De voorzitter kan goed mevrouw Jeltje spelen

De eerste vrouwelijke voorzitter van de Tweede Kamer is een vasthoudend en ervaren parlementariër met een trouwe aanhang onder (Rode) vrouwen. In een nog grotendeels door mannen beheerste wereld moet zij oppassen niet bitchy te worden. Jeltje van Nieuwenhoven: een onafhankelijke politica die niet tegen de hoofdstroom in gaat.

Ze wordt omringd door mannen. De gang naar haar kamer in het parlementsgebouw is een galerij met voorname koppen. Getekende portretten van vroegere Kamervoorzitters kijken hier streng op de bezoeker neer.

Ze is geen Schimmelpenninck van der Oije, geen Van Nispen tot Sevenaer, noch een Collot d'Escury. Ze is Jeltje van Nieuwenhoven, dochter van een rietvlechter uit Noordwolde. De 68ste Kamervoorzitter sinds 1815 en nochthans de eerste vrouw in deze functie. Vorige maand werd ze, ondanks enig gemor bij sommigen over het voorkoken van haar benoeming, met een grote meerderheid van stemmen gekozen.

Enkele dagen na haar benoeming ontvangt ze in haar werkkamer. De traditie drukt een zwaar stempel op de inrichting: veel antiek, een kabinet met Delftsblauwe vazen erop en een deftig schrijfbureau bij het raam. Het interieur roept herinneringen op aan de zondagse kamer bij haar thuis. “Maar de onze was natuurlijk veel minder rijk ingericht”, zegt ze met een ondertoon van ironie.

Hoe ze zich voelt? “ Nou, best trots. Je bent toch maar mooi de eerste vrouw op deze plaats, denk ik bij mezelf.” Een dag later, bij haar eerste optreden, wordt ze er al mee geconfronteerd. “Meneer de voorzitter”, schiet CDA'er Wim van de Camp in de fout. SP'er Jan Marijnissen bekent dat hij zijn aanhef veiligheidshalve op een briefje heeft geschreven: “Mevrouw de Voorzitter”, leest hij voor. Zelf ziet ze het gedoe vanuit haar hoge stoel geamuseerd aan.

De voorzittersstoel. Ze kende hem al voor ze Kamerlid werd. Als bibliothecaresse bij de Wiardi Beckmanstichting, de denktank van de PvdA in Amsterdam, kreeg ze soms Anne Vondeling aan de lijn. “Met Anne, ik zit in de stoel. Wil je iets voor me opzoeken”, klonk het steevast. Ze verstonden elkaar, want behalve partijgenoten, waren ze Friezen en vooral streekgenoten: hij uit Ooststellingwerf, zij uit Weststellingwerf.

Ze komt uit een arbeidersgezin, een fel rood nest. De Van Nieuwenhovens werden in het dorp gezien als CPN-stemmers. Dat was niet zo vreemd: Noordwolde kende voor de oorlog grote armoede, de rotanindustrie was er zo ongeveer de enige bron van inkomsten. Haar vader was ook rietvlechter. Op straat kon je ze gemakkelijk herkennen: met een bankje achterop de fiets. Als de ene stoelenbaas ze ontsloeg, reden ze met het werkspul bij zich naar een nieuwe.

Nederland kent haar inmiddels misschien nog het meest door haar aparte tongval: een Saskisch accent dat alleen in de Stellingwerven wordt gesproken. In Noordwolde horen ze bij haar nog eerder de kolonietaal, die variant van het Algemeen Beschaafd Nederlands die vroeger werd gesproken in de koloniën van de Maatschappij van Welvarendheid, de enclaves voor werkzoekenden uit het westen van het land op de grens van Friesland en Drenthe.

Thuis lazen ze Het Vrije Volk, de Vara-gids en de boeken van de Arbeiderspers. Zelf was ze al vroeg een boekenwurm: nieuwsgierig naar het 'wat, hoe en waarom'. “Ik las zelf verschikkelijk veel en wilde dat ook uitdragen. Ik was heel nieuwsgierig wat mensen boeide.”

Lezen en boeken beheersten haar leven. Na de Mulo ging ze werken in de openbare bibliotheek van Wolvega en volgde ze tegelijk de opleiding voor adjunct-bibliothecaresse in Leeuwarden. Een stevige persoonlijkheid die in gezelschap makkelijk het woord nam en vond dat mensen via boeken opgevoed konden worden. Mede-cursiste Pieta Schaap-Dijkstra: “Ze was een leeftijdgenote van wie een zekere kracht van uitging en die verder was dan de meesten van ons.”

Een felle tante was ze ook. Leeftijdgenoten kenden haar als iemand die nooit een blad voor de mond nam, eerlijk, maar het was ook niet moeilijk om ruzie met haar te krijgen.

Politiek was ze in haar Friese jaren nog niet. De keuze voor de PvdA maakte ze pas als gevorderde twintiger in Utrecht, waar ze bibliothecaresse was bij het kunsthistorisch instituut van de universiteit. Ze weet niet meer precies over welk onderwerp het ging toen ze haar keuze voor sociaal-democraten maakte. “Iets met onderwijs, maar ik vond dat de PvdA het goede standpunt had.”

De politiek zelf greep haar pas bij de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Temidden van de studieuze doctorandussen op het instituut roerde de bibliothecaresse zich flink. Wouter Gortzak, destijds directeur: “Ze was lawaaierig, maar beslist niet dom.” Dat de voormalige bibliothecaresse ruim twintig jaar later voorzitter van de Kamer is geworden, verbaast hem niets: “Ze speelde toen al graag voorzitter. En dat deed ze op een heel precieze manier”. Als ze elkaar later spraken, zei hij altijd 'Jel' en zij steevast 'baas', al is dat laatste inmiddels lastig, omdat Gortzak sinds 7 mei één van de 54 nieuwe leden van de Tweede Kamer is.

Haar leerschool in de politiek kreeg Van Nieuwenhoven als assistent van Max van den Berg, de sterk gepolitiseerde Groningse wethouder, die in 1980 na een harde strijd met de Nieuwlinkser en voormalige staatssecretaris van CRM, Wim Meijer, voorzitter werd van de PvdA. Van den Berg waardeerde ze om zijn “idealen en zijn uitgesproken opvattingen”. Van Nieuwenhoven: “Max wilde voorzitter worden en had er zelf ideeën over. Bij Wim was het toch meer dat hij kandidaat werd omdat anderen hem een goeie vonden”.

Ze kon toen nog niet weten dat ze later heel direct met Wim Meijer te maken zou krijgen. Bij haar entree in de Tweede Kamer, in 1981, was Meijer inmiddels fractievoorzitter van de PvdA. “Wim heeft er nooit iets over gezegd”, weet ze nog. Anderen in de PvdA-fractie wisten het wel: ze kwam daar als 'de spion van Max', een verwijt dat ze nog altijd als “belachelijk” afdoet.

Van Nieuwenhoven weet goed hoe je met macht moet omgaan: ze is redelijk onafhankelijk, maar zal tegelijk niet snel tegen de hoofdstroom ingaan. Ze weet meestal heel goed 'hoe de hazen lopen'. “Jeltje lijdt niet snel verlies”, zeggen ze in de Tweede-Kamerfractie van de PvdA.

“Jeltje is erg goed in list en bedrog, zeg ik altijd. Ze heeft heel snel door waar bij mensen of voorstellen de zwakke kant zit”, zegt haar vroegere collega en 'maatje' Elske Ter Veld. Zelf zegt ze een hekel te hebben “aan spelletjes die achter je rug worden gespeeld”. Ze ervoer het onlang nog, toen haar fractiegenote, demissionair staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos, ook als kandidaat voor het voorzitterschap van de Kamer werd genoemd. “Ik wist dat zij dat helemaal niet wilde, maar haar naam werd wél naar buiten gebracht. Dan denk ik: waarom doen mensen dat nou?”

Gaandeweg groeide ze in de Kamer uit tot een generalist. Ze deed cultuur, volksgezondheid, sociale zaken en media. Van Nieuwenhoven was geen bevlogen debater, ook niet het type parlementariër dat wetsvoorstellen tot de laatste artikelen uitpluist. Ze is wel vasthoudend. Hedy d'Ancona, Europarlementariër en minister van cultuur in het derde kabinet-Lubbers, kende Van Nieuwenhoven heel goed uit de vrouwenbeweging. D'Ancona maar ervoer haar partijgenote en vriendin in de Kamer als 'een terrier'. “Jeltje maakte in debatten bij mij geen onderscheid des persoons. Ik had daar grote moeite mee. Als ik dan eens een grap maakte, kreeg ik er behoorlijk van langs”.

In de fractie ontwikkelde ze zich gaandeweg tot een seniore parlementariër en als trouble shooter. Haar sterkste wapens zijn humor en een ontwapenend optreden. “Waarom maakt u toch steeds problemen als ik op deze plaats zit”, zei ze als invallend voorzitter eens tegen de D66'er Ybema. De aangesprokene verdween daarop direct bij de interruptiemicrofoon.

Als de PvdA-fractie weer eens iets lastigs wilde van de hoekige Kamervoorzitter Wim Deetman werd Van Nieuwenhoven op missie gestuurd. “Wim, ik heb een moeilijke boodschap, maar de fractie vindt dat ik je dat het beste kan zeggen”, opende ze bij dat soort gelegenheden. Deetman wist dan, nog voor hij iets had gezegd, dat hij al half had verloren.

Ze was de afgelopen periode inmiddels een senior binnen de PvdA-fractie. Een 'ouweling' die de ingrijpende vernieuwing van de fractie overleefde en daarna gemakkelijk contact maakte met de nieuwe lichting. Sharon Dijksma, voormalig voorzitter van de Jonge Socialisten en één van Kamerleden die in 1994 voor het eerst aantraden: “Ze is een prettige raadgeefster in allerlei zaken, doet niet moeilijk en weet heel veel.” Rob Oudkerk, huisarts te Amsterdam en van dezelfde lichting '94: “Zij kon in de fractie non-verbaal heel veel zeggen: je aankijken met een uitdrukking van 'je zegt nu wel iets heel erg stomzinnigs'. Maar tegelijk gaf ze je als nieuwkomer een groot vertrouwen. Ze is een van de weinige mensen in de politiek die je het gevoel geven dat je gewoon kunt zeggen wat je vindt zonder dat je daarna met een hamer op je kop wordt geslagen.”

Zelf kwam ze in 1981 met veel bombarie in de Kamer. Met Elske ter Veld, de latere staatssecretaris van Sociale Zaken en huidig Eerste-Kamerlid voor de PvdA, en Eveline Herfkens, die naar de Wereldbank zou gaan en nu VN-ambassadeur is, vormde ze een geducht trio. Ter Veld: “We waren klaargestoomd op het vormingsinstituut van de Rooie Vrouwen en hadden een houding van 'we komen er aan en wij zijn goed'. We vonden ook dat wij met onze deskundigheden het hele kabinet Van Agt-II dat er toen zat zo konden overnemen. Ja, aan zo'n zelfbewuste houding moesten veel mannen erg wennen.”

Van Nieuwenhoven kwam in de Kamer gesteund door de Rooie Vrouwen, de vroegere vrouwenorganisatie van de PvdA: “Ze zeiden tegen me: 'dat is iets voor jou', en ik weet nog dat ik toen dacht: daar hebben jullie gelijk in.” Wouter Gortzak: “Ze heeft in die kring een groot krediet. De vrouwen liepen echt met d'r weg. Als ik wel eens iets kritisch zei, kreeg ik meteen op m'n kop.”

Een vrouwelijke voorzitter. Nederland moest er, anders dan in sommige ogenschijnlijk minder geëmancipeerde buurlanden, heel lang op wachten. De Duitse Bondsdag wordt al weer jaren voorgezeten door Rita Süssmuth, het Britse Lagerhuis kent al geruime tijd Betty Boothroyd als Speaker en in het Europese parlement staat onder andere de Socialistische fractie onder leiding van een vrouw, Pauline Green.

Hoe opereren die vrouwelijke voorzitters? Europarlementariër Hedy d' Ancona: “Vrouwen zitten veel minder kwetsbaar in hun rol dan mannen. Ze hebben veel meer relativeringsvermogen. Het maakt ze niet zoveel uit als ook eens het onderspit delven. Na een nederlaag hoeven ze niet per se een victorie. Ze weten dat er ook nog iets anders in het leven is.”

Maakt het verschil een mannelijk of vrouwelijke voorzitter? Van Nieuwenhoven vindt het eigenlijk geen vraag. Maar toch, na enige aandringen, wil ze wel een onderscheid aangeven: “Vrouwen zijn meestal praktischer. In het algemeen kun je zeggen dat vrouwen graag op willen schieten. Dat geldt voor mij ook, al vinden sommigen die haast van me ook weer een zwakke kant.”

Kan Van Nieuwenhoven leiding geven aan de Tweede Kamer? Ter Veld: “Het enige risico voor Jeltje is dat ze onzeker wordt, dan kan ze snel bitchy worden.”

Sommigen vragen zich af of de onbevangen Van Nieuwenhoven wel diplomatiek genoeg is voor het voorzitterschap en of ze niet te direct is om het parlement bij allerlei officiële verplichtingen te vertegenwoordigen. Ter Veld: “Jeltje is een hele goeie toneelspeler. Ze kan heel goed mevrouw Jeltje spelen en dat kan ze ook heel lang volhouden.”

    • Kees van der Malen