Ethiopiër herovert wereldrecord tien kilometer met imposante eindsprint; Gebrselassie slaapwandelt naar record

HENGELO, 2 JUNI. Tussen de zes en negen kilometer was Haile Gebrselassie “een beetje in slaap gesukkeld”. Dat hem dat nou net moest overkomen in de wedstrijd waarin hij een wereldrecord wilde lopen. Gelukkig was hij al “slaapwandelend” toch nog voldoende bij geest om zijn tussentijd op 9.000 meter te zien. Dat was schrikken. Van de acht seconden voorprong op het wereldrecordschema van de Keniaan Paul Tergat na zes kilometer, was met nog 1.000 meter te gaan minder dan één tel over. Op dat moment was Gebrselassie, zoals hij later lachend zei, “meteen weer klaarwakker”.

De Ethiopiër liep vervolgens de laatste kilometer zo onwaarschijnlijk snel, dat hij in 26.22,75 minuten over de streep kwam, ruim vijf seconden onder de toptijd van Tergat op de 10.000 meter.

Het zat hem na afloop van zijn recordrace best wel een beetje dwars, die slaaptoestand waarin hij gisteren drie kilometer lang in het Fanny Blankers-Koen Stadion in Hengelo zijn ronden had gelopen. Wat voor tijd had hij kunnen realiseren als hij bij de les was gebleven, vroeg hij zich af. Onder de 26.20? Misschien zelfs 26.15? Al te lang wilde de 25-jarige, 1,57 meter lange atleet atleet daar ook weer niet bij stilstaan. “Hoe het kon gebeuren dat ik wat indutte weet ik niet, maar ik weet nu in ieder geval wel dat ik nóg sneller kan. Maar het belangrijkste op dit moment is dat ik het wereldrecord op de tien kilometer weer in mijn bezit heb.”

Dat record raakte de wereld- en olympisch kampioen op die afstand op 22 augustus vorig jaar in Brussel kwijt aan Tergat. Het was tijdens de Ivo van Damme-memorial niet het enige record dat Gebrselassie moest inleveren. Ook op de vijf kilometer werd zijn naam uit de boeken geschrapt nadat de Keniaan Daniel Komen ruim twee seconden onder de toptijd van de Ethiopiër was gebleven. “In nog geen twee uur twee wereldrecords verliezen, dat is echt vreselijk. Op die avond in Brussel werd mij iets afgenomen waarvan ik voel dat het mij toebehoort. Daarom staat dit jaar in het teken van de aanval, van het heroveren van die records”, zei Gebrselassie vorige week.

Voor de aanval op het wereldrecord op de tien kilometer had hij de Adriaan Paulen Memorial in Hengelo uitgekozen. Niet verwonderlijk, want Gebrselassie heeft goede herinneringen aan het kleine maar knusse stadion. Drie keer eerder liep hij er een wereldrecord, in 1994 op de 5.000 meter, in 1995 op de 10.000 meter (in de toen voor onmogelijk gehouden tijd van 26.43,53) en vorig jaar op de incourante twee mijl.

De omstandigheden waren gisteren vroeg in de avond goed. De wind - vaak een plaaggeest bij recordwedstrijden - was vrijwel gaan liggen, de temperatuur aangenaam. Als gangmakers waren de Ethiopiërs Bekila, Wolde en Mezgebu ingehuurd. Zij zorgden vanaf de start voor een hoog tempo. Na één kilometer lag Gebrselassie al vijf seconden voor op de oude toptijd van Tergat, na zes kilometer - het moment waarop de laatst overgebleven 'haas' uitstapte - was die voorsprong opgelopen tot acht seconden.

In de volgende drie kilometer moest Gebrselassie per kilometer ruim twee seconden inleveren op het schema van Tergat. Daardoor was hij genoodzaakt de laatste kilometer alles te geven om binnen de tijd van de Keniaan te blijven. Luid aangemoedigd door het uitzinnige publiek liep Gebrselassie vervolgens een voor onmogelijk gehouden tijd op de laatste 1.000 meter: 2.31,22. Zijn laatste honderd meter ging in circa veertien seconden, slechts vier seconden meer dan de winnaar van de sprint eerder op de dag. Die had ter voorbereiding wat rek- en strekoefeningen gedaan, Gebrselassie had er toen al 9.900 meter in een moordend tempo opzitten.

Hardlopen over lange afstanden is voor de Ethiopiër echter altijd iets vanzelfsprekends geweest. Als kleine jongen rende hij al om de loslopende veestapel van zijn vader, om te zorgen dat de beesten bij elkaar zouden blijven. Of hij rende naar school, tien kilometer heen - vaak afgesloten met een eindsprintje om stokslagen te ontlopen wegens te laat komen - en ook weer tien kilometer terug. Veel kinderen in Ethiopië en andere Afrikaanse landen hebben eenzelfde ervaring, maar volgens een sportleraar op de middelbare school had Gebrselassie een uitzonderlijk groot looptalent. Vanaf dat moment loopt hij ook op vierhonderd-meterbanen. Meestal als snelste.

Door zijn prestatie van gisteren heeft de twee weken geleden vader geworden atleet in drie jaar tijd zijn eigen toptijd op de 10.000 meter met bijna 21 seconden verbeterd. En dat terwijl nog geen vijf jaar geleden Yobes Ondieke uit Kenia de atletiekwereld verbaasde door als eerste atleet net onder de 27 minuten te finishen. Sindsdien is het wereldrecord met bijna 36 seconden aangescherpt. En als we Gebrselassie mogen geloven, kan het dus nóg sneller. “Veel sneller zelfs.”

    • Paul de Lange