Een werkelijke steen des aanstoots in Bethlehem

Tussen het Palestijnse ministerie van Toerisme en de Israelische Oudheidkundige Dienst is een felle politieke ruzie losgebarsten. Inzet: een steen.

BETHLEHEM, 2 JUNI. Inzet van de nieuwste ruzie tussen Israel en de Palestijnen is, althans volgens de Palestijnen, een 300 jaar oude tegel uit de binnenplaats van de Geboortekerk in Bethlehem. Die steen werd vorige week in een houten krat gepakt en verscheept naar de kathedraal in Straatsburg, de Franse zusterstad van Bethlehem. Tijdens een ceremonie in Bethlehem op 1 mei hadden de kerk- en burgervaders van beide steden immers bekendgemaakt dat de steen in Straatsburg zou worden tentoongesteld als symbool van samenwerking van de zustersteden, en om Europese pelgrims te trekken voor de festiviteiten in Bethlehem in het heilige jaar 2000. De steen zou op 4 juni in Straatsburg worden onthuld in het bijzijn van Franse regeringsfunctionarissen. Na Kerstmis dit jaar zouden de Fransen de steen terugsturen naar Bethlehem. Het gaat dus om een lening.

De Palestijnen waren zeer verbaasd toen zij twee weken geleden in de Israelische krant Ha'arets lazen dat de diefstal-preventie-eenheid van de Israelische Oudheidkundige Dienst de steen in de haven van Ashdod in beslag had genomen. Alleen spraken de Israeliërs van “een Byzantijns deurpaneel uit de vijfde eeuw”, dat door een “Palestijnse smokkelaar” uit Bethlehem zonder papieren op een boot vol koeien en groenten naar Marseille was gezet. De steen ligt nu bij de Oudheidkundige Dienst in Jeruzalem.

Zoals vaak bij misverstanden tussen Palestijnen en Israeliërs, escaleerde de zaak onmiddellijk tot een politieke rel. Het Palestijnse bedrijf dat de steen verscheepte, marmer-exporteur Nassar Investments Co., faxte brieven van de burgemeesters van Straatsburg en Bethlehem en van de Franciscaner paters naar iedereen die het wilde lezen. Daaruit blijkt ook dat de Fransen later deze zomer 18 'gewone' stenen uit Bethlehem willen laten komen, die door Franse kunstenaars laten bewerken om ze vervolgens als cadeau terug te sturen naar de Palestijnen voor Jezus' 2000ste verjaardag.

“Waarom hebben de Israeliërs niet even navraag gedaan bij ons, voor ze ons van 'diefstal' en 'smokkel' beschuldigen?” zegt een medewerker van de exporteur. “Uit deze documenten kun je direct afleiden dat het om een keurige overeenkomst gaat tussen twee gemeenten en kerken. Niets schimmigs aan.”

De Israeliërs zeggen dat ze die papieren nooit hebben gezien. “En wat dan nog”, zegt Avi Avganim van de Oudheidkundige Dienst, “het belangrijkste papier ontbreekt: een exportvergunning van ons. Wie een kunstschat uit Israel wil exporteren, zelfs voor een tijdelijke expositie, moet zo'n vergunning hebben. De Palestijnen hebben die nooit aangevraagd. Kortom, diefstal.”

Maar de Palestijnen zeggen dat ze zo'n vergunning niet nodig hebben, omdat de steen geen kunstschat is en afkomstig is uit Zone A - Palestijns autonoom gebied waar Israel niets over te zeggen heeft. De medewerker van exporteur Nassar zegt: “Volgens de vredesakkoorden van Taba uit december 1995 is de Palestijnse Autoriteit verantwoordelijk voor antiquiteiten in de Zones A. Het is ons soevereine gebied.” Volgens Avganim gaat het echter om export uit Israelisch soeverein gebied. Op de vraag waarom de Oudheidkundige Dienst geen navraag heeft gedaan bij de Palestijnen voor zij hen - partners in het vredesproces - publiekelijk wegens smokkel aan de paal nagelde, zegt Avganim: “Ik heb niks met dat vredesproces te maken. Er wordt veel antiek uit Israel gesmokkeld. Dus als we iets vinden zonder exportvergunning, is het smokkelwaar.”

Mede door tussenkomst van het Franse consulaat in Jeruzalem zullen beide partijen een gezamenlijk comité vormen dat zich over de zaak zal buigen. Sabri Hamad van het Palestijnse ministerie voor Civiele Zaken (belast met het contact met 'de andere kant') lijkt al te hebben ingebonden: “Onze Toerisme-minister moet een vergunning aanvragen bij de Israeliërs.” Maar Avi Avganim lijkt daar niet al te zeker van: “Wij houden de steen in Jeruzalem, mochten we bewijs nodig hebben voor de rechtbank.” Volgens ingewijden kan het wel even duren voor de zaak is opgelost. Beide partijen hebben zich diep hun eigen soevereiniteitsbeginsel ingebeten, en willen dat zwart op wit in de mogelijke overeenkomst gespeld zien.

De burgemeester van Straatsburg heeft zich er al bij neergelegd dat de steen des aanstoots niet meer voor de plechtige onthulling op 4 juni in zijn gemeente zal arriveren. Hij heeft al een nieuwe steen in Bethlehem besteld - een gewone, vers uit een berg gehakt. Maar ook die ondervindt intussen vertraging door Israelische inspectie. Naar die 18 stenen die Straatsburg door Franse kunstenaars wilde laten bewerken, kan Bethlehem waarschijnlijk nu ook fluiten.