Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Taal

De daden van Jezus geteld en gewogen

Robert W. Funk and the Jesus Seminar: The Acts of Jesus. The Search for the Authentic Deeds of Jesus. A Polebridge Press Book. Harper San Francisco, 570 blz. ƒ 84,95

Het historisch onderzoek naar het leven van Jezus is tot nu toe een zwart gat gebleken, waarin de meeste onderzoekers zijn verdwenen, sommigen zelfs spoorloos. Maar voor Robert W. Funk en zijn consorten van het Jesus Seminar was de uitdaging kennelijk te groot. Ze hebben een provocerend boek geschreven, staat er op de flaptekst. Inderdaad, wie Jezus als de Zoon van God ziet, als de Tweede Persoon van de goddelijke Drieëenheid, die vlees en bloed aangenomen heeft uit de maagd Maria, voor hem is er niet veel te halen. Hij heeft het historisch onderzoek niet eens nodig om te weten over wie het gaat. Maar menig christen heeft dat klassieke dogma niet meer in huis, en kan er dus ook niet van beroofd worden. Het is niet allemaal nieuw wat Funk en de zijnen bieden, maar interessant is het wel.

Funk is de ongekroonde koning van het spraakmakende Jesus Seminar, een denktank van een groep Amerikaanse bijbelgeleerden, dat zijn hoofdkwartier heeft in Santa Rosa, California. Onder de behoudende christenen, waaraan de Verenigde Staten zo rijk zijn, verspreidt het Jesus Seminar schrik en verbijstering. Maar daar zijn Funk en zijn 79 medewerkers niet bang voor, ik denk dat ze er zelfs op uit zijn.

Het Seminar is al jaren bezig en heeft als hoofddoel om via een streng historisch onderzoek vast te stellen wat er nu wel en wat niet over Jezus historisch gesproken vaststaat. Albert Schweitzer heeft aan het begin van onze eeuw in zijn Geschichte der Leben Jesu Forschung alles wat er op dat gebied was verschenen, zo krachtig onderuit gehaald, dat het Seminar alleen al om de moed waarmee het opnieuw aan zo'n onderzoek begint, lof verdient. Om het grondig aan te pakken heeft het Seminar zijn project in drieën verdeeld. Begonnen werd met wat Jezus echt heeft gezegd, the Sayings. De resultaten van dat onderzoek zijn verschenen onder de titel The Five Gospels (1993).

Het tweede deel ligt nu voor ons in The Acts of Jesus: wat heeft Jezus werkelijk gedaan en wat is fictie? Het bestaat uit een introductie in de werkwijze van het Seminar en in een complete vertaling van de evangeliën (waarover straks meer). Als derde deel is een profiel van Jezus gepland: wat kunnen we op grond van wat hij echt gezegd en gedaan heeft van Jezus maken? Een soort herinterpretatie dus op basis van gegevens die de strengste kritiek kunnen doorstaan. Verschillende deelnemers aan het Seminar hebben zich al eens aan zo'n profiel gewaagd. Funk zelf deed dat in Honest to Jesus, waarin hij een ontwerp van Jezus maakt dat volgens hem weer een eeuw mee kan, een Jezus voor het New Age tijdperk (wat neerkomt op een gnostische Jezus).

Ostracisme

Het klinkt wat parmantig, zoals ook veel in The Acts of Jesus enigszins parmantig overkomt, bij voorbeeld de voorliefde voor getallen, liefst grote getallen. Maar het zou een vergissing zijn het werk van het Seminar daaraan op te hangen, en zeker moet dat niet met The Acts of Jesus gebeuren. Daarvoor is het te interessant. Alleen al de aanpak. Funk heeft in de evangeliën (vijf, hij rekent ook een fragment van het evangelie van Petrus mee) 176 daden van Jezus geturfd, en vervolgens vastgesteld dat die 387 keer, gedurende de eerste generaties gelovigen, werden verder doorgegeven. Maar niet in dezelfde bewoordingen, sterker, als je ze met elkaar vergelijkt, verschilt hetzelfde verhaal van evangelie tot evangelie aanzienlijk. Dat maakt de historicus wantrouwend: wat is nu echt gebeurd en wat niet? Funk en consorten beantwoorden die vraag met behulp van een soort ostracisme. De 79 deelnemers van het Seminar kregen allemaal een aantal balletjes in vier verschillende kleuren, en bij ieder fragment waarover gediscussieerd werd, mochten ze via een balletje aangeven wat ze over de historiciteit ervan dachten. Rood staat - kort gezegd - voor 'echt gebeurd', roze voor enige aarzeling op dat punt, maar het fragment mag toch tot de historische data worden gerekend, grijs zegt: 'dat zou ik niet doen', en zwart betekent absoluut onhistorisch. Het effect van deze aanpak blijkt in de vertaling, die het boek van de evangeliën geeft. Elke perikoop is in kleur, en in één opslag kan de lezer zien hoe het stemmen over de echtheid van het betrokken evangelieverhaal is afgelopen. Praktische Amerikanen, denk je. Het aardige is bovendien, dat deze methode een flink aantal bijbelgeleerden, gewoonlijk als eenling opererend, uit hun isolement heeft kunnen halen en geleerd heeft samen te werken. Via een consensus werd tenslotte de definitieve kleur van een regel, een tekst of een passage vastgesteld. Welk pad werd bewandeld bij het vaststellen van de kleur, krijgen we ook te lezen. Maar helemaal overtuigend zijn die paar pagina's niet. Zoveel staat wel vast, dat heel het onderzoek zwaar leunt op wat in vakkringen het vormhistorisch onderzoek heet (wat was het 'format' van de perikopen), zoals dat door Duitse bijbelgeleerden al voor de Tweede Wereldoorlog op touw is gezet.

Het ging er streng aan toe. Ik neem als voorbeeld daarvan het verhoor van Jezus vlak voor zijn dood, zoals het in Marcus 14 en 15 wordt verteld. Rood (dus 'echt gebeurd') is alleen het slot van 15,14 waarin wordt verteld dat Jezus wordt gegeseld en ter kruisiging wordt overgeleverd, en verder 15,24 dat hij metterdaad wordt gekruisigd. Meer niet. Maar hij is toch ook gestorven, waarom dat dan niet rood? Omdat heel die passage, zoals bijna heel het verhoor van Jezus voor het Sanhedrin en Pilatus, wordt afgeschilderd in termen die aan de Schriften (Psalm 2, zegt Funk) zijn ontleend en dus als stilering in plaats van als historische beschrijving moet worden gezien. In totaal is volgens deze aanpak niet meer dan 16 procent van de Acts als historisch in onze zin te beschouwen, waarbij ik moet aantekenen dat het dan ook nog eens de optelsom is van rood en roze. Dat is weinig, maar voor de rest van de Acts zal geen onderzoeker, volgens Funk, zijn hand in het vuur steken.

De vertaling is op zichzelf al de moeite van het lezen waard. Zonder pretenties werken de auteurs niet. Ze gaat uit van het principe dat de ontvangende taal, de lezer dus, de voorrang krijgt op de gevende. Wat de auteur in zijn Griekse tekst te vertellen heeft moet in plain english worden weergegeven in de stijl van het betreffende evangelie. Dat geeft aardige effecten. Soms komisch. De melaatse man die bij Jezus komt met de woorden: 'als ge wilt, gij kunt mij rein maken', krijgt van Jezus te horen: 'Okay - je bent rein' (Marcus 1,40). Marcus spreekt gewone taal, en dat moet de lezer merken. Krasse taal moet krasse taal blijven. 'Wee u, Schriftgeleerden en Farizeën' (Matteus 23,13) wordt bij Funk: 'You scolars and Pharisees, you imposters! Damn you!'

Is het boek echt zo provocerend? Zowel de auteurs als de uitgever koketteren ermee, maar het valt best mee. Dat Jezus niet op het water liep, dat zijn lichaam verteerd is zoals elk ander lichaam en zijn opstanding dus niet uit het weer levend worden van een lijk bestond, dat Lazarus niet uit het graf is gekomen, het is allemaal al veel eerder gezegd en geschreven. Lees bij voorbeeld iemand als Rudolf Bultmann, een prominent bijbelgeleerde uit het midden van deze eeuw. Het verschil is dat de Duitse theologie, in het voetspoor van Schweitzer, Jezus tot op vandaag voor een apocalyptische heilbrenger houdt, terwijl het Jesus Seminar daar juist afstand van neemt (en dus gemakkelijk naar een gnostische Jezus kan overstappen).

Als je je nu eens niet laat hinderen door piëteit tegenover de traditie, geen rekening houdt met de verchristelijking van Jezus in later eeuwen, wat houd je dan over? Dat is de vraag die het Seminar zich heeft gesteld, en die ze beantwoordt met een consensus van een aantal geleerden. Is daarmee het pleit beslecht, weten we het nu? Op die conclusie valt wel wat af te dingen. De bijbelgeleerden die tezamen het Seminar vormen, zijn verbonden aan Amerikaanse theologische scholen en universiteiten. Dat houdt alvast een beperking in: er zijn meer bijbelgeleerden dan die 79 Amerikanen. Voorzover ik kon nagaan, hebben geen Europese onderzoekers meegewerkt, en die weten in de regel ook wel van wanten als het om al dan niet echt gebeurd gaat. Niet de uitkomst (slechts 16 procent history proof) maakt het boek interessant of nieuw. Dat doet de aanpak, het werken volgens de methode van tellen, meten en wegen. Het Seminar legt zijn kaarten op tafel, zoals dat hoort in de wetenschapsbeoefening. Maar de uitkomst is wel wat kaal. Het lijkt er even op of Funk aan feiten gelooft die (nog) zonder betekenis zijn. Die moeten we eerst boven water halen. Maar zulke feiten kennen we niet, ze zouden nooit zijn overgeleverd, want dat gebeurt juist omdat ze wat betekenen. Of deze indruk juist is of niet, ze hangt samen met de opzet van het onderzoek. We zijn nog maar in het stadium dat met de stopwatch wordt nagegaan hoe lang een kus in de regel duurt. Waarvoor men kussen geeft, waar ze voor dienen, wat ze uitdrukken, dat komt later. Waarom de onderzoekers zo met Jezus in de weer zijn, via welke keuzemomenten hun ballotage is verlopen, dat krijgen we nog. Zonder bedoelingen is nog nooit een onderzoek naar Jezus' leven en werken van start gegaan, er zit altijd een program achter. Funk signaleert wel bij anderen een voorkeur, maar zouden de rode of roze of grijze of zwarte balletjes gooiende geleerden ze zelf niet hebben gehad? Een consensus heeft ook iets versluierends. Het wachten is dus op het derde deel, daarin zullen de kaarten pas echt op tafel komen.