Een villa in Oostende

Koninklijke Villa hotel Oostendse Compagnie en restaurant Au Vigneron Koningstraat 79 8400 Oostende, België Tel 00-3259704816

Voor wie de heftige viering van Koninginnedag wil ontvluchten, is een verblijf in de Koninklijke Villa in Oostende een passend alternatief. Twee gouden kroontjes sieren aan weerszijden de poort van het domein. Op de pilasters staat het monogram van Leopold II. Deze koning heeft rond de eeuwwisseling een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van Oostende tot 'Koningin der badsteden'. Nu nog herinneren de Hippodroom en de imposante Koninklijke Galerijen aan zijn bemoeienissen.

In Leopolds tijd stond het Koninklijk Chalet op de plaats van de Koninklijke Villa. Op oude foto's van de Oostendse kustbebouwing ziet het eruit als een Italiaans dorp. In een klein park op een duin temidden van de stedelijke bebouwing staat nu een grote villa in burgerlijke Belgische stijl, met wit geschilderde muren en een dak van rode leien. De hoogtijdagen van de villa zijn echter voorbij, een flinke verfbeurt is hoogst noodzakelijk.

Tot 1973 was de villa een van de vakantieverblijven van de Belgische koninklijke familie; in dat jaar werden de villa en de Koninklijke Galerijen geschonken aan de stad Oostende. Sinds 1986 drijft Jean-Marie Daue er zijn restaurant en klein hotel de 'Oostendse Compagnie'. Rond het midden van de achttiende eeuw was de Oostendse Compagnie de tegenhanger van de VOC. In de periode daarna beknotten achtereenvolgens de Fransen en Hollanders de bloei van Oostende, dat pas na 1850 weer aan expansie toekwam. Nu is het een levendige kuststad, waar Oostendse wondermatrassen te krijgen zijn en waar je haar kunt leasen.

De ontvangst in het hotel is voorkomend en beleefd, zoals we in België gewend zijn. Wij mogen de nacht doorbrengen in 'Astrid', tussen 'Philip' en 'Leopold I', daarnaast ligt de kamer 'Leopold II'. De kamer (ongeveer ƒ 250 per nacht zonder ontbijt) is niet buitengewoon luxueus, wel ruim bemeten. Het uitzicht op zee is onbelemmerd. Op de televisie staat een radiootje, stammend uit de jongensjaren van Boudewijn. De badkamer heeft de voor de jaren vijftig kenmerkende bleekgele tegeltjes.

Al is er in de verste verte geen wijnrank te bekennen, het restaurant van de Koninklijke Villa heet 'Au Vigneron'. Het staat bekend als het beste restaurant van Oostende. En dat wil wat zeggen, want tijdens een wandeling tellen we er langs de Visserskaai alleen al meer dan vijftig. Het aperitief wordt geserveerd in de salon, tevens lobby en ontbijtruimte, met als voornaamste blikvangers een Delvaux en een salontafel annex aquarium.

In de guide Gault Millau staat de keuken te boek als klassiek, maar die blijkt in praktijk toch moderne en zelfs modieuze invloeden te kennen. Zo zien we 'met honing gelakte rivierpaling' en 'zwarte pasta' op de kaart staan. 'Kikkerhammetjes' en 'Bretoense kreeft gebakken met konijningewanden' doen de wenkbrauwen fronsen, bij 'ratte aardappelen' en 'roulade van zeespin met pompoenpittenolie' komen vraagtekens in de ogen.

We stellen een gemengd menu samen, met koningsvis, wegens de locatie, en tarbot, wegens de lekkerte. Vooraf nemen we asperges, als eerbewijs aan de regio eenmaal op Vlaamse wijze en eenmaal met Oostendse garnalen. De asperges zijn wat schraal, het is eigenlijk nog te vroeg in het seizoen. De gebakken koningsvisfilets komen voort uit een mariage van de Provençaalse en de Oosterse keuken. De koningsvis blijkt, zoals de naam rouget op de Franstalige kaart al deed vermoeden, mul te zijn. De mul met taugé, stukjes inktvis, gekonfijte tomaten in een ansjovissaus gaat vergezeld van een kletskop met maanzaad en grof zeezout. De tarbot, royaal geportioneerd, is conventioneler uitgevoerd met spinazie, een schuimige sabayonsaus, gefrituurde uiringetjes en perfect gekookte aardappeltjes.

Waar maak je het in Nederland nog mee dat obers de bereiding van de schotels in de eetzaal voltooien? Onze ober prakt het eitje voor de asperges en later fileert hij de tarbotmoot. En er is een tweede servies: nog een keer opscheppen, wat een genoegen! Daarentegen zul je de obligate halve aardbei en het schijfje sterfruit, als garnering van de kunstig gemaakte nagerechten, in ons land in een restaurant op dit niveau niet meer aantreffen.

De rekening voor twee driegangendiners met aperitief, een half flesje Riesling van Trimbach, een half flesje Pouilly Fuissé van Trichet en koffie toe bedraagt meer dan driehonderdvijftig gulden. Dat is, moeten we met Hollandse zuinigheid vaststellen, een vorstelijk bedrag.