie. Daarom was gevraagd door onder anderen de onlangs vrijgelaten vakbondsleider Muchtar Pakpahan. Volgens de openbare aanklager had hij garanties ontvangen van de familie dat zij het land niet zou verlaten.

De aankondiging van het openbaar ministerie komt nadat wekenlang door verschillende groepen in de Indonesische samenleving gevraagd is om berechting van de ex-president, die op 21 mei plotseling aftrad.

Over de omvang van het familiekapitaal van de Soeharto's doen verschillende verhalen de ronde. Het Amerikaanse tijdschrift Forbes schatte het gezamenlijke vermogen van Indonesiës vroegere eerste familie op 86 miljard gulden. Het Indonesische Bussiness Data Centrum (PDBI) schatte gisteren het totale vermogen van de Soeharto's en nauw verbonden zakenrelaties op 36 miljard gulden. Dat cijfer is gebaseerd op geregistreerde bedrijven en stichtingen van de familie.

Soeharto's kinderen beschikken ieder over omvangrijke conglomeraten. Zakendoen in Indonesië onder Soeharto kon alleen door een van de leden van de presidentiële familie bij de onderneming te betrekken. Vaak verleenden zij alleen hun naam aan projecten tegen een ruime commissie. Op dit moment woedt een campagne in het land gericht tegen corruptie, onderhandse praktijken en nepotisme. De directeur van het PDBI, Christianto Wibisono, zei gisteren dat de familie het meest heeft verdiend aan corrupte en onderhandse zakelijke transacties binnen monopolies of oligopolies. Bedrijven en stichtingen gerelateerd aan de voormalige presidentiële familie genoten privileges bij het binnenhalen van orders bij staatsondernemingen zoals de oliemaatschappij Pertamina of het energiebedrijf PLN. Maar hij voegde eraan toe dat ook veel ministers, gouverneurs, regenten en burgemeesters op een soortgelijke manier rijkdommen hebben vergaard. Wibisono schat dat mogelijk 55 procent van het Soehartokapitaal uiteindelijk zou kunnen terugvloeien in de schatkist.

Oppositieleider Amien Rais, voorzitter van de islamitische massaorganisatie Muhammadiyah, riep Soeharto dit weekeinde op om 95 procent van zijn vermogen terug te geven aan de staat. In ruil daarvoor zou hij kunnen rekenen op algehele vergeving door het volk. Op die manier, zei Rais, “hoeft de regering niet meer bij internationale instituties te bedelen om geld”.

De algemeen secretaris van de Nationale Mensenrechtencommissie, Baharuddin Lopa, wil echter dat Soeharto bij voldoende bewijs wordt vervolgd. Volgens Lopa moet ieder geval van corruptie in overeenstemming met de wet worden behandeld, ongeacht de identiteit van de verdachte. “Als hij of zij schuldig wordt bevonden, moet het door corruptie verkregen vermogen worden geconfisqueerd”, aldus Lopa. Hij zei dat de 'oplossing' van Rais 'weinig educatief' is, indruist tegen de wet en aanleiding kan zijn tot gevoelens van rechtsonzekerheid. Pas nadat Soeharto eventueel berecht is, kan president Habibie gratie overwegen, aldus Lopa.