BolsWessanen-zaak: klacht over willekeur

AMSTERDAM, 2 JUNI.De advocaten van zeven verdachten in de BolsWessanen-rechtszaak beschuldigen het Openbaar Ministerie van “volstrekte willekeur en het handelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel”. Zij vinden het onbegrijpelijk dat het OM de dagvaarding tegen twee andere verdachten heeft ingetrokken.

De raadslieden zeiden dat vanmorgen op de eerste dag van de geruchtmakende rechtszaak tegen de zeven die worden verdacht van betrokkenheid bij handel in effecten en opties in het drank- en voedingsmiddelenconcern BolsWessanen met misbruik van voorwetenschap. De verdachten zouden in de zomers van 1994 en 1995 geprofiteerd hebben van niet openbare kennis van onverwacht slechte winstverwachtingen van BolsWessanen.

Het vermoeden bestaat dat een van de toenmalige topfunctionarissen uit het bedrijf informatie heeft verstrekt over de resultaatsontwikkeling aan de verdachten kort voor het verschijnen van persberichten daarover. Het onderzoek van justitie kwam in het najaar van 1996 in de publiciteit na aanhouding van diverse verdachten onder wie directeur T. van N. van BolsWessanen. Na anderhalf jaar van onderzoek zijn zeven verdachten gedagvaard, onder wie vier beleggers en drie optiehandelaren.

De handelaren vormden tesamen een beleggingsclub Triple Sec. Samen met Van N. kwamen zij diverse malen bijeen in het drank- en spijshuis Blanje Bleu in Bentveld om beleggingsstrategieën door te nemen. Het OM heeft drie weken uitgetrokken om de zeven verdachten te laten berechten. De officier van justitie H. de Graaff heeft de dagvaarding van T. van N. aangehouden en het gerechtelijk vooronderzoek heropend. Details over dat besluit wilde hij vanochtend niet vrijgeven.