Afghanen bang voor naschokken

Opnieuw is Noordoost-Afghanistan getroffen door een zware aardbeving. In het gebied overheerst de paniek.

KABUL/FAIZABAD, 2 JUNI. De houten deur staat nog rechtop tussen het puin. Aan de deurpost kleven kleiresten van wat tot voor kort een huis is geweest. De bewoners, een vier leden tellend gezin, zijn omgekomen. In Chaujun, een dorp niet ver van het epicentrum van de aardbeving die Afghanistan trof, lopen mensen verweesd tussen de puinhopen. De vele naschokken die elkaar soms met tussenpozen van slechts enkele minuten opvolgen veroorzaken grote angst. Niemand in Chaujun durft de zwaar beschadigde huizen nog in. Chaujun is een van de tientallen dorpen in dit onherbergzame noordoosten van Afghanistan die zijn verwoest. Een schatting van de schade is onmogelijk te maken. In de zwaarst getroffen regio Shar-i-Buzurg waren vanmorgen 1745 doden geteld, ten minste 37 dorpen zouden geheel zijn verwoest. In de regio Rostaq zou het gaan om 2282 doden. Hier zijn 21 dorpen verdwenen. Het enige cijfer uit Chah Ab, 128 doden, is misleidend. Het werkelijke aantal moet een veelvoud hiervan zijn. Maar dit is het moeilijkst te bereiken gebied. De VN-woordvoerder sprak daarom vanochtend eufemistisch van een onbekend aantal vermisten.

Het gebied is zo slecht bereikbaar dat de nauwkeurigheid van deze cijfers alleen maar schijn kan zijn. Dorpen liggen dagen reizen per ezel uit elkaar. In de hele regio bevinden zich slechts twee ziekenhuizen van enige omvang. Helikopters hebben de grootste moeite om op de steile berghellingen te landen.

“De aardbeving gebeurde overdag”, zei een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen zondag. “Veel mensen waren zaterdag waarschijnlijk buiten. Boeren wonen in deze tijd van het jaar in tenten op de velden.” Hij herinnerde zich ongetwijfeld de moeizame pogingen na de beving van februari om het rampgebied te bereiken, toen een dikke laag sneeuw de wegen onbegaanbaar maakte. Maar dat was op zondag, gisteren sprak dezelfde organisatie van “dramatische verwoestingen”. Volgens een woordvoerder lagen er nog veel mensen onder het puin. De kans dat ze nog leven achtte hij gering.

De eerste zorg van de hulporganisaties is de gewonden herbergen. In verband met het weer heeft het verzorgen van onderdak voor de overlevenden nu niet de hoogste prioriteit. de voedselvoorziening nu al een groot probleem en het zal alleen maar erger worden als over een paar maanden blijkt dat de oogst is mislukt. Velen zullen het gebied willen verlaten. Maar de vraag is waarheen. In ieder geval niet naar het zuiden, dat wordt beheerst door de fundamentalistische Talibaan - die net in februari heeft geweigerd hulp aan het getroffen gebied te verlenen, of anderen door te laten. “Dit is mijn thuis en mijn land”, zei een man gisteren tegen een verslaggeefster van The Guardian. Zij vrouw en kind zijn bij de ramp omgekomen. “Ik kan nergens anders heen.” (Reuters, AP)