Verenigde Naties blijven eenzijdig kiezen voor een repressief drugsbeleid

We can do it!' Dat is het motto voor de Speciale Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (SAVVN) over drugs, die van 8 tot 10 juni 1998 te New York zal worden gehouden. Doel van de bijeenkomst is om de ontwikkeling van nieuwe strategieën en praktische maatregelen, de internationale samenwerking in de strijd tegen drugs te versterken.

Inhoudelijk zou de conferentie de effectiviteit en levensvatbaarheid van de huidige anti-drugsstrategieën hebben moeten evalueren, om alternatieven te bieden. Na veel diplomatieke strijd gedurende de voorbereidende vergaderingen is het doel nu feitelijk tegenovergesteld: in plaats van een moment van herbezinning, is de speciale vergadering nu gericht op versterking en uitbreiding van de huidige drugspolitiek.

Velen in Nederland zullen verbaasd zijn bij het horen van de initiatieven van de VN. Immers, wordt het praktische en niet al te repressieve Nederlandse drugsbeleid niet meer en meer gewaardeerd inhet buitenland? De realiteit is anders. Tijdens de voorbereidingen voor de drugs-top was niets te merken van erkenning voor de Nederlandse aanpak. En veel verder dan Noordrijn-Westfalen, Frankfurt en Zürich reikt 'ons' beleid dan ook niet. Lokale nuances overleven de internationale politieke arena niet, waar de Nederlandse overheid zich zeer voorzichtig in het maaiveld schuilhoudt. Nederland waarschuwde tijdens de vaststelling van de politieke verklaring voor het gebruik van 'overdreven spierballentaal', maar stond praktisch alleen.

De illusie het 'werelddrugsprobleem' in tien jaar met wortel en tak uit te roeien doordrenkt de ontwerp politieke verklaring voor de conferentie. Er wordt alleen maar aangedrongen op meer van hetzelfde. Dit ondanks het feit dat de afgelopen tien jaar niets hebben opgeleverd in de zin van vermindering van vraag en aanbod van drugs en dat de gezondheidsrisico's van het gebruik wereldwijd zijn toegenomen.

Naast een politieke verklaring zijn er zes thema's uitgewerkt waaronder de uitroeiing van illegale gewassen en alternatieve ontwikkeling. Deze zogeheten Strategy for Coca and Opium Poppy Elimination (SCOPE) beoogt de teelt van coca en papaver in 2008 te hebben uitgeroeid. Het SCOPE-tienjaren plan belooft niet veel goeds.

SCOPE erkent dat alternatieve ontwikkeling - alternatief in de zin van andere producten voor boeren die aangewezen zijn op de verbouw van coca of papaver om te overleven - een van de belangrijkste methoden is om aan drugsproductie een einde te maken. Maar eliminatie blijft het uitgangspunt - in de vorm van parallel aan ontwikkeling lopende repressieve maatregelen. De einddatum 2008 zal de SCOPE-balans tussen ontwikkelingsbeleid en rechtshandhaving onherroepelijk doen uitslaan naar de laatste, oftewel gedwongen uitroeiing naarmate de jaren vorderen. In het verleden is namelijk gebleken dat alternatieve ontwikkeling niet het wondermedicijn is. Veel VN-projecten waren een regelrechte mislukking.

Her en der wordt in de voorstellen voor de conferentie gerefereerd aan respect voor mensenrechten, bescherming van het milieu, het bevorderen van democratische waarden, gelijke kansen voor vrouwen en participatie van de kleine producenten in het ontwikkelen van alternatieven, maar nergens worden deze principes als conditio sine qua non gesteld voor de uitvoering van de plannen van het VN-drugsbestrijdingsprogramma.

De praktijk van de drugsbestrijding laat zien dat mooie woorden meestal het onderspit delven. In Colombia wordt op grote schaal gesproeid met bestrijdingsmiddelen met ernstige gevolgen voor het milieu. Het VN-bureau sloot onlangs een akkoord met het Taliban-regime in Afghanistan over alternatieve ontwikkelingsprojecten, ondanks de ernstige schendingen van mensenrechten, met name die van vrouwen. En in Bolivia vielen verleden maand tenminste acht doden tijdens protesten van coca-boeren tegen het plan van de regering illegale coca in vijf jaar te elimineren.

“De war on drugs is nog helemaal niet gestreden en verloren”, aldus directeur Arlacchi van het VN-drugsbestrijdingsbureau. “Hij is nog niet begonnen.” De Nederlandse regering wil tijdens de VN-conferentie nogmaals benadrukken dat evaluatie niet beperkt dient te blijven tot een meting van kwantitatieve resultaten, maar ook inhoudelijke uitwisseling van ervaringen op alle terreinen van het drugsbeleid moet inhouden. Te vrezen valt dat deze verklaring ten onder zal gaan in het wapengekletter in New York. Of zullen onze ministers de politieke moed opbrengen hun nek echt uit te steken?

Meer informatie over de SAVVN en aanverwante thema's is te vinden op de website van TNI: http://www.worldcom.nl/tni/drugs.